Handelsboycot

De opschorting van de handelsbetrekkingen met Denemarken, afgekondigd door Iran als vergelding voor publicatie van de Deense Mohammed-cartoons, vraagt om een principiële reactie van de Europese Unie. De politieke verlegenheid van de EU met deze splijtende rel is groot. Net als andere multinationale organisaties (de Verenigde Naties bijvoorbeeld) roept het EU-bestuur op tot kalmte en wederzijds respect. Dat is heel goed, maar de Denen voelen zich met recht toch een beetje door Europa in de steek gelaten. Politiek kan de Unie niet veel, en zeker niet in zo'n gevoelige kwestie waarmee de lidstaten zich niet door Brussel in de wielen willen laten rijden. Maar met een handelsboycot ligt dat anders. De Iraanse strafmaatregel tegen één lidstaat kan worden opgevat als een sanctie tegen de EU als geheel. Dat zou om een passend antwoord vragen.

De Europese Commissie kan dit niet te lang uit de weg gaan. Het EU-bestuur liet gisteren weten de boycot van de Deense handel en producten te betreuren en de situatie te bestuderen; een reactie die op voorzichtigheid duidt. Het is begrijpelijk en terecht dat noch Commissievoorzitter Barroso noch huidig EU-voorzitter Oostenrijk olie op het vuur wenst te gooien. Maar het is net zo belangrijk om Iran te laten weten waar de grenzen liggen. Die zijn met het escalatiewapen van de handelsboycot overschreden, en in die zin verdient Denemarken meer steun van de Unie dan het nu krijgt.

Iran heeft er alle baat bij om door middel van anti-Europese protesten de aandacht af te leiden van die andere grote zaak: de onenigheid met de EU-onderhandelaars Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië over het atoomprogramma van Teheran. De gesprekken daarover zijn vastgelopen en de kwestie wordt nu op initiatief van het Internationaal Atoomenergie Agentschap voorgelegd aan de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Iran kan met deze stap in het nauw worden gedreven. Zeker als de twee bondgenoten van Iran in de Veiligheidsraad - Rusland en China - het land wegens zijn nucleaire activiteiten steun zouden onthouden. Niets beters voor gestagneerde diplomatie dan een afleidingsmanoeuvre met een eigen dynamiek. Voor Teheran komt de spotprentenstrijd dan ook als geroepen.

De Europese Unie moet zich hierdoor niet van de wijs laten brengen. Het gaat nu om een cartoonrel en de gevolgen daarvan die ongedaan moeten worden gemaakt. Een beleid dat stoelt op twee sporen lijkt het beste. Een pragmatische aanpak waar het de zaak zelf betreft; inderdaad het soort retenu betrachten dat ook de Britten en Amerikanen in acht nemen en dat gebaseerd is op achting voor religie. En een principiële aanpak waar het de gevolgen betreft. Een handelsboycot mag niet onbeantwoord blijven. Juist wat economische tegenmaatregelen betreft heeft de Unie het nodige in huis.