Spaanse hockeyers zoeken de topconcurrent op

Als hockeycoach van Spanje streek Maurits Hendriks drie weken geleden neer in Australië. Voor een testserie tegen het gastland, als kick-off voor het WK, over zeven maanden in Duitsland.

Hij is blij weer voet in de westerse wereld te zetten. Maurits Hendriks houdt van India, maar de organisatorische chaos op het Aziatische subcontinent kan de bondscoach van de Spaanse hockeyers gestolen worden.

“We zijn nu ruim een maand terug uit Chennai (Champions Trophy, red.), maar wachten nog altijd op onze materialen“, moppert de 45-jarige Nederlander in de lobby van het hotel in Melbourne, waar een van zijn assistenten met de vrachtbrief wappert.

Nee, dan Australië, het land waar Hendriks graag mag overwinteren. In 1998 legde hij hier, destijds als assistent van bondscoach Roelant Oltmans, naar eigen zeggen de basis voor de wereldtitel die Nederland vier maanden later in Utrecht behaalde. “Australië moet je voelen, moet je zien, moet je ruiken. Dit is een op en top sportland, dat merk je aan alles. Loop het park in en je weet wat ik bedoel. Dat zien en merken mijn spelers ook. Australië inspireert.“

En tegen wie kan Spanje bij de kick-off voor het wereldkampioenschap, begin september in Mönchengladbach, bovendien beter afslaan dan tegen olympisch kampioen Australië? De ploeg die de regerend Europees kampioen bij de Olympische Spelen van Athene (2004) in de halve finales over de knie legde: 3-6. “Australië heeft ons daar een lesje geleerd. Vooral omdat we niet gewend waren aan hun manier van spelen, die grotendeels is gebaseerd op kracht en snelheid. Zo vaak spelen we niet tegen Australië. Vandaar ook dat we ze nu opzoeken.“

Na twee duels in Melbourne (4-4 en 0-3) vlogen beide teams naar Hobart voor het vervolg van de testserie. Ten overstaan van vijfduizend toeschouwers sloot Spanje de trip zondag af met een 3-1 overwinning, na eerder verloren (2-4) en gelijkgespeeld (4-4) te hebben op Tasmanië.

Gisteren keerde de selectie terug in eigen land. Hendriks kijkt “buitengewoon tevreden“ terug op de stage, vertelde hij vanmorgen. “Die voldeed aan de doelstellingen die ik vooraf had geformuleerd. Australië is en blijft de sterkste ploeg ter wereld, vooral in fysiek opzicht. Op dat punt doen we voor ze onder, hoewel we in vijf duels toch dertien keer tegen ze wisten te scoren.“

Het trainingskamp in Australië bood de coach onder meer de gelegenheid de teamgeest aan te scherpen. “Ik hecht aan teambuilding. Het eerste wat ik hier bij aankomst gedaan heb, is de kamerindeling omgooien. Twee spelers die elkaar in India nog naar de keel vlogen, liggen hier nu op één kamer. Vonden ze niet leuk, maar inmiddels kennen ze elkaar zo goed dat ze laatst de teamquiz wonnen.“

Ingenomen is hij daarnaast vooral met de ontwikkeling van twee van zijn steunpilaren, spits Pol Amat en verdediger Rodrigo Garza. Beiden spelen sinds afgelopen zomer in de Nederlandse competitie, bij respectievelijk Amsterdam en Den Bosch. “Die twee zijn een stuk zelfbewuster dan voorheen. Ze staan op eigen benen nu, los van hun familie, en beheersen de Engelse taal steeds beter. Met als gevolg dat ze nu waardevolle informatie kunnen uitwisselen met de Australiërs.“

Over de op handen zijnde uitbreiding van de internationale hockeykalender bij voorbeeld, hét gespreksthema bij het zeslandentoernooi in India. In tegenstelling tot de meeste van zijn Europese colega's staat Hendriks niet afwijzend tegenover dat voorstel.

“De wereldhockeybond FIH loopt niet uit zijn nek te kletsen. Het gaat om stabiliteit in de kalender en om meer exposure. We moeten ook niet roomser zijn dan de paus; nu spelen we 25 à 30 wedstrijden per jaar. Meer kan niet, vanwege de nationale competities. Maar die 25 à 30 kan je wel beter programmeren. Dus ja, waarom de Champions Trophy niet openbreken, met een voorronde bijvoorbeeld?“

Meer moeite heeft Hendriks met de nakende afschaffing van de zogeheten “lage' of “Argentijnse forehand', een slagtechniek waarbij, net als bij de backhand, met de zij- of onderkant van de stick (op de steel vlak boven de krul) wordt geslagen.

“Als slechts twee van de elf leden van de Rules Board (FIH-spelregelcommissie, red.) mij kunnen uitleggen wat die slag precies inhoudt, waar praten we dan over? Bovendien leefde vrijwel iedereen in de veronderstelling dat Karel Klaver (Nederlands hockeyer die pleitte voor afschaffing van de techniek, red.) vier jaar geleden het slachtoffer was geworden van die lage forehand. Toen ik vertelde dat het een backhand was, keek iedereen me aan alsof ik gek was.“

Hendriks spreekt dan ook van “een lachwekkende procedure“. Voor hem is de discussie “een principe-kwestie“, want: “Je kan technieken niet ter sprake brengen. Je kan hooguit situaties verbieden uit het oogpunt van veiligheid, maar niet technieken. Bovendien blijf ik erbij dat recreatiehockey niet over één kam mag worden geschoren met olympisch hockey. Dat gebeurt nu wel, en dat is doodzonde. Wie traint op deze techniek, die beheerst 'm op een gegeven moment, zo simpel is het.“

Als adviseur van de vorige week afgesloten Indiase profcompetitie was Hendriks verantwoordelijk voor het vervangen van de directe vrije slag in het 23-meter gebied door de - als minder gevaarlijk ervaren - indirecte vrije slag. “Dergelijke wijzigingen moet je eerst toetsen. En niet in een of ander achterafkamertje er zomaar even doorheen drukken.“