De Playboy en het Verre Oosten

Vlakbij het chique winkelcentrum Plaza Indonesia middenin Jakarta duiken ze in groeiende aantallen op: gedreven moslims met spandoeken en met lucifers waarmee ze kranten in de brand steken. Nee, niet om de Deense vlag te verbranden. Het zijn meest tabloids van plaatselijke makelij en de brand gaat erin omdat ze vol met schaars geklede vrouwen staan. De moslims - meest mannen - zijn lid van de Anti-Ondeugd-Beweging en hun actie is een vingeroefening voor wat moet gaan komen. Want grote moslimorganisaties lopen zich warm om kabaal te maken tegen wat zij beschouwen als een regelrechte provocatie van de natie: de introductie van het maandblad Playboy op de Indonesische markt.

Het oogt misschien als rellerigheid van het vermakelijke soort, maar het gaat in dit land om een doodernstige zaak en het raakt precies de mentale G-spot van deze grootste moslimnatie ter wereld. Waar houdt vrijheid van mening op? Waar begint decadentie? Waar is de staat aan zet? De Deense cartoons kun je nog beschouwen als internet-vlambaarheid: het biedt de kans om woede, frustratie, geloofsijver en lotsverbondenheid over een halve aardbol tegelijkertijd van daden te voorzien. Voor islamitische regeringen is het ook overzichtelijk: ze spreken in variabele toonhoogten “schande' van het goddeloze Europa, manen tot kalmte en sluiten daarmee in eigen land althans de gelederen weer. De Playboy daarentegen vinden ze hier veel lastiger - want het overzichtelijke “wij' tegen “zij' ontbreekt.

Indonesië heeft met de verjaging van president Soeharto in 1998 een vrij medialandschap ontwikkeld. Daarin floreren enkele serieuze kranten en ernstige televisiestations en daarnaast verschijnt er een hoop vluchtigheid, vermaak en betrekkelijk onschuldige ranzigheid.

Dit is de ene kant van de alledaagse realiteit. De andere is die van een land waar godsdienst al meer dan een decennium een opmerkelijke herleving doormaakt en het overgrote deel zich als moslim beschouwt. Moskeeën rijzen als paddestoelen uit de grond en een meerderheid van de bevolking leeft in familiezaken volgens de wetten van de sharia. En zoals de “herboren christenen' in de Verenigde Staten zich meester pogen te maken van de politieke agenda, zo zijn diverse islamitische organisaties in Indonesië actief om hun religieuze mores en opvattingen zoveel mogelijk in de wetten van het land onder te brengen.

En daar komt dan plotseling de aankondiging van een Indonesische uitgever dat hij de Bahasa-rechten van Playboy heeft gekocht. Aanvankelijk probeerde deze uitgever de eerste golven van verontwaardiging nog te pareren, zoals de meeste uitgevers van Playboy-edities in de wereld vroeger deden: hij meldde eerst dat ook de Indonesische editie zich zou onderscheiden door de fameuze literaire en politiek-intellectuele interviews, waar Playboy om bekend stond. Hadden persoonlijkheden als Fidel Castro en John Lennon hun beste interviews niet gegeven aan Playboy?

Vervolgens prikkelde hij in de media een discussie over de esthetische aspecten van het menselijk lichaam. Maar het mocht allemaal niet baten. Sterker nog: Playboy ontwikkelt zich inmiddels meer en meer tot aanjager van botsende emoties over rechtsstaat en identiteit van de Indonesische republiek. Parlementariërs zitten ermee, want ze worden heen en weer geschud tussen moreel-geïnspireerde flinkheid tegen het zedenverval en de werkelijkheid van een democratische rechtsstaat met een saus van westerse makelij.

De Indonesische regering zelf is het laatste anderhalf jaar betrekkelijk succesvol bezig om te leven naar de spelregels van de democratie. Maar zij kan anderzijds de gevoelens van een grote godsdienstige beweging ook niet straffeloos veronachtzamen.

Dim Syamsuddin, voorzitter van 's werelds grootste moslimorganisatie, eist van regering en parlement een “ferm standpunt en een rechte rug“ nu de geplande datum van publicatie van Playboy, in maart, nadert. Hij heeft alvast escalatie van acties in het vooruitzicht gesteld. Vice-president Jusuf Kalla probeert een subtiel evenwicht te koesteren. Na zijn vrijdaggebed in de privé-moskee van zijn residentie zei Kalla tegen een dringende schare verslaggevers: “Ik hoop niet dat Playboy hier wordt gepubliceerd, de regering is het er niet mee eens.“ Maar hij voegde er in één adem aan toe dat de regering hier niet over gaat: “De regering heeft geen bevoegdheden meer als het gaat om vergunningen voor massamedia en de media zouden razend zijn als we dat weer zouden invoeren.“ Het standpunt van de regering was echter ondubbelzinnig: “Naakt is tegen onze ethiek, het is hier Amerika niet.“

Playboy staat voor de decadentie van het Westen. In Singapore is het blad simpelweg verboden. In deze mild-autoritaire stadstaat is het helemaal niet de sharia die de morele toon zet, maar is het een regering van overwegend Chinezen die niet van bladen als Playboy gediend is. Singapore heeft zijn moderne identiteit gevonden in een gemeenschap van brave en vlijtige burgers, die hard werken en de traditionele waarden van familie en gezin koesteren. Seks, drugs en, in mindere mate, rock'n roll worden hardhandig buiten het land gehouden. In deze politiek van de zogeheten Aziatische waarden en normen past geen publieke onzedigheid, laat staan publieke obsceniteit.

Maar het welvarend gedisciplineerde Singapore van 3,8 miljoen inwoners is niet het arme, chaotische en pril-democratische Indonesië van 225 miljoen inwoners. God en Allah hebben hier een veel gevarieerder gezelschap kostgangers en iedereen ruikt kansen in de nieuwe democratie.

De Playboy-betogers op straat zijn trouwens eigenlijk helemaal niet zo radicaal. Anders dan hun anti-cartoon-collega's voor de Deense ambassade doen ze het ook niet voor CNN en wat westerse cameraploegen en hoeven ze dus ook geen provocerende teksten te scanderen.

De Playboy-haters willen, zo zeggen ze, slechts een zedige democratie en is dat soms te veel gevraagd?