Iedereen wil Tomba even aanraken

Op het oog kabbelt het leven in Turijn voort en lijkt de stad nog niet in de ban te zijn van de Olympische Winterspelen. Achter de schermen nemen de zorgen toe, vooral over de acties van antiglobalisten.

Vlaggen hangen overal in de stad, maar twee dagen voordat het olympisch vuur wordt ontstoken, ademt Turijn nog niet de sfeer van een olympische stad.

Overmorgen beginnen hier de 20ste Olympische Winterspelen. Zodra de vlam brandt, leert de ervaring, wordt het leven van alledag sterk beïnvloed door wat er zich in schaatshallen en op skipistes afspeelt. Tot die tijd lijken, buiten de antiglobalisten, de inwoners van de Noord-Italiaanse stad apatisch te reageren op de Spelen.

Buiten wapperen vlaggen met het logo van Turijn en zijn de sportaccommodaties omzoomd met kilometers felrood olympisch dundoek, maar daartoe blijft het uiterlijke vertoon beperkt. Met uitzondering dan van een paar plekken in de oude Turijnse binnenstad, waar op het Piazza Castello bijvoorbeeld een gigantisch, zilverkleurig, blinkend podium is gebouwd.

Over smaak valt te twisten, maar voor liefhebbers van historische architectuur moet de combinatie van zoveel moderniteit met oude gebouwen een gruwel zijn. Op dat blitse podium worden elke avond de medailles uitgereikt. Een spektakelstuk als dagsluiting, dat is de bedoeling.

Een straat verderop, aan het eind van de Via Pietro Micca, heeft ook het Piazza Solferino een metamorfose ondergaan. De hoofdsponsors van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) - zonder uitzondering multinationals - hebben op het historische plein hun ontvangstruimten gebouwd. Het resultaat: een protserig dorp, waar de luxe is afgeschermd met grote hekken en streng bewakingspersoneel. Voor de omwonenden en het personeel van de belendende kantoren heeft de overgebleven doorgangsruimte de afmeting van een steeg. Maar geklaagd wordt er niet.

Die houding is exemplarisch voor de Turijners, voor wie een dergelijk sponsordorp ook tot spannende ontmoetingen kan leiden. Zoals gisteren toen de Italiaanse oud-skiër Alberto Tomba alleen al met zijn verschijning voor opwinding zorgde. De meervoudige olympisch kampioen is in zijn vaderland nog razend populair. Iedereen wil Tomba, die eenmaal buiten de deur voortdurend wordt gevolgd voor televisiecamera's, zien en het liefst even aanraken.

Hij was gisteren te gast bij het Koreaanse Samsung om in het bijzijn van onder anderen de oud-schaatser Johann Olav Koss het tijdelijke paviljoen te openen. Waar Tomba in de schijnwerpers stond, werd de Noor, met drie gouden medailles bij de Winterspelen van 1994 in Lillehammer toch ook een grote naam, volledig genegeerd.

Hoewel NAVO-vliegtuigen het luchtruim boven Turijn bewaken en scherpschutters in groten getale aanwezig zijn, valt het met de veiligheidscontroles alleszins mee; de stad is helemaal niet een moeilijk doordringbare vesting geworden. Er is controle, maar niet overdreven streng; de benadering is vriendelijk en ontspannen. Bij de ingang van de mediadorpen stelt de controle zelfs helemaal niets voor; de bewakers beperken zich tot een vriendelijk groet.

Die ontspannen sfeer neemt niet weg, dat de Italiaanse autoriteiten zich grote zorgen maken over het welslagen van de Winterspelen. Dat komt vooral door de acties van antiglobalisten, die de fakkeltocht van de olympische vlam enkele keren ruw hebben verstoord. Zij protesteren tegen de aanwezigheid van Coca-Cola als hoofdsponsor van het IOC en tegen de tunnels die voor het spoor van hogesnelheidstreinen moeten worden gegraven. De anti-globalisten vinden ook dat de Spelen een vertekend beeld van Turijn geven. Een van hen zei daarover in de krant La Stampa: “Alles is schoongeveegd, zwervers zijn weg, niemand die zich opdringt om je ruiten te wassen. Bovendien zijn er 1.300 mensen uit hun huis gezet.“

Gisteren riep president Carlo Azeglio Ciampi in een videoboodschap alle Italianen op tot “eendracht en verantwoordelijkheidszin“ om de Spelen in Turijn een succes te laten worden. En Giuseppe Pisanu, de minister van Binnenlandse Zaken, heeft naar eigen zeggen meer angst voor de antiglobalisten dan voor moslimterroristen.