De lonen blijven laag

De Britten hebben tot dusverre geen spijt van hun besluit om de deur wijd open te zetten voor werknemers uit de nieuwe lidstaten van de EU. Die zijn inmiddels tot in alle uithoeken van het land, maar bovenal in Londen, te vinden. Niet alleen als loodgieter maar ook als bouwvakker, schoonmaker, verpleegster, tandarts, vioolleraar en au pair.

In totaal zijn er sinds de toetreding van de nieuwe lidstaten in mei 2004 ten minste 300.000 mensen uit de nieuwe lidstaten naar Groot-Brittannië gekomen, het grootste deel uit Polen. De werkelijke aantallen liggen vermoedelijk nog beduidend hoger omdat lang niet alle migranten zich formeel laten registreren.

Premier Tony Blair erkende afgelopen najaar dat het geen makkelijke beslissing voor zijn regering was geweest om geen restricties op te leggen. “Maar ik constateer dat onze economie ervan heeft geprofiteerd, vooral Londen.“

Ook de gouverneur van de Bank of England, Mervyn King, toonde zich ingenomen met de vele migranten. Volgens hem hebben die voorkomen dat de Britse lonen te hard stegen tijdens de economische bloeiperiode in de afgelopen jaren. Dat is overigens precies waarom de vakbonden, die sterk aan macht hebben ingeboet sinds de jaren '80, niet altijd even gelukkig zijn met de nieuwkomers. Die zijn immers bereid om voor een fractie van het loon van autochtone Britten hetzelfde werk te doen.

De Britse economie heeft het de afgelopen jaren beter gedaan dan die in veel andere West-Europese landen. Een deel van die groei lijkt te danken aan de wijze waarop de Britten hun arbeidsmarkt hebben opengezet. De werkloosheid bleef er voor Europese begrippen laag.