Het gelijk van het verzet

Achteraf lijkt de geschiedenis een geordend, verantwoord proces. Veel hedendaagse individuele vrijheden - seksuele rechten, vrouwenrechten, inspraak bij bestuurlijke beslissingen - dateren uit de late jaren zestig. Toen gingen in Parijs, Amsterdam en elders jeugdigen de straat op om zich “tegen de bestaande orde te verzetten': Provo, mai 68. En met succes: na afloop was de wereld niet meer hetzelfde.

Les amants réguliers van Philippe Garrel - wat mij betreft het hoogtepunt van het Rotterdamse Filmfestival, later dit jaar in de bioscoop - gaat over een groep adolescenten die in mei 1968, uit naam van de nieuwe tijd en zichzelf, in Parijs met de politie vechten. Wel een weinig fleurig beeld van een generatie: als klaplopers teren ze op de zak van een gefortuneerde vriend, en de tijd die ze niet aan vechten met de politie besteden, brengen ze door met opium schuiven en timide liefdesaffaires. De film eindigt met de zelfmoord van de mannelijke hoofdpersoon.

Ik ben het niet eens met andere toeschouwers - een van de mooie dingen van een filmfestival is dat je nog eens gezellig van mening kunt verschillen - die menen dat de film betoogt, hoe voos en vergeefs “mei '68' eigenlijk geweest is. “Niets meer dan de roes van zoekende jongeren“, oordeelt bijvoorbeeld Ronald Ockhuysen op de website cinema.nl. Maar als je het mij vraagt zegt motivatie niet zo heel veel over de betekenis, of het belang, of het gevolg van maatschappelijke actie.

Het komt me voor dat Les amants réguliers eerder een vrij adequaat beeld geeft van de manier waarop adolescenten eind jaren zestig maatschappelijk engagement beleefden. Achteraf wekken betrokkenen, in Amsterdam niet anders dan in Parijs, natuurlijk graag de indruk dat zij door optimisme en veerkracht werden bewogen - eigenschappen die men zichzelf graag toedicht. Maar pubers en adolescenten worden voor een groot deel door bijna tastbare onzekerheid, of zelfs door een zekere morbiditeit bewogen. Dat laat de film, geheel in zwart-wit, goed zien.

Die onzekerheid en morbiditeit maken jongeren niet minder radicaal, of vastbesloten de strijd aan te gaan. Noch minder gewelddadig. Hun motivatie staat ook eigenlijk een beetje los van de kansen op succes, want voor wie geen duidelijk programma heeft of serieuze doelstellingen, is kansberekening problematisch. Wat telt is eerder de confrontatie met de gevestigde macht zelf.

De les van Les amants réguliers is actueel, nu in West-Europese samenlevingen - voor het eerst sinds de jaren zestig - repressie weer volop in zwang raakt als instrument om de maatschappelijke orde te verdedigen. Mij lopen, als kind van de jaren zestig, de rillingen over de rug bij het tempo waarin door de Haagse politiek repressieve strategieën worden geopperd of in praktijk gebracht. Rondhangende probleemjongeren? Opsluiten. Jongeren die niet willen sporen op de arbeidsmarkt? In een kamp laten drillen door sergeanten. Scholieren worden, begrijp ik, in toenemende mate behalve op kennis ook getest op “motivatie en doorzettingsvermogen' om te bepalen naar welk vervolgonderwijs ze mogen.

Een ideale voedingsbodem voor verzet is dit alles. En verzet, zoals dat hoort, neemt altijd vormen aan die voor de gevestigde orde volstrekt onaanvaardbaar zijn: rare baarden, alles bedekkende jurken, vreemde religieuze denkbeelden, om eens wat te noemen. En geweld. On a raison de se révolter, heette het in 1968. Het verzet, als provocatie tegen de misselijkmakende facetten van het bestaande, heeft altijd een beetje het gelijk aan zijn zijde.

woensdag@nrc.nl