Samen schaatsen is beter voor het landsbelang

Italianen lopen niet warm voor hardrijden op de schaats. De nieuwe discipline ploegen-achtervolging moet het publiek nu langs de baan krijgen.

De voorzitter van de internationale schaatsunie ISU is een Italiaan, wat niet wil zeggen dat Ottavio Cinquanta van hardrijden houdt. Hij is meer geïnteresseerd in kunstrijden en shorttrack, twee andere ISU-sporten die in Italië wél de voorpagina halen. Hardrijden is geen groot nieuws. Je hoort Cinquanta net niet zeggen dat de tien kilometer wat amusementswaarde betreft, te vergelijken is met groeiend gras. Maar bij de grote toernooien zie je hem wel denken op de eretribune.

Mede daarom is hij een paar jaar geleden met een nieuwe schaatsdiscipline gekomen: de ploegenachtervolging. Hij heeft goed geluisterd naar de bondscoach van de Italiaanse hardrijders. Maurizio Marchetto verklapt desgevraagd dat hij het revolutionaire idee heeft voorgesteld aan Cinquanta. Met als gevolg dat de pursuit in Turijn voor het eerst op de olympische schaatskalender staat.

Marchetto grijnst als hij zijn geheim prijs geeft. “Schaatsen in kleine landen moet meer een teamsport worden. Wij hebben een of twee goede rijders en door de pursuit kunnen de mindere rijders zich aan hen optrekken. Noem het ontwikkelingswerk. In Nederland hebben jullie dat probleem niet, maar in Italië is de nummer vijf zo'n beetje de laatste van de wereld. Daarom ben ik met Cinquanta een een-tweetje aangegaan. Het publiek zal het waarderen. Italianen houden van teamprestaties. Dan komt het landsbelang naar boven“, vertelt Marchetto, in 1992 coach van Roberto Sighel, de enige Italiaanse wereldkampioen.

Deze kleine boswachter uit Baselga di Piné is op de plaatselijke kunstijsbaan trainer van de schaatsjeugd. Marchetto heeft weinig contact met Sighel en verschuilt zich achter de afstand tussen zijn werkplaats Turijn en het dorpje in de Dolomieten waar zijn pupil woont en werkt. In werkelijkheid is in Italië een piepklein schaatsschandaal aan de gang. Sighel, getrouwd en vader van twee kinderen, heeft een verhouding met een tienermeisje uit zijn selectie. Justitie zou zich er mee bemoeien. Marchetto: “Ander onderwerp graag.“

De bondscoach was eerder werkzaam met Chiara Simeonato, die vorige maand tweede werd op de WK sprint en kansrijk is op de 1.000 meter in Turijn. Zij klaagde openlijk over de gebrekkige samenwerking met de coach. De mannen Enrico Fabris en Ippolito Sanfratello lopen juist met hem weg. De eerste is afkomstig uit het shorttrack, de tweede uit het rolschaatsen.

De kaalgeschoren sikdrager Sanfratello is een kleurrijke figuur die zijn houterige techniek compenseert met een krachtenverslindende rijstijl. De 32-jarige econoom moet nog wennen aan het (ijs)schaatsen. “Vooral op het rechte eind moet ik mijn slag nog vinden. In de bochten heb ik juist voordeel van mijn ervaringen als rolschaatser. Ik moest vroeger heel behendig mijn tegenstanders ontwijken. Dat duwen en trekken mis ik nog het meeste. Schaatsen is minder spectaculair dan skeeleren.“

De achtergrond van zijn overgang is verklaarbaar: rolschaatsen is geen olympische sport. Om dezelfde reden gaan Amerikaanse skeeleraars massaal schaatsen. Volgens Marchetto telt Italië ongeveer twintigduizend geregistreerde rolschaatsers en nog geen honderd hardrijders met een licentie. Hij heeft geen illusies dat het schaatsen na de Spelen populairwordt. “Ik hoor al jaren dat de kleine landen in opkomst zijn, maar eerder in kwaliteit dan in kwantiteit.“

Marchetto, zelf ook opgegroeid met skeelers, kent de kweekvijver waaruit hij potentieel schaatstalent kan vissen. “Rolschaatsers passen zich op het ijs makkelijker aan dan bijvoorbeeld voetballers. Ze zijn ook mentaal sterk en gewend harde competities te rijden“, vertelt de man die in 1972 werd besmet met het schaatsvirus toen hij op de tv Ard Schenk zag rijden in Sapporo. Marchetto: “Ik vond het een rare sport. Nu is het een verslaving.“

Zijn beoogde kopman Fabris won twee maanden geleden niet alleen de wereldbekerwedstrijd in Turijn, hij werd vorige maand in Hamar als eerste Italiaan in de schaatshistorie gekroond tot Europees kampioen bij de allrounders. Met zijn lange rug en zijn diepe “zit' heeft hij een aërodynamische rijstijl. Schaatswetenschappers verbazen zich over zijn efficiënte lichaamshouding. Een normaal mens zou nooit zo lang voorovergebogen kunnen rijden. Nederlandse zwartkijkers verdenken hem daarom, zonder enig bewijs, van dopegebruik.

De 24-jarige Fabris is student milieukunde, maar in de praktijk fulltime met schaatsen bezig. Hij krijgt net als zijn collega's een doorsnee maandsalaris van het Italiaanse olympisch comité, onder de strikte voorwaarde dat hij geen eigen sponsor heeft. Met als gevolg dat Fabris niet in een sportwagen rijdt en ook geen luxe villa bewoont, zoals de meeste Nederlandse topschaatsers. Hij zal na de Spelen ook niet tot een Italiaanse sportheld uitgroeien, zoals de Italiaanse shorttracker Fabio Carta. “Ik kan gewoon over straat lopen“, zegt de meer atletische dan charismatische schaatser na zijn tweede wereldbekerzege in Turijn.

Fabris is bij de Spelen medefavoriet op de 1.500 meter en outsider op de 5.000 meter. Hij rijdt voor eigen publiek en nog belangrijker: hij heeft zich het beste van alle medaillekandidaten kunnen voorbereiden op het werkijs in Turijn. In Hamar ligt een soortgelijke vloer en daar was hij vorige maand oppermachtig bij de EK. “Ik houd van glijden, maar ook van duwen en dat moet je hier doen“, zegt hij na zijn kennismaking met de Oval Lingotto.

Deze benaming is een verwijzing naar de vorm van de baan én het gelijknamige beurscomplex dat aan de overkant van de uitvalsweg ligt. Om de geringe populariteit van het schaatsen aan te geven: de kans is groot dat de peperdure ijshal van circa zestig miljoen euro na de Spelen wordt gesloten en dienst gaat doen als beursgebouw. Marchetto: “Doodzonde, want we hebben in Turijn nu eindelijk goede trainingsfaciliteiten. Anders moeten we weer op onze buitenbanen in de Dolomieten gaan oefenen en dan zijn we terug bij af.“

Tijdens de officiële opening, begin december 2005, zaten opvallend veel Italiaanse studenten op de tribunes van de Oval Lingotto die plaats biedt aan ruim achtduizend toeschouwers. De organisatie van de wereldbekerwedstrijd lokte de jongeren met goedkope kaartjes. Door het succes van Fabris en Sanfratello reageerden ze enthousiast op het Pattinaggio di Velocitá, zoals het hardrijden heet.

Of de tijdelijke aantrekkingskracht een vervolg krijgt, is nog maar zeer de vraag. Marchetto in de rol van Calimero: “Als mijn jongens een paar medailles winnen, zullen de Italianen dat hooguit twee maanden onthouden. In de zomer zijn ze ons alweer vergeten. Dan begint het WK voetbal en dat is hier nu al veel belangrijker.“