Het draat om status, ego en geld

Op elke locatie, ook in Turijn, kan de sporter tot het uiterste worden gedreven. Want het motto van de Spelen is: als er maar gescoord wordt. Ook commercieel.

De Olympische Winterspelen kunnen overal worden georganiseerd, zolang maar kan worden gesport op ijs en sneeuw. Of de ondergrond van kunstmatig gemaakt ijs of natuurijs is, van kunstmatig gemaakte sneeuw of van natuurlijke sneeuw, als de deelnemers maar kunnen skiën, schaatsen, langlaufen, sleetje racen, schansspringen, snowboarden en ijshockeyen. Buiten de arena's mogen de temperaturen tot grote hoogte stijgen en mag de natuur zich onderdompelen in de lente, als de wedstrijdomstandigheden maar overeenkomen met het begrip wintersport.

Turijn, de stad waarin en waar omheen vanaf 10 februari de twintigste Winterspelen gedurende twee weken worden gehouden, is per definitie geen locatie die doet denken aan wintersport. Zeker valt er regelmatig sneeuw in de hoofdstad van Piemonte en zijn de wateren 's winters wel eens bevroren. Maar wie aan wintersport denkt, denkt nooit aan Turijn. Sterker: de inwoners denken bij wintersport vooral aan een duur uitstapje naar de naburige Alpen, bijvoorbeeld naar Sestriere, het chique skioord waar de familie Agnelli van de Fiat-fabrieken en haar kennissenkring zich sinds jaar en dag vermaken op de skipistes, in de hotels, restaurants en bars.

Groen of wit, natuurlijke ondergrond of kunstmatige, de Winterspelen gaan altijd door, waar ook ter wereld. In dit geval: de stad Turijn en de provincie Piemonte willen het, omdat het evenement zoals elk groot sportevenement van groot economisch belang is. Een evenement zoals de Winterspelen is namelijk niet meer en niet minder van economisch belang. De ogen van sportliefhebbers zullen straks gericht zijn op Turijn. De media zullen niet nalaten te berichten over toestanden en situaties buiten de arena's. De televisiecamera's zullen de schoonheden van Turijn, haar pleinen, musea, basilieken, producten zoals wijn, chocolade en auto's, en 's werelds beroemdste voetbalvereniging Juventus belichten. Ze zullen niet zwijgen over de historie van de Savoyaanse hoofdstad van weleer.

De Winterspelen zijn sinds de eerste uitvoering in 1924 in Chamonix in navolging van de Zomerspelen en het wereldkampioenschap voetbal geleidelijk aan een niet te omzeilen vorm van volks- en mediavermaak geworden. Steeds meer landen, ook waar de natuur geen sneeuw en ijs biedt, sturen deelnemers naar de Winterspelen. Zoals Jamaica met een bobsleeploeg en Afrikaanse landen met een handvol skiërs. Meedoen, zich laten zien, een graantje meepikken - wie wil dat niet? Landen, sporters, handelsgeesten, politici, media: iedereen wil zich laten zien in de wereld van de wintersport, zoals in de wereld van alle sporten. Wie zich niet laat zien, telt niet mee.

Zo had de Fransman Pierre de Coubertin, de stichter van de moderne Olympische Spelen, het niet helemaal bedoeld. Hij zag bijvoorbeeld heel weinig in aparte Winterspelen naast de Zomerspelen. Sport is sport, houden zo. Sportlanden bij uitstek, in die tijd Noorwegen en Zweden, waren er zelfs lange tijd fel tegen gekant dat ze er zouden komen.

Zweden hield al sinds 1901 om de vier jaar “Noordse Spelen' en vreesde dat die in het gedrang zouden raken als er Olympische Winterspelen kwamen. Toch konden De Coubertin en zijn geestverwanten de evolutie van topsportbeoefening niet tegenhouden. Zij moesten toestaan dat wintersporters tijdens een olympisch congres in 1921 elkaar vonden: afscheiding tussen Zomerspelen en Winterspelen.

Zo werd het organiseren van de Winterspelen even belangrijk als het organiseren van de Zomerspelen. Zo evolueerde de sport, zo veranderde de ideologie van sport. Zo werd sport meer dan sport. Sport kreeg economische betekenis, narcistische betekenis en nationalistische (nog meer: chauvinistische) betekenis, waardoor sport steeds meer vervreemdde van het oerbeginsel: bewegen en presteren ter meerdere eer en glorie van gezondheid van lichaam en geest. Vermaak overvleugelde de lichaamscultuur. Sport werd meer passief vermaak dan actief vermaak.

Nu gaat het er niet meer alleen om dát een land deelnemers uitzendt, maar meer hoeveel, of nog meer hoeveel kanshebbers op een medaille (nog erger: hoeveel kanshebbers op gouden medailles). Ranglijstjes, wie heeft de meeste deelnemers. Ranglijstjes, wie heeft de meeste medaillekansen. En na afloop: ranglijstjes, wie heeft de meeste medailles. Ranglijstjes, welke sporter en welk land heeft de meeste, welke coach, welke technisch-directeur, welke verantwoordelijke politicus, welke sportbond, welke krant, welke omroep, welke journalist. Wie het meest heeft gescoord krijgt een prijs, in de vorm van een symbool, geld of subsidie. Status, ego en geld vormen een onlosmakelijk trio. Sport heeft zichzelf als doelstelling overstegen.

Bijna honderd jaar lang namen aan Olympische Spelen alleen atleten deel die uit liefhebberij en fanatisme aan topsport deden. Amateurs werden ze genoemd. Totdat bleek dat sommige amateurs hun trainingen konden intensiveren dankzij financiële tegemoetkomingen van geïnteresseerde handelsgeesten en nationalistische politici (eerst het Oostblok, later de VS en vervolgens andere westerse landen). Liefhebbers maakten van hun hobby hun beroep. Dat was tegen de beginselen van baron De Coubertin, die toch liever had dat sporters hun sport uit liefhebberij bedreven, belangeloos dus - alleen voor zichzelf.

In het begin van de jaren tachtig konden ook de erfgenamen van De Coubertin niet meer verhinderen dat sporters zich financieel dus ook moreel lieten ondersteunen door mensen die wilden meeprofiteren. Het publiek wilde bovendien dat de beste sporters deelnamen aan de Olympische Spelen - en niet alleen amateurs. De beste deelnemers als hoogste vermaak.

Het publiek ging bepalen wie deelnam. De media gingen bepalen wie deelnamen, wat interessant is om te verslaan. Publiek en media werden bondgenoten. Nationalisme - en nog meer chauvinisme - werd bepalend. De ontideologisering van sport als beoefening en loutering van lichaam en geest zette zich voort.

Wat de Olympische Winterspelen in Turijn en omstreken de komende weken zullen laten zien aan lichamelijke exercities zal fascinerend zijn. Hoe mensen zich hebben kunnen ontwikkelen in fysieke zin dankzij nieuwe trainingsmethoden en nieuwe technologieën, en in mentale zin door nieuwe psychologische inzichten en regimes.

Daarnaast zal het nationalisme zich nog nadrukkelijker dan voorheen manifesteren. Niet het aantal medailles, maar het aantal gouden medailles bepaalt de gemoedsrust van de natie en haar zogenaamd betrokken politici. Welk land het hoogste scoort, is winnaar.

In Turijn worden ego's gemaakt en afgebroken. Laten de deelnemers en hun volgers eens naar de Duomo Dan Giovanni aan de Via San Domenico gaan. Daar hangt de Heilige Lijkwade met een anatomisch juist negatief van een dode die door kruisiging is gestorven. Sportmensen die zich wensen te vereeuwigen door uitputting tot de medaille erop volgt, kunnen daar inspiratie opdoen.