Nederland was kil maar is nu “correct'

Met de teruggave van een groot deel van de Goudstikker-collectie vervult Nederland een voorbeeldfunctie, vindt Van der Laan. Dat is in het verleden anders geweest.

Maandag maakte staatssecretaris Medy van der laan (Cultuur) bekend dat 202 schilderijen worden teruggegeven aan de erven-Goudstikker. Dat gebeurde, zoals Van der Laan benadrukte, op “morele gronden“. Dat wierp de vraag op of Nederland zich met dit gebaar ook heeft gerehabiliteerd voor de fouten in het verleden. Van der Laan wilde dat niet beamen, en in ieder geval niet denken in dat soort termen. Volgens haar was er nu een “correcte“ beslissing genomen, waarmee recht was gedaan. Wél vond ze dat Nederland hiermee een voorbeeldfunctie in Europa vervult.

Een jaar geleden zei Van der Laan: “Of dat genoeg is, moeten de betrokkenen zelf uitmaken. Het ging erom de negatieve gevoelens en de wrange nasmaak weg te nemen die de bruuske afwikkeling van de kunstclaims na de oorlog hebben opgeleverd.“ En: “De verandering van een strikt juridische naar een morele opstelling was al een enorme stap. Voor het aangedane leed is werkelijke compensatie niet mogelijk, maar deze besluiten staan symbool voor de erkenning van het onrecht.“

Recht doen was mogelijk sinds besloten was om soepeler en ruimhartiger oorlogsclaims te behandelen. Dat was een voorstel van de commissie-Ekkart, ingesteld om onderzoek te begeleiden naar de mogelijk dubieuze herkomst van kunstwerken in Nederlandse bezit. De commissie vroeg om afgewezen claims opnieuw in behandeling te nemen als er nieuwe relevante gegevens zouden zijn, en rekening te houden met “de resultaten van veranderd (historisch) inzicht ten aanzien van de rechtvaardigheid en consequentie“ van eerdere besluiten.

De toenmalige staatssecretaris van Cultuur, Rick van der Ploeg, nam die aanbevelingen in juli 2000 over. Hij hekelde daarbij de “formalistische, bureaucratische en kille“ opstelling van de Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK), na de oorlog belast met het terugvinden en teruggeven van de gestolen kunst. Een jaar later werd tevens besloten dat alle kunstverkopen door joden in Duitsland na 1933, in Oostenrijk na 1938 en in Nederland vanaf mei 1940 tot het einde van de oorlog als “onvrijwillig“ zouden worden aangeduid.

Van der Ploegs besluit sloot aan bij de in 2000 genomen beslissing om de joodse gemeenschap alsnog financieel te compenseren voor het slecht verlopen rechtsherstel na de oorlog. Aan die beslissing gingen jaren van discussie vooraf. De commissie-Van Kemenade, ingesteld om de roof en teruggave van joods bezit te onderzoeken, concludeerde in januari 2000 dat de Nederlandse staat bij de teruggave van joods bezit was “tekortgeschoten“. Het rechtsherstel was soms “onbillijk“ en “onrechtvaardig“. Premier Kok liet daarop weten de “kille“ ontvangst van joodse overlevenden in Nederland te betreuren.

De voorzitter van de Restitutiecommissie haalde deze woorden nog eens om de teruggave van de Goudstikker-collectie te verklaren. Maar die harde woorden waren voor Van der Laan evenmin als voor Kok aanleiding om namens Nederlands excuses aan te bieden.