Prediker van jihad kon jaren zijn gang gaan

Lang werd de radicale imam Abu Hamza uit Londen door de Britse autoriteiten gezien als een paljas. Maar hij blijkt een warm pleitbezorger van zelfmoordaanslagen te zijn.

De Londense politie wond er gisteren geen doekjes om. Achteraf bezien had ze de radicale islamitische imam Abu Hamza al-Masri, die gisteren tot zeven jaar cel werd veroordeeld, veel te lang zijn gang laten gaan. Maar, zo lieten ze weten, de openbare aanklager had steeds onvoldoende perspectieven voor een rechtszaak gezien.

Peter Clarke, het hoofd van de anti-terreurtak van Scotland Yard, omschreef de moskee in Finsbury Park gisteren als “een honingpot voor extremisten“. Jarenlang trok Abu Hamza radicalen van heinde en verre aan, die gretig luisterden naar zijn hartstochtelijke oproepen tot de jihad. De moskee in het noorden van Londen groeide uit tot een broedplaats van terroristen. Het bezorgde de Britse hoofdstad de weinig vleiende bijnaam Londonistan bij buitenlandse veiligheidsdiensten.

Vast staat dat verscheidene veroordeelde terroristen de moskee bezochten. De Britse moslim Richard Reid zit gevangen nadat hij met een bomschoen een vliegtuig trachtte op te blazen. Zacarias Moussaoui, de zogenoemde twintigste kaper van de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten, staat nu in Amerika terecht. Nog ten minste een dozijn andere radicalen, al dan niet veroordeeld, wordt in verband gebracht met de moskee.

Lange tijd beschouwden de Britse autoriteiten Abu Hamza volgens ingewijden als niet meer dan een paljas, die ondanks zijn angstaanjagende verschijning (hij heeft geen handen meer en mist een oog) niet veel kwaads kon uitrichten met al zijn retorische geweld. Een voormalige politieman liet echter vanmorgen tegenover de BBC weten dat volgens hem ook meespeelde dat de regering “een misplaatste angst had de meerderheid van de moslims van zich te vervreemden“. Dat is een mening die breed wordt gedeeld.

Nadat de moskee in 2003 was gesloten, werd Abu Hamza pas in 2004 gearresteerd op verzoek van de Amerikanen, die aanwijzingen hadden dat hij de hand had in een opleidingskamp voor terroristen in Oregon. De kans is groot dat Abu Hamza na het uitzitten van zijn Britse straf alsnog aan de VS wordt uitgeleverd.

Pas gisteren maakte de politie bekend dat ze bij een huiszoeking in de moskee in 2003 grote hoeveelheden vervalste documenten had aangetroffen alsmede wapens, gasmaskers, pakken die bescherming bieden tegen chemische wapens en messen. Ze had dat met opzet niet eerder gedaan, om de jury bij het proces van Abu Hamza, die al op andere punten was aangeklaagd, niet te beïnvloeden.

De grote vrijheid die de Britse autoriteiten Abu Hamza zo lang gunden, wekt te meer verbazing omdat ze via een spion van de inlichtingendienst MI5 heel goed op de hoogte waren van de gang van zaken in de moskee. De spion, Reda Hassaine, is inmiddels in de openbaarheid getreden met zijn bevindingen. Hij beschreef hoe de aanhangers van Abu Hamza video's bestudeerden waarop moslims werden gedood, om de haat voor tegenstanders van de islam aan te wakkeren.

Veel van Abu Hamza's preken waren ook op video opgenomen. De jury zag bij zijn proces hoe hij verklaarde dat het doden van kafirs (ongelovigen) geoorloofd is, “zelfs als er geen reden voor is“. Ook was hij een groot pleitbezorger van zelfmoordaanslagen. Als passende doelwitten van aanslagen noemde hij onder meer banken, rechtbanken, bordelen en seks-shops. Abu Hamza erkent de Britse rechtspraak niet omdat die niet is gebaseerd op het islamitische recht. Groot-Brittannië vergeleek hij in een preek met het binnenste van een toiletpot.

De zaak van Abu Hamza illustreert een aantal lastig dilemma's voor justitie: waar houdt de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst op, en hoe bewijs je dat er een verband is tussen een terroristische daad en een opruiende preek in een moskee ver weg van de plek des onheils? Het Britse parlement is nog volop in debat met de regering over nieuwe wetgeving op dit terrein.