“Een medaille zou ganz toll zijn'

Veteraan Georg Hackl (39) neemt in Turijn voor de zesde keer deel aan de Winterspelen. Een evenaring van een record. Daarna hoopt de Duitse rodelaar IOC-lid te worden.

Georg Hackl Foto AP Germany's Georg Hackl celebrates in the finish area after taken the third place at the men's Luge World Cup near Koenigssee, southern Germany, Saturday, Jan. 7, 2006. Armin Zoeggeler from Italy won ahaed Tony Benshoof of the U.S.. (AP Photo/Kerstin Joensson) Associated Press

Wie de kneuterigheid van zijn sport ontstijgt en grote bekendheid geniet tot ver buiten de grenzen van zijn vaderland, moet bijzonder zijn. En dat is Georg Hackl, de Duitser die zijn faam dankt aan het rodelen, een sport die vooral een feest van herkenning oproept bij kinderen. Welk kind wil niet op een sleetje zo hard mogelijk van een helling suizen?

Hackl heeft het begrip “sleetje rijden' een extra dimensie gegeven door 25 jaar lang op voortdurend door hemzelf verbeterde sleeën alle hoofdprijzen te winnen, waaronder drie gouden en twee zilveren olympische medailles. Hackl neemt voor de zesde keer deel aan de Winterspelen, een record dat hij straks deelt met zes anderen, onder wie oud-schaatser Colin Coates uit Australië.

Op televisie lijkt Hackl in dat gladde, aërodynamische pak op die kleine slee een boom van een kerel. Die combinatie geeft een vertekend beeld. In werkelijkheid is hij een relatief kleine, maar pezige man. De rodelaar ontpopt zich tijdens het gesprek als een emotioneel en argwanend mens; zijn vertrouwen is schijnbaar iets te vaak geschaad.

Hem interviewen komt neer op het spelen van een schaakpartij met gevoelens. De ene keer wil Hackl eerst weten wat de achtergrond van een vraag is, de andere keer ervaart hij een vraag als een provocatieve mening. Soms verwoordt hij zijn verontwaardiging met “Was sagst du jetzt“ of schuift hij naar het puntje van zijn stoel om verongelijkt te roepen “Moment mal, das kann doch niet wahr sein.“ Maar hoe moeizaam ook, vervelend wordt een gesprek met Hackl nooit.

Zelfs op een onschuldige vraag kan de Duitser als een opgeblazen kikker reageren. Bijvoorbeeld of hij na zoveel jaar niet genoeg heeft van rodelen. “Nééééééé“, reageert de drievoudig olympisch kampioen op een toon alsof hij water ziet branden. “Mijn lichaam is versleten, niet mijn geest. Rodelen is en blijft mijn sport.“

En gevraagd naar zijn mening om doping vrij te geven, ontploft Hackl bijkans. “Um Gottes Willen, nein. Realiseer je de consequenties. Er zullen doden vallen.“

Waar Hackls achterdocht vandaan komt, wordt niet duidelijk. Mogelijk heeft hij de scheiding met zijn vrouw nog nauwelijks kunnen verwerken. Zijn neiging naar zwaarmoedigheid kan ook een gevolg van fysiek malheur zijn. Afgelopen zomer is de Duitser geopereerd aan een tussenwervelschijf in zijn rug met als nawee een zenuwontsteking in zijn linkerarm, waardoor zijn armkracht met 50 procent is afgenomen. Een grote handicap, vooral bij de start.

Leek het in de winter allemaal nog goed te komen toen Hackl zich - tegen alle verwachtingen in - plaatste voor de Olympische Spelen, eind januari belandde hij met een virusinfectie in het ziekenhuis. Het gevolg: een week uit de roulatie, drie kilo gewichtsverlies, achterstand in de training en een aanslag op zijn moreel. “Verwacht niet te veel van mij in Turijn, zeker geen vierde gouden medaille. Maar áls ik een medaille win, zou dat ganz toll zijn.“

Hoe graag Hackl zich ook in een underdog-positie wil manoeuvreren en hoe begrijpelijk dat ook is, het zal hem op grond van zijn reputatie niet lukken. In Duitsland weet men niet beter of Hackl is een garantie voor succes. “Mein Gott, de mensen zijn het gewoon gaan vinden dat ik een medaille win.“ En met een diepe zucht: “Het is niet reëel verwachtingen te hebben op grond van iemands naam.“

Aan zijn materiaal zal het niet liggen, want Hackl heeft zijn slee traditiegetrouw pico bello in orde. Hij draagt niet voor niets de bijnaam “de professor'. De Duitser is zeer geïnteresseerd in de technologie van zijn sport en hij komt elk jaar met een door hem zelf gemodificeerde slee. “Dat is de grondslag van mijn succes“, zegt hij, zonder details te willen prijsgeven. Met de nodige terughoudendheid: “Ja, ik werk voor de ontwikkeling van de slee nog steeds nauw samen met autofabrikant Porsche. Verder zeg ik er niets over.“

Spraakzamer is Hackl over zijn ambitie lid te worden van de atletencommissie van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). De Duitse sporters hebben hem naar voren geschoven voor de verkiezingen, die tijdens de Spelen plaatshebben. Als de atleten in Turijn in meerderheid op Hackl stemmen, wordt hij ook automatisch IOC-lid.

De rodelaar ziet het pluche als een logisch vervolg op zijn sportieve carrière. “De Olympische Spelen hebben me veel gebracht; op die manier kan ik iets terugdoen. Ik wil me inzetten voor behoud van de olympische gedachte. Hoewel de sport niet zonder sponsors kan, wil ik verdere vercommercialisering van de Spelen voorkomen. De Olympische Spelen moeten een onbedorven mondiaal podium voor de sportende jeugd blijven.“

Daarnaast zijn de Spelen volgens hem van groot belang bij popularisering van kleine sporten en versterking van het gevoel van eigenwaarde van zijn beoefenaars. “Voetbal en Formule I krijgen ongehoord veel media-aandacht, maar eens in de vier jaar zijn wij aan de beurt. En dat moet zo blijven.“

Als toekomstig IOC-lid denkt Hackl eveneens een bijdrage te kunnen leveren aan de strijd tegen doping - in zijn ogen het grote kwaad in de sport. Hij geldt als een hardliner met een afkeer van liberalisatie.

Over het vrijgeven van doping denkt Hackl compromisloos: “Dan bestaat het gevaar van een kettingreactie waarvan niemand de gevolgen kan overzien. Iedereen wil immers degene die boven hem staat verslaan. Dat kan het zelfs zo ver komen dat ouders hun kind van dope voorzien. Daar moet ik niet aan denken. We hebben in de voormalige DDR gezien waartoe doping kan leiden.“

Overigens is Hackl al vertrouwd met een bestuurscultuur, want de rodelaar is namens de CSU al lid van een regioparlement, de Kreistag Berchtesgadener Land in Zuid-Duitsland.

Zijn politieke voorkeur vormt geen belemmering voor bijvoorbeeld het vinden van sponsors “Dat wordt algemeen geaccepteerd. Het wordt pas een probleem als ik me zou aansluiten bij een extremistische partij.“