Sporen zoeken, van boven naar beneden

Artsen zien het niet altijd, als een kind door mishandeling om het leven is gekomen. Daarom zou een lijkschouwer ieder kinderlijkje moeten onderzoeken. Hoe gaat een lijkschouwer te werk? “Twijfel, daar gaat het om.“

Hij nam die ochtend de telefoon niet op. Zijn kleindochter vond hem in de woonkamer van zijn huis, een lange man op de grond. Nu is het avond en ligt hij op een smalle tafel in een kamertje van het VU Medisch Centrum in Amsterdam. Dochter en kleindochter wachten in de familiekamer ernaast tot gemeentelijk lijkschouwer Han de Jong het lichaam heeft onderzocht. Zijn dienst was nog maar net begonnen.

Artsen willen en kunnen niet goed beoordelen hoe iemand dood is gegaan. Dat zeggen zij zelf. Als een kind overlijdt zijn zij bijvoorbeeld niet altijd in staat objectief te beoordelen of het kind door mishandeling om het leven is gekomen.

Afgelopen week publiceerden forensisch artsen Udo Reijnders en Kees Das een onderzoek waaruit blijkt dat huisartsen vinden dat een forensisch arts verplicht alle minderjarigen moet schouwen en ook alle plotseling overleden volwassenen. Kinderen gaan niet zomaar dood en jonge volwassenen gaan niet zomaar plótseling dood, is de redenering. En als ze overlijden is het voor de huisarts prettig als onderzoek door een forensisch arts verplicht is, en niet alleen bij verdenking.

Een forensisch arts - een van zijn taken is die van gemeentelijk lijkschouwer - wordt gebeld als de behandelend arts twijfelt aan een natuurlijke dood, als er geen behandelend arts is, of als ergens een lijk wordt gevonden. Het is de gemeentelijk lijkschouwer die bepaalt of iemand een natuurlijke dood is gestorven. Zo niet, dan mag diegene niet begraven worden tot de officier van justitie anders beslist.

In de auto op weg naar de VU legt De Jong uit hoe dat gaat, een lijkschouw. Van buiten naar binnen. Als hij iemand dood aantreft in bijvoorbeeld een woning of op straat zijn de omgeving en de situatie waarin een lijk wordt gevonden van belang. De buitentemperatuur, de lichaamstemperatuur, de lichaamshouding. “En als je iets verdachts tegenkomt: freeze! Je kan zomaar sporen uitwissen.“

Daarna: van boven naar beneden. Systematisch onderzoekt De Jong de oude man. Hij weet alleen dat de overledene al een aantal dagen niet zo lekker was. De ziekenhuisarts had al gezegd dat de man een longontsteking had. De dochter zei dat vader sinds de dood van zijn vrouw veel dronk en zichzelf verwaarloosde.

Han de Jong voelt aan de schedel - geen fractuur. Kijkt in de ogen - geen puntbloeding. Hij voelt aan armen, benen, borstkas. De lijkstijfheid is nog niet ingetreden, dat voelt hij aan de kaken. Kijkt in de oksels - geen schotwond. De lijkvlekken op de rug kan hij wegdrukken - nog geen twaalf uur is de man dood. De schaafwond op zijn knie is oud, net als het litteken na de operatie aan de rechterheup. “Dus al met al denk ik wel dat het een natuurlijke dood is.“

Dan gaat hij naar de dochter en kleindochter in de kamer ernaast en laat ze hun verhaal doen. Iedere keer de afgelopen jaren als de telefoon niet werd opgenomen zeiden zij tegen elkaar dat hij óf dronken was of er was iets mis. Dit keer was het mis.

De Jong zegt tegen de dochter: “Het zullen wel drukke dagen voor u worden.“ Hij geeft een overlijdensverklaring af.

Het ministerie van Justitie werkt al langer aan een regeling waarbij een forensisch arts verplicht een overleden kind moet schouwen. De schatting dat veertig kinderen jaarlijks aan mishandeling overlijden is in Nederland namelijk veel lager dan in andere Europese landen en de Verenigde Staten.

Van de 217 ondervraagde huisartsen in het onderzoek van Das en Reijnders zeiden artsen omwille van de nabestaanden wel eens te verklaren dat een kind een natuurlijke dood is gestorven terwijl ze daar eigenlijk niet zeker van zijn.

“Als een huisarts een van zijn patiënten dood in bed treft, zal hij niet gauw tegen de familie zeggen: ik draai hem even op zijn rug, dan kan ik kijken of er niets raars te zien is. Een lijkschouwer doet dat wel“, zegt Das. Die beoordeelt ook of het verhaal van de familie plausibel is en is alert op verdachte letsels.

Stel nu dat ouders zeggen hun kind die ochtend dood in bed te hebben aangetroffen. Alleen de arts die daar alert op is ziet de puntbloedingen in de oogleden of aan de binnenkant van de mond, een teken van verhoogde druk door stikken. En alleen een alerte arts ziet dat lijkvlekken op een plek zitten waar ze niet horen te zitten. “Bij een kind dat nog niet kan lopen of kruipen, zijn blauwe plekken sowieso verdacht en bij een ouder kind horen ze bijvoorbeeld niet op de binnenkant van de bovenarm te zitten“, zegt Das, ook voorzitter van de Vereniging voor Forensische Geneeskunde.

Huisartsen, maar ook ziekenhuisartsen zijn daar niet altijd alert op. Zij houden zich al bezig met de medische behandeling en later met het begeleiden van de nabestaanden.

De man die in zijn woonkamer overleed, had vergiftigd kunnen zijn. Dat is zo, zegt De Jong. “Ook een lijkschouwer werkt nog altijd met marges van waarschijnlijkheid. Je beoordeelt op basis van jarenlange ervaring en opleiding. Het was anders geweest als de dochter had gezegd: vader wordt bedreigd.“

Dan vertelt hij dat hij een paar weken eerder een Iraakse man aantrof, achter in de twintig. Die was onwel geworden en dood neergevallen, bij vrienden thuis. Onderzoek leverde nauwelijks afwijkingen op. Geen schot- of steekwonden. De Jong twijfelde. Omdat de man nog zo jong was, heeft hij geen overlijdensverklaring afgegeven.

In de auto terug naar de GGD in Amsterdam zegt De Jong: “Ons gaat het niet om bewijzen. Twijfel, daar gaat het om. Ik moet mezelf iedere keer weer afvragen: twijfel ik of deze persoon een natuurlijke dood is gestorven?“