Weinig taboes bij verbouwing van verzorgingsstaat

Modernisering van de verzorgingsstaat lijkt met name door de vergrijzing onontkoombaar. Maar wat is sociaal? En wat is solidair? Vakbeweging, werkgevers en overheid willen allemaal zoveel mogelijk mensen aan het werk krijgen en houden. Maar voor de rest verschillen zij sterk van mening over hoe de verzor-gingsstaat-nieuwe-stijl eruit moet zien. De FNV dreigde al uit de Sociaal-Economische Raad te stappen. Het ontslagrecht, het jeugdloon, het pensioen, kinderopvang; het debat hierover is fel.

Rotterdam, 8 febr. - De Nederlandse verzorgingsstaat raakt snel achterhaald. Levert hervorming enkel radicale bezuinigingen op, lagere uitkeringen en keuzestress? Of ontstaat een nieuw sociaal model dat de moderne burger beter bedient?

“Het sociale model wordt niet uitgehold en moet ook niet uitgehold worden“, zegt Kees Goudswaard, hoogleraar Sociale Zekerheid aan de Universiteit Leiden. Als Kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER) is hij een centrale figuur in het sociale en economische raderwerk van Nederland. Goudswaard: “Een andere sociale architectuur van de welvaartsstaat is wel nodig.“ Nederland is niet uniek. De trend om dure sociale stelsels te verbouwen speelt zich af in alle Europese landen.

Begrippen als solidariteit en sociaal krijgen een andere inhoud. Hoe sociaal is een samenleving zoals Nederland, waarin burgers met de hoogste inkomens het meest profiteren van de hypotheekrente-aftrek, waarin werknemers van 55 jaar het bedrijf uit worden gewerkt, waarin vrouwen nauwelijks keus hebben een loopbaan met een gezin te combineren en waarin een kwart van de jongeren onvoldoende is uitgerust voor de arbeidsmarkt. Wat is dat voor sociaal model dat 20 miljoen werklozen in Europa telt en waarbij India meer afgestudeerde wetenschappers aflevert dan Europa, zei Tony Blair, de Britse premier, vorig jaar als EU-voorzitter.

Wat is sociaal, wat is solidair? Daarover woedt het debat. De onenigheid tussen vakbeweging en werkgevers in de SER hierover is de afgelopen weken dermate hoog opgelopen, dat een voor maart gepland eensgezind advies over de toekomst van de sociale zekerheid er even niet in zit. Partijen botsen niet alleen over versoepeling van ontslag, ook over inspraak, verhoging van de pensioenleeftijd en het minimumjeugdloon.

Hervormen kan niet betekenen dat de rechtspositie van werknemers systematisch wordt uitgekleed, stelt de vakbeweging. Vorige maand al viel FNV-voorzitter Agnes Jongerius fel uit naar de werkgevers, die willen knabbelen aan de ontslagvergoeding en de automatische periodieken. Als ondernemers alleen maar over “dit soort non-problemen“ willen praten, wordt 2006 een moeizaam jaar, waarschuwde Jongerius. Het ontslagrecht staat flexibiliteit op de arbeidsmarkt niet in de weg. Tachtig procent van de mobiliteit op de arbeidsmarkt is vrijwillig, rekende ze voor. “Wil je iets veranderen, sleutel dan aan meer vrijwillige mobiliteit“, zei Jongerius en riep op in scholing te investeren. Dat stimuleert werknemers het meest van baan te veranderen. De achterban wordt moe van de vele eenzijdige sociale aanpassingen.

Het kabinet-Balkenende heeft de hervormingsagenda terecht daadkrachtig ter hand genomen om meer mensen aan het werk te krijgen. Resultaat: strenger beleid bij de bijstand. De duur van de WW (werkloosheidsvoorziening) wordt verkort van vijf jaar tot drie jaar en twee maanden. De WAO (wet arbeidsongeschiktheid) is ingrijpend veranderd. Vervroegd pensioen is vervangen door een voorzichtig begin van een levensloopregeling. En vorige maand is een revolutionaire hervorming van het ziektekostenstelsel geïntroduceerd. Sommige buurlanden willen het “nieuwe realisme' graag kopiëren, maar menig Nederlander ondergaat de hervormingen met argwaan. Zeker nu het begrip “zorgsparen' is gevallen. Moet de burger naast crèche, extra onderwijs en pensioen ook nog voor zorg sparen omdat de premies ontoereikend zijn?

“Vernieuwing van ons sociale zekerheidsstelsel kan niet louter en alleen bestaan uit bezuinigen op uitkeringen“, zegt Goudswaard. “Afslanking van het stelsel moet gepaard gaan met sociale investeringen, in mensen en door mensen: in scholing, flexibele inzetbaarheid van werknemers, en in het bevorderen van maatregelen om arbeid en zorg te combineren. De agenda voor sociale investeringen komt te weinig uit de verf. De levensloopregeling is een eerste stapje, maar lang niet genoeg. Welke richting gaan we op, willen burgers weten.“

Meer zelf doen, maar mèt een investerende staat, is de kern van een reeks recente publicaties van politieke partijen, vakbonden en werkgeversorganisaties over de toekomst van de verzorgingsstaat. De rook van de demonstratie op het Museumplein tegen het kabinetsbeleid, in 2004, was nog niet opgetrokken, of kopstukken uit de vakbeweging, de SER, PvdA en werkgeversorganisaties troffen elkaar in het Amsterdamse centrum De Balie en werden het opvallend snel eens over de richting van sociale hervormingen. Sociale zekerheid dient een investeringsproject te zijn, stelden ze in het “Baliemanifest' en deden prikkelende suggesties voor een actieve verzorgingsstaat (zie kader).

Femke Halsema van GroenLinks deed er nog een schepje bovenop met haar pleidooi voor een drastische modernisering van de krachteloze verzorgingsstaat, en verraste de VVD-jongeren dermate met deze “nieuwe liberale lente', dat ze tot liberaal van 2005 werd uitgeroepen. Versoepel het ontslagrecht, saneer de hypotheekaftrek, laat rijke bejaarden meebetalen aan de AOW. En de overheid moet de kinderopvang financieren, stelt Halsema. Zelfs de PvdA is bereid aan taboes te morrelen zoals de ontslagbescherming, blijkt uit het jongste rapport over de verzorgingsstaat, mits er extra scholing van werknemers tegenover staat. Ook bij de werkgeversorganisaties VNO/NCW zitten denkers die er niet voor terugschrikken ondernemers te verplichten om bij te dragen aan de employability van werknemers ofwel scholing en onderwijsverlof.

Volop munitie voor stevige debatten. Een nieuw stelsel tekent zich af. Goudswaard: “De overheid richt zich vooral op basisregelingen voor kwetsbaren in de samenleving, zoals volledig arbeidsongeschikten en langdurig werklozen. Waar risico's te beïnvloeden zijn, neemt de rol van private partijen zoals werkgevers, verzekeraars, vakbeweging toe. En er komt meer nadruk te liggen op regelingen die de arbeidsparticipatie ondersteunen zoals individueel sparen voor scholing, verlof en positieverandering op de arbeidsmarkt. Hierover zullen werkgevers en werknemers meer collectieve afspraken moeten maken.“

Niet meer baanzekerheid, maar werkzekerheid is het uitgangspunt. Goudswaard: “De verzorgingsstaat moet de zwaksten beschermen en mensen ook wapenen om de nieuwe risico's aan te gaan. Dat betekent investeren in mensen. Als iedereen het daarover eens is, zullen burgers eraan willen bijdragen en er offers voor willen brengen.“