Hans Beerekamp

Het NOS Journaal vond het verwerven van de catalogus van Endemol door KPN belangrijk nieuws en wilde ons doen geloven dat we binnenkort naar oude afleveringen van Medisch Centrum West op onze mobiele telefoon gaan kijken. Alleen al het formaat van zo'n telefoonschermpje - hoog en smal - maakt het volledig ongeschikt voor oude televisie, zo werd aanschouwelijk gedemonstreerd.

Benieuwder ben ik naar de zestig zenders die KPN via internet op mijn televisie belooft door te geven en hoe dat gezelschap zich zal verhouden tot het net door mij verworven digitale pluspakket van UPC. Het installeren was een heel gepruts en mijn videorecorder doet het nog steeds niet, maar ik heb nu wel toegang tot de raarste kanalen. Er zijn er met oude popmuziek, met alleen maar beelden van motoren of bootjes, met Tsjechische homoporno en gevaarlijke sporten. De grootste aanwinst vind ik naast BBC3 en 4 Turner Classical Movies (TCM), waar je dag en nacht naar oude Hollywoodfilms kunt kijken en altijd wel een western van John Ford of een MGM-musical valt te bewonderen.

Soms verdwijnt er zonder verklaring ineens een zender, zoals onlangs de Portugese publieke omroep RTP. Een paar favorieten uit het analoge kabelpakket ontbreken totaal: RTV Noord-Holland, de lokale Amsterdamse zenders Salto 1 en 2 én de Frans-Duitse cultuurzender Arte. Daarvoor moet ik dus weer terugschakelen naar analoge ontvangst, wat vrij eenvoudig te doen valt, maar elegant is het niet, om voor mij te kiezen dat ik liever mode en Amerikaanse sporten zie dan cultuur.

De thema-avond van gisteren bij Arte droeg als titel: Waar is de arbeidersklasse gebleven? Een goede vraag, vooral in landen als Frankrijk en Duitsland, waar een zekere traditie bestaat van een sterk proletariaat met een eigen cultuur. De avond bleek te bestaan uit twee documentaires en een kort praatje, waarin één keer het woord “globalisering“ viel. Dat is niet veel, bij wijze van verklaring. Waar Felix Rottenberg in een blauwe overall zondag in Tegenlicht (VPRO) ondernemers bevroeg over de onbetaalbaarheid van de arbeidskosten en de noodzaak om een nieuwe werkende elite tot stand te brengen, lijkt men elders in Europa nog vooral verbaasd over het verdwijnen van fabrieksarbeid.

Mooi is het wel, die nostalgische folklore, die aansluit bij warme gevoelens van weleer. De Duitse documentaire heette, naar Bertolt Brecht, Weil du auch ein Arbeiter bist en liet zien hoe je van de lopende band achter een computer kunt belanden of uit de mijn op een brandweerauto. In 1991 telde Duitsland veertien miljoen arbeiders, nu nog maar tien miljoen. Dat is best veel, zou ik denken.

Decazeville après la casse toonde de ontreddering van een mijnstadje in de Aveyron, waar een linkse regering in 1987 nog beloofd had de kolenmijnen en de hoogovens open te zullen houden. Dat was niet verstandig, want niet realistisch en dus een grote desillusie. In Decazeville woonden en werkten veel vluchtelingen voor Franco en Mussolini, dus kende het grauwe, nu doodse stadje een rijke anarchistische en communistische traditie. Van oude mensen en dingen die voorbijgaan, zo'n film was het dus, ook al opperden de makers manmoedig meer investeringen in de sector dienstverlening. Europa droomt verder.