Landelijke politie wordt haastklus

Het kabinet wil dat snel een beslissing wordt genomen over de invoering van landelijke politie. Zo moet worden voorkomen dat de PvdA in 2007 het plan van tafel veegt.

Voor ambtenaren van het ministerie van Justitie die verantwoordelijk zijn voor de reorganisatie van het politiebestel is het de komende maanden piektijd. Binnen een jaar moet er een compleet nieuwe Politiewet worden geschreven. Bovendien moet die nog worden behandeld door de Raad van State en de Tweede Kamer. Begin volgend jaar, nog voor de verkiezingen, moet de Politiewet door de Eerste Kamer zijn behandeld. Als dat lukt is op 1 januari 2008 één landelijk politiekorps een feit.

Die strakke planning staat in de ambtelijke notitie “Projectplan nieuw politiebestel' dat de marsroute vormt voor realisering van de wens van het kabinet om de 26 politiekorpsen om te buigen tot één landelijk aangestuurd politieapparaat.

Het gebeurt niet vaak dat besluitvorming over een dergelijk complex wetgevingstraject zo strak wordt geregisseerd. Maar de vertantwoordelijke ministers Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) en Donner (Justitie, CDA) hebben haast. Want de verkiezingen van 2007 kunnen roet in het eten gooien. De PvdA is tegen het voorstel en heeft al aangekondigd er in de kabinetsformatie, mocht de partij daaraan deelnemen, een streep door te zetten. Ook andere partijen, waaronder de regeringsfracties D66 en VVD hebben bedenkingen, waarbij de laatste partij ook onder druk staat van prominente VVD-burgemeesters als Opstelten (Rotterdam), Krikke (Arnhem) en Dales (Leeuwarden) om de plannen af te wijzen.

Bovendien hebben de korpsbeheerders - burgemeesters die de leiding hebben over korpsen - plannen uitgewerkt voor een nieuw landelijk samenwerkingsverband tussen de huidige 25 regionale korpsen dat over enkele maanden van start gaat. De beide politieministers hebben dat minder vergaande nieuwe politiebestel, waarin de functie van korpsbeheerder wél intact blijft, inmiddels schoorvoetend omarmd, net als overigens het openbaar ministerie. Formeel vormt dat samenwerkingsverband voor hen de eerste stap naar het door het kabinet gewenste model. Maar alle betrokkenen houden er inmiddels rekening mee dat het door Remkes en Donner gewenste model het voor de verkiezingen niet haalt, waarna in de kabinetsformatie vervolgens het voorstel van de korpsbeheerders alsnog wordt geformaliseerd.

De concept-wet ligt er inmiddels. De Politiewet 1993 is daarvoor grotendeels overgeschreven. Alleen passages die gaan over het beheer, de rechtspositie van de politiekorpsen en het personeel en de positie van de korpsbeheerder, zijn geschrapt of aangepast.

Deze week debatteert de Tweede Kamer over zowel de kabinetsplannen voor één landelijk politiekorps als de voorstellen van de korpsbeheerders. Dan moet blijken of de ambtenaren de klus op tijd klaren of niet.

Behalve de PvdA zijn ook regeringspartijen D66 en VVD kritisch over het kabinetsvoorstel. Het Kamerlid Van Schijndel (VVD) wil alleen over nationalisering praten als daaraan gekoppeld ook een besluit wordt genomen over de vorming van één ministerie van Veiligheid. Dat wil het kabinet juist uitstellen tot na de verkiezingen van 2007. “De VVD is voorstander van een landelijk politiekorps“, aldus Van Schijndel. “Maar een mooi idee vergt ook een goed plan. Wat het kabinet tot nu toe heeft aangeleverd, is onhelder en onvoldragen.“

PvdA'er Straub is tegenstander van een nationaal korps. “Het lost geen enkel probleem op en maakt het land ook niet veiliger.“ Door de politie rechtstreeks onder te brengen bij Binnenlandse Zaken wordt “de lokale invloed op de politie gemarginaliseerd en wordt de politie speelbal van de hijgerigheid in het Haagse circuit“, zegt Straub.