Dioxinevlees in slachthuis

Van ongeveer 3.600 varkens met een te hoog dioxinegehalte is vlees in Nederlandse slachthuizen terechtgekomen. Dat heeft de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) vanmorgen laten weten. De overschrijdingen vormen volgens de VWA geen gevaar voor de volksgezondheid.

Het vlees van de geslachte varkens uit een steekproef bevatte in drie gevallen 1,3 en 1,5 picogram dioxine per gram vet. Dat mag maximaal 1,0 picogram per gram vet zijn. Waarschijnlijk is het vlees geëxporteerd. Mogelijk is het al opgegeten.

De dioxine is via het voer - waarin vervuild Belgisch varkensvet was verwerkt - in de varkens terechtgekomen. In Nederland, België en Duitsland zijn enkele honderden varkens- en pluimveehouderijen uit voorzorg geblokkeerd.

Volgens het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) moet de controle op gevaarlijke stoffen die niet in voedsel thuis horen, zoals dioxinen, worden verbeterd. De overheid moet hier de komende jaren extra mankracht en geld in steken, vindt het CBL.

De supermarktkoepel noemt het onbegrijpelijk dat de “veevoersector en de veehouderij het weer zover heeft laten komen“. Daarbij heeft de organisatie er weinig begrip voor dat het Belgische bedrijf dat de bron was van een groot dioxineschandaal in 1999 nu onder een andere naam de kans heeft gekregen ingrediënten te leveren en zo opnieuw in de fout kon gaan.

Het Productschap Diervoeder vindt dat de huidige dioxinekwestie juist laat zien dat het controlesysteem steeds beter werkt. Nadat de vervuiling was ontdekt, is de bron van de vervuiling snel getraceerd en zijn de betrokken veehouderijen snel gevonden, aldus een woordvoerder van het productschap.