Oogopslag in een enkel lijntje

Het verhaal van Henri de Toulouse-Lautrec (1864-1901) blijft tot de verbeelding spreken. De kunstenaar met zijn dwergenbeentjes, telg van een oude adellijke familie, die het Parijse nachtleven vereeuwigde in fantastische beelden. Zijn beroemdste affiches, Jane Avril en Aristide Bruant, moeten bij honderdduizenden zijn verspreid. Moulin Rouge, een roman uit 1950 over Lautrecs leven door de Frans-Amerikaanse schrijver Pierre La Mure, was een internationale bestseller, en toen de film (uit 1952, met José Ferrer op z'n knieën als Lautrec en Zsa Zsa Gabor als Jane Avril) in Amerika eind jaren vijftig op de tv kwam, vloog de verkoop van kleurentelevisies omhoog.

De Kunsthal in Rotterdam, die trefzeker populaire thema's en kunstenaars weet te kiezen, wijdt een overzichtstentoonstelling aan Lautrecs grafische werk. In eerdere jaren zijn Kees van Dongen en Alphose Mucha gepasseerd, volgend jaar is Théophile Steinlen aan de beurt. Succes is verzekerd, het publiek stroomt toe vanaf de eerste dag, en de museum-elite kijkt er zuinig bij. Hebben we dáár nu niet al genoeg van gezien?

Maar net zo min als zijn levensverhaal, kan de kunst van Henri de Toulouse-Lautrec stuk. Zijn tekengenie, waarmee hij dikke mannen aan een bar kan neerzetten of een rij cancan-danseressen met hun benen in de lucht, is uniek. En misschien is hij in zijn affiches en lithografieën nog wel op zijn best; in elk geval op zijn karakteristiekst.

Lautrec stileert met golvende lijnen, zet grote vlakken zwart tegenover lichte tinten, werkt veel met diagonalen, maar treft ook met een enkel lijntje de oogopslag van een verleppende vrouw, iemands kin, een stofpatroon. Hij was een virtuoos in het tekenen op de steen en experimenteerde met veel vrucht bij het drukken.

De lithografie (steendruk), uitgevonden in 1797, leent zich goed voor het imiteren van originele tekeningen, terwijl het aantal mogelijke afdrukken vrijwel onbeperkt is. Naast de affiches zijn in Rotterdam ook intieme schetsen te zien, nietige figuurtjes die doen denken aan het werk van andere post-impressionisten als Degas of Vallotton. Mooi zijn de beelden in een serie als Elles uit 1896, waarin Lautrec op een zachte, tekenachtige manier hoeren bij hun toilet, of verveeld wachtend afbeeldde. Prachtig is ook een portret van de danseres Marcelle Lender, in wel acht subtiele kleuren.

Voor deze tentoonstelling is geput uit een collectie die al kort na de dood van de kunstenaar is aangelegd door de Duitse wiskundige Gerstenberg. Die omvat Lautrecs complete grafische oeuvre (tegen de vierhonderd nummers). In de Kunsthal hangen rond de 250 stuks.

Montmartre met zijn clubs, bars en theaters, waar Lautrec leefde, at en dronk tot hij erbij neerviel, lijkt in zijn werk één grote familie, vol excentriekelingen zoals hij zelf. Op vier kleine prentjes tekent hij de fameuze Loïe Fuller, de Amerikaanse sluierdanseres, een wolk met beentjes, en op een door hem geïllustreerde menukaart vinden wij haar naam terug bij de ganzenlever: foies gras de l'oïe Fuller. Grapje.

Lautrecs liefde voor lekker eten is jaren na zijn dood in een kookboek vereeuwigd door zijn vriend Maurice Joyant. Een uitgebreide, latere editie daarvan is nu opnieuw vertaald, en door Johannes van Dam ingeleid. Dat is meteen de enige publicatie die deze tentoonstelling vergezelt. Dat is een beetje jammer omdat de Lautrec-boeken die al bestaan, meer schilderijen en minder litho's bevatten dan je na het zien ervan zou wensen. Maar op zichzelf is dat natuurlijk een goed teken.

Tentoonstelling: Henri de Toulouse-Lautrec. Parijs bij nacht. Kunsthal Rotterdam, t/m 5 juni, di t/m za 10-17u, zo 11-17u. Inl: 010-4400300, www. kunsthal.nl.