Almelose werklozen op de yogamat

Gemeenten zoeken in toenemende mate zelf werk voor werklozen. In Almelo is leren solliciteren niet langer voldoende.

Het zijn wat ongebruikelijke attributen in een cursuslokaal voor training van werklozen, maar ze liggen er echt: yogamatten. Eénmaal per week gaan de tafels en stoelen aan de kant en gaan vijftien Almelose werklozen met meditatie stress te lijf. Het is onderdeel van het Focus-project, een onorthodoxe manier die de gemeente Almelo aangrijpt om moeilijk bemiddelbare werklozen aan een baan te helpen.

Het dertien weken durende programma omvat behalve de gebruikelijke sollicitatietraining ook sport, persoonlijke verzorging, kookles en budgetteringstips. Allemaal bedoeld om het zelfvertrouwen op te krikken en de deelnemers uit een isolement te halen.

“De meeste cursisten waren ver weggezakt, hadden een beroerd sociaal leven en bij wijze van spreken alleen contact met de caissière van de Aldi“, zegt coach Marjan Hulshof. Nu ze opeens moeten meedoen in een groep hebben deelnemers last van stress, vandaar de yogamatten.

“Je kijkt er eerst wel vreemd tegenaan“, zegt Betsie Krol, een 52-jarige alleenstaande Almelose. Inmiddels begrijpt ze dat het sporten bedoeld is om te leren werken in teamverband en dat de wijze waarop je jezelf kleedt, van invloed is bij een sollicitatiegesprek. Krol is sinds vijf jaar werkloos en sindsdien nooit verder gekomen dan seizoens- en vrijwilligerswerk. Het is de leeftijd die haar parten speelt, zegt ze, maar toch ook een beetje haar uiterlijk. “Ik ben te zwaar.“

Maar Betsie zit nu een stuk beter in haar vel. Ze heeft geen slaapproblemen meer, weet hoe ze met een beperkt budget een gezonde maaltijd kan maken en welke kleuren haar het beste passen. In haar kledingkast hangt een nieuwe outfit, speciaal voor sollicitaties. “Eerst voelde ik me minderwaardig, nutteloos. Nu denk ik dat ik meer kans maak op een baan.“

Focus is onderdeel van het arbeidsmarktoffensief dat de gemeente Almelo in 2004 heeft ingezet. De gemeente telt zo'n 2.650 bijstandsgerechtigden. Initiatieven om werklozen snel aan een baan te helpen - onder meer via een eigen uitzendbureau - hebben het afgelopen jaar niet geleid tot een daling van het aantal bijstandsgerechtigden. Almelo wil daarom het arbeidsmarktoffensief versterken. De organisaties die zich bezighouden met het begeleiden naar werk moeten in één gebouw worden ondergebracht en de werkgelegenheidsprojecten moeten gebundeld worden. Hierdoor ontstaat er één grote “reïntegratiefabriek' waar iedere werkloze 32 uur per week onder toezicht van een eigen coach aan zijn reïntegratie werkt. “Het maakt werkgevers niet uit of iemand uit de bijstand, sociale werkvoorziening of uit de wao komt. Wij moeten de juiste kandidaten aandragen“, zegt wethouder Reinier van Broekhoven (CDA) van Almelo. “Wij willen mensen niet afschrijven. Bovendien dreigt er door de vergrijzing over tien jaar een tekort op de arbeidsmarkt.“

Almelo kampt in 2006 bij het verstrekken van uitkeringen met een tekort van 4,2 miljoen euro. Door de nieuwe Wet werk en bijstand hebben gemeenten een financieel belang om werklozen aan het werk te helpen. Tegenover de financiële verantwoordelijkheid staat een grotere beleidsvrijheid. Zo hoeft het begeleiden van werklozen niet meer uitbesteed te worden aan reïntegratiebedrijven. Divosa, de directeursvereniging van sociale diensten, constateerde vorig jaar mei in een tussenbalans dat gemeenten “ondernemender“ zijn gaan denken en dat de schotten tussen de afdelingen Economische zaken en Sociale zaken komen te vervallen. Er wordt niet meer alleen naar de competentie van werklozen gekeken, maar ook naar de vraag uit de arbeidsmarkt.

“Veel gemeenten zijn ongelooflijk creatief“, zegt voorzitter Thof Thissen van Divosa. Wel constateert Divosa dat er nog te weinig balans is. Er wordt voornamelijk energie gestoken in jongeren en andere “kansrijke' werklozen en minder in het activeren van langdurig werklozen.

Wethouder Van Broekhoven van de gemeente Almelo zegt dat gemeenten nog te veel in “knelpunten' en te weinig in “kansen' denken. “Er wordt vaak te negatief over die groep gesproken, alsof ze niet zouden willen werken. Je moet ze alleen in het dagelijkse ritme brengen, dan bouwen ze makkelijk een sociaal netwerk op en raken ze vanzelf gemotiveerd“, zegt hij. In het Focus-lokaal wordt die stelling onderschreven door begeleider Hulshof. “Veel bijstandsmoeders hadden zoiets van: waarom ik? Laat mij lekker m'n kind opvoeden. Nu wil het overgrote deel graag aan de slag.“

Het heeft alles te maken met zelfvertrouwen, zegt Hulshof en ze wijst op de ontwikkeling van Jolanta Chrut, een uit Polen afkomstige bijstandsmoeder. “In het begin gaf ze je een hand maar die voelde je niet. Nu zie en hoor je haar letterlijk opbloeien.“ Chrut zegt dat ze assertiever is geworden en vrienden heeft gemaakt. Als ze de Nederlandse taal beter onder de knie krijgt, hoopt ze, net als ze in Polen deed, als medisch laborante aan de slag te kunnen.

Motivatie was niet het probleem bij Farshad Afshar (31) een uit Afghanistan afkomstige vluchteling, die sinds één jaar werkloos is. Afshar wil “dolgraag“ werken, maar geeft toe dat er aan zijn presentatie wat schortte. “Ik ging in mijn oude werkkleding naar het uitzendbureau. Nu weet ik dat de presentatie ook belangrijk is. Ik heb het geluk dat ik deze cursus mag doen.“

Van de eerste groep Focus-cursisten hebben twee al tijdens de cursus een baan gevonden. De verwachting is dat acht anderen een werkervaringsplaats vinden. Het is de uitdaging voor de gemeente, zegt wethouder Van Broekhoven, te voorkomen dat ze terugvallen. “Veel mensen zijn laag opgeleid en ze moeten niet bij de eerste de beste reorganisatie buiten de boot vallen.“ Een evaluatie heeft geleerd dat er behoefte is aan meer scholing, nazorg en een goed inzicht in de Almelose werkgelegenheidsontwikkeling.