De Noren kunnen niet verliezen

Het geheim achter de comeback van de Noorse schaatsers? “Hard werken“, zegt coach Mueller. Dat lijkt eenvoudig. Maar simpel is het nou juist niet.

Een van de 750 appartementen in het olympisch dorp in Turijn Foto AP ** FILE **Multicoloured buildings part of Torino 2006 Winter Olympics' village as they appear in Turin, Italy, during their presentation to the press on Dec. 22, 2005. Started in Sept. 2003, stretching over more than 90 thousand square metres, the Olympic Village includes some 52 thousand square metres of residences which develop along with 750 apartments and 40 thousand square metres dedicated to the village services. (AP Photo/Massimo Pinca/files) Associated Press

“Nice', fluistert Peter Mueller schor, uitgeput en licht ontroerd in een hoekje onder de tribune van het Vikingskipet in Hamar. De huldiging na het EK Allround. “Twee Noorse vlaggen en in het midden een Italiaanse. Straks in Turijn hoeven we alleen de volgorde om te draaien.“

Op weg naar de kleedkamer wordt de Amerikaanse coach van de Noren aangeklampt door een journaliste. Hoe dat voelt, zo'n nederlaag. Twee minuten later knalt er een deur. “Een nederlaag noemt ze dit! Hoe stom kun je zijn? Ervik tweede, Bøkko derde in het klassement. Winst op vijf en tien kilometer. Vier man bij de beste vijf op de lange afstanden. Een superweekend voor Noorwegen!“

En misschien wordt de belangrijkste klap wel uitgedeeld op de dinsdag ná het EK. Op de baan de Noren en de Nederlandse ploeg van TVM, die in Hamar de laatste voorbereiding treft voor de Winterspelen van Turijn. Rustig herstellen van het zware EK, met drie afstanden op één dag? Niet voor de Noren. Zware trainingsblokken van acht, negen en dertien minuten. Zie de Nederlanders kijken. Dan van het ijs af en een stevige serie schaatssprongen toe. Ziezo, die zit! Mueller: “Kost ons echt geen enkele moeite. Als je weet wat mijn schaatsers in de zomer hebben gedaan, is dit peanuts.“

Tussen Hamar en Lake Havasu, Arizona liggen negen maanden en wat uren vliegen. Big Kids Disneyland, noemt Mueller de plaats waar hij in de zomer het liefste is. Speedboten, siliconen, casino's en klatergoud, tot een exacte kopie van de London Bridge toe. Las Vegas ligt op 300 mijl, een kattensprongetje met zo'n machtige four wheel drive als die van Mueller.

Begin april loopt het tegen de dertig graden. Elfhonderd pk's stuwen de boot in no time tot 140 mijl per uur. Om een paar minuten later uit te dobberen op de Colorado River, in het decor van een western. Hengel uitgooien, koud blikje Coors. En dan? Blik op het horloge, mobiel pakken en bellen met Noorwegen. “O! This is Pete. Heb je vandaag gefietst? Alleen fietsen als je echt zin hebt. Luister naar je lichaam!“ Zelfs hier komt Mueller niet los van schaatsen. Even vragen hoe het met “O' is, superstayer Øystein Grødum. De avonden gaan op aan het schrijven van trainingsprogramma's. Morgen komt een Noorse tv-ploeg. Vakantie.

Twee maanden later rammelt Peter Mueller in een gehuurde Mercedes-bus over slechte weggetjes rond het Zuid-Franse Montpellier achter zijn schaatsers aan, die intervals fietsen op basis van individuele trainingsprogramma's. In de middag is er anderhalf uur krachthonk. Dan op naar de atletiekbaan, sprint- en sprongseries, weer anderhalf uur. En 's avonds video kijken, een opgenomen rolschaatstraining, de kurk van Muellers programma. Vier uur per dag, vier tot vijf dagen per week. “Eric Heiden was een trainingsmachine“, zegt Mueller. “Jongens als Gianni Romme en Erben Wennemars konden zichzelf vermoorden. Maar zoals deze ploeg... Ze doen alles wat ik ze vraag. En nog met een glimlach ook!“

Op de laatste avond van hun enige buitenlandse zomerkamp is het barbecue bij de Noren. Mueller roostert vlees, Ervik mengt cocktails en iedereen brult mee met de bekende Noorse ode aan Johann Olav Koss. Het is lang onrustig rond Montpellier, maar de volgende ochtend om zeven uur wordt er wel gewoon getraind. En zo, hup, het vliegtuig in naar Oslo.

Oktober is het draaipunt in het seizoen van elke schaatser. Hoe betaalt alle zomerse arbeid zich uit op het ijs? Zelfs Sven Kramer twijfelt, op trainingskamp in Inzell. “Twijfel is niet slecht“, stelt Mark Tuitert zichzelf gerust. Maar de Noren twijfelen niet. Ze werken. Harder dan wie ook, drie keer per dag en voluit. De Nederlandse concurrentie volgt het met argusogen. Trainingswedstrijden bevestigen hun indruk: wereldrecords op buitenijs, heya Norge op elke afstand. “How the fuck can we lose in Torino“, grapt Peter Mueller. Later, serieus: “In 25 jaar als coach heb ik me bij de seizoenstart nooit comfortabeler gevoeld dan nu.“

Toch... In een groep van veertien schaatsers ontstaan altijd problemen. Neem Rune Stordal, de verrassende wereldkampioen 1.500 meter van vorig jaar, normaal gesproken sfeermaker. Maar nu? “Deze periode is cruciaal voor zijn seizoen“, peinst Mueller. “Rune heeft grote moeite om de anderen te volgen, maar ik kan ze niet laten wachten. Die jongens zijn nu gewoon beter. Topsport is keihard.“ Het raakt hem. In Stordal had hij vorig jaar iets van zichzelf teruggezien, als schaatser. “Pure liefhebber.“

Bij de start van de internationale competitie, half november, worden de zorgen niet minder. Øystein Grødum was vorig seizoen de eerste Noor sinds Johann Olav Koss die de World Cup op de lange afstanden won. Nu wil het niet lukken met de leider van de Noorse roedel. Hij schaatst met de week minder. Daar staat tegenover dat het niveau van de rest hoog is. Eskil Ervik en Lasse Saetre horen bij de beste stayers van de wereld. Jongeren als Maren Haugli, Michael Flygind Larsen en Håvard Bøkko maken sensationele sprongen voorwaarts. Mueller kan niet anders dan tevreden zijn. Maar... Grødum baart zorgen en gewonnen is er niet.

Turijn nadert, de blik vernauwt. De wereld een ijsbaan. Wie voelt wat Mueller voelt? Hoofdpijn, griep, een zwaar EK. Op zondagavond om half tien, als de kleedkamerdeur dicht is, telt hij zijn zegeningen. Håvard Bøkko blijft verbazen. “He's Heiden“, zegt zijn coach. “En hij heeft een grotere auto dan Sven Kramer!“ Ook dat telt, in zijn wereld van altijd durende competitie.

Andere meevaller: op de tien kilometer is Øystein Grødum erdoor gekomen. Mueller kijkt naar het besmeurde schaatspak dat drie meter bij hem vandaan ligt. “O shit himself in de laatste bocht“, zegt hij bijna vertederd. Vier dagen hiervoor stond hij nog in smoking naast de Noorse koning, bij zijn verkiezing tot coach van het jaar. En een week na het EK tekent hij een topcontract tot 2010. “Ik ben benieuwd wie er in Nederland zoveel verdient.“

Topsalaris, glamour, succes. Maar alles heeft een prijs. In de laatste weken voor Turijn slaapt Mueller nauwelijks meer, de jack and coke ten spijt. Nog even de laatste trainingsschema's verfijnen, constant bezig met details. Nu mag het niet meer mis gaan. Geen ruimte voor negatief denken, geen ruimte voor toeval. “In mijn hele carrière als coach heb ik nog nooit zoveel opties op succes gehad als nu!“

In november verscheen van de hand van Maarten Scholten het boek “Op dun ijs, het verhaal van Peter Mueller'. Uitgeverij Arko Sports Media, ISBN 90-77072-92-6.