CAO geldt niet meer voor iedereen

Een werkgever mag een CAO die door een kleine vakbond is afgesloten niet zo maar op iedereen toepassen, vindt de rechter.

Iedereen heeft hem, maar niemand kent hem: de standaardbepaling dat als de vakbond en de werkgever een nieuwe CAO sluiten, die automatisch geldt voor alle werknemers, ongeacht of ze vakbondslid zijn.

De reden waarom veel werknemers dit artikel, het zogeheten incorporatiebeding, niet kennen, is wellicht dat ze denken dat CAO-bepalingen automatisch op hen van toepassing zijn. Of omdat ze niet gewend zijn dat via dit artikel plotseling vrij radicale nieuwe regels kunnen gelden. Beide aannames zijn niet helemaal juist, blijkt uit de procedure over de nieuwe horeca-CAO waar de rechter onlangs een uitspraak in deed.

Deze CAO heeft Koninklijke Horeca Nederland vorig jaar afgesloten met vakbond De Unie, een kleine vakbond voor hoger personeel, die voorheen niet in de horeca actief was. De FNV en CNV-bonden wilden de CAO niet tekenen, omdat werknemers er volgens hen slechter vanaf komen. Nieuw is bijvoorbeeld de regel dat werknemers geen salaris meer krijgen als er geen werk voor ze is, ook al hebben ze een contract voor een bepaald aantal uur per week.

Een werkgever uit Hilversum greep deze bepaling aan om de loonbetaling aan Mohammed Ataya (die hij toch al wilde ontslaan omdat zijn restaurant was gesloten) stop te zetten. Dat mag niet, bepaalde de rechtbank van Amsterdam. Omdat Ataya geen lid is van de bond die de CAO heeft gesloten, is hij niet rechtstreeks gebonden aan de CAO. Dat is opmerkelijk, want hoewel in Nederland maar een kwart van alle werknemers lid is van een bond - in sommige sectoren ligt dat percentage zelfs nog lager - geldt de CAO gewoonlijk voor iedereen.

Maar net als de meeste werknemers heeft Ataya het incorporatiebeding in zijn arbeidsovereenkomst, dat zegt dat steeds de nieuwste CAO van toepassing is. Dus ook de regel dat de werkgever geen loon hoeft te betalen als er geen werk is. In dit geval blokkeerde de rechter de “import' van de nieuwe CAO-regels in de arbeidsovereenkomst, omdat de andere vakbonden de CAO niet hadden ondertekend. Ataya zou alleen aan de CAO gebonden zijn, zegt de rechter, als die gesloten was “met medewerking van (grote) vakorganisaties, die in belangrijke mate de aangesloten medewerkers in de horeca vertegenwoordigen.“ Dat is hier niet zo, dus het is volgens de rechter onredelijk als Atay via een standaardbepaling gebonden wordt aan de nieuwe CAO.

“Dit is een belangrijke, principiële uitspraak“, zegt voorzitter Ben Francooy van FNV Horecabond. “De consequenties gaan veel verder dan alleen in de horeca. Het betekent dat een kleine bond niet buiten de andere bonden om een CAO kan afsluiten, die voor iedereen geldt.“ Ook in de detailhandel en voor de kappers is De Unie zonder de andere bonden in gesprek over een nieuwe CAO.

Volgens Francooy staat de horeca-CAO door deze uitspraak op de helling. “Dat is eigenlijk geen CAO meer waar werkgevers zich op kunnen beroepen.“ Deze uitspraak geldt voor alle huidige werknemers in de horeca die geen lid zijn van vakbond De Unie, zegt hij. “En de Unie heeft maar een paar honderd leden in de horeca.“

Francooy zegt dat hij ook namens andere leden van FNV gaat procederen. Maar eigenlijk vindt hij dat Koninklijke Horeca Nederland een nieuwe CAO moet afsluiten, ditmaal met FNV en CNV erbij. Daar denkt Koninklijke Horeca Nederland heel anders over. Het gaat om een individuele zaak van een individuele werknemer, laat een woordvoerder weten. “Deze uitspraak zegt niets over de toepasbaarheid van de CAO op zich.“ De werkgevers willen niet opnieuw onderhandelen. “Wij hebben een prachtige CAO, op maat gesneden voor onze 20.000 leden, met ruim 200.000 werknemers.“

Volgens voorzitter Jacques Teuwen van De Unie doet de FNV Horecabond aan “wishfull thinking'. “De rechter heeft geen oordeel gegeven over de CAO zelf, alleen over de manier waarop deze werkgever de bepalingen heeft toegepast.“

In de interpretatie van de FNV zouden volgens hem CAO's voortaan alleen voor leden gelden. “Dan staat het land op zijn kop. Dan zit 75 procent van de Nederlanders opeens zonder CAO. Die zijn allemaal geen lid van een vakbond.“

Hoogleraar arbeidsrecht Jaap van Slooten van de Universiteit van Amsterdam denkt, anders dan Koninklijke Horeca en De Unie, wel dat het een principiële uitspraak is van de rechter. “Het is een sympathieke uitspraak, waarin hij flink uitpakt.“ Van Slooten relativeert de betekenis van de uitspraak door erop te wijzen dat die niet past in de vaste jurisprudentie. “Er is geen regel die zegt dat als de grote vakbond niet mee doet, de CAO alleen geldt voor de leden van de kleine vakbond die de overeenkomst sluit.“ Als de uitspraak wordt nagevolgd door andere rechters, zou een vakbond als De Unie een probleem hebben, zegt Van Slooten.

Maar als De Unie gelijk heeft, en de CAO toch blijft gelden, kan dat er juist toe leiden dat meer mensen lid worden van de “grote' bonden. De werknemers zijn gewend dat zij kunnen profiteren van redelijke CAO's die de grote vakbonden afsluiten en dat zij daarvoor geen vakbondslid hoeven te worden. “Maar als blijkt dat zij op die manier ook aan veel slechtere arbeidsvoorwaarden gebonden kunnen worden, zullen ze zich misschien alsnog melden bij een vakbond.“