“Alles begint bij baby's'

De huidige vezorgingstaat is achterhaald, zegt de Deense socioloog Gösta Esping-Andersen. Er is overmatige aandacht voor vergrijzing. Kinderen zijn volgens hem topprioriteit.

“Het debat over de verzorgingsstaat wordt gedomineerd door cijfers en accountants. Politici staren zich blind op de kosten van de vergrijzende bevolking en kiezen voor bezuinigingen op sociale uitgaven. Dat is kortzichtig.“

De Deense socioloog Gösta Esping-Andersen (58) houdt van krasse uitspraken. Een radicale verbouwing van de sociale systemen in West-Europa is nodig om de welvaartsstaat te redden. Het “Rijnlandse model', waarvoor de Duitse rijkskanselier Bismarck de basis legde met een verzekering voor ziekte, pensioen en ongevallen, is verouderd. “Vanzelfsprekend moeten we goed voor onze ouderen zorgen. Maar nieuwe sociale risico's vragen om een nieuwe manier van denken. Een pensioenhervorming begint bij baby's.“

De Deense socioloog hield onlangs bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in Den Haag een lezing. Europese politici maken zich zorgen over de betaalbaarheid van de verzorgingsstaat en gaan vaak bij Andersen te rade. Hoe kan het sociale gezicht van Europa intact blijven in het tijdperk van globalisering?

West-Europese regeringen staren zich volgens u blind op de betaalbaarheid van pensioenen.

“De afgelopen tien jaar heeft de nadruk gelegen op vergrijzing en pensioenen. Maar over de verzorging van bejaarden bestaat consensus. Dáár draait het niet om in de nabije toekomst. We moeten kijken naar nieuwe risicogroepen, die ontstaan als gevolg van demografische ontwikkelingen rondom het gezin, de migratie. De verzorgingsstaat zal ingrijpend moeten veranderen om de risico's voor hén te beperken.“

Wat zijn die nieuwe risico's?

“Kijk naar de levensloop van mensen, van jong tot oud. We weten ongeveer wat ons de komende vijftig jaar te wachten staat. Niet alleen migrantenkinderen worden uitgesloten, maar alle laagopgeleide jongeren die hun school niet afmaken. Omdat ze lang werkloos waren of laagbetaalde baantjes hebben gehad, krijgen ze later een laag pensioen.

“Ook eenoudergezinnen, meestal vrouwen met kleine kinderen, zijn economisch zeer kwetsbaar. Een goede politiek begint met kinderen. Investeer in extra scholing van migrantenkinderen, in de grote groep voortijdige schoolverlaters, in goede crèches zodat kinderen al op jonge leeftijd ook pedagogisch gesteund worden en vrouwen in staat zijn fulltime te werken. Dat betaalt zich later dubbel en dwars terug. Beter opgeleide jongeren krijgen betere banen en betalen zelf voor hun pensioen, net als fulltime werkende vrouwen.“

Erkennen regeringen dit?

“Nee, dat is het probleem. Alleen in Scandinavië beseft men dat kinderen prioriteit nummer één zijn. In Zweden en Denemarken bestaan massaal fulltime crèches. Het aantal werkende vrouwen is met 75 procent het hoogst van Europa. De groep die meebetaalt aan belastingen is veel groter.

“In de meeste West-Europese landen hebben vrouwen nog steeds geen mogelijkheid om hun kinderwens te verzoenen met carrièremogelijkheden. De belasting is er niet op gericht, de voorzieningen niet en de arbeidsmarkt niet. De groep fulltime werkende vrouwen is in Nederland slechts 34 procent. Bij de mannen is dat 86 procent. Nederland loopt erg achter, net als Duitsland.“

Hoe komt dat?

“Nederlanders zitten nog steeds opgesloten in het mannelijke kostwinner-denken. De kinderopvang schiet tekort en het zwangerschapsverlof is veel te kort, waardoor veel vrouwen besluiten maar helemaal thuis te blijven. Uit alle onderzoek blijkt dat het eerste jaar voor het kind het belangrijkst is. De Denen bieden daarom 9 tot 12 maanden ouderschapsverlof, daarna pakken vrouwen hun fulltime baan weer op. In Duitsland daarentegen zijn allerlei fiscale maatregelen er ook nog eens op gericht dat de moeder de kans moet krijgen thuis te blijven.

“Vrouwen die kinderen krijgen moeten in deze landen een hoge prijs betalen. Gaan ze jaren later weer werken, dan verdienen ze ook nog eens 40 tot 50 procent minder omdat ze er zo lang zijn uitgeweest. In Nederland is het aantal kinderen dat in armoede leeft, de afgelopen tien jaar verdubbeld. Dat komt doordat veel laagopgeleide vrouwen stoppen met werken. We weten dat kinderarmoede vrijwel verdwijnt, zodra moeders een baan hebben.

“Het resultaat van deze kindonvriendelijke politiek is dat de groep kinderlozen groeit. In Spanje is dat 20 procent. In Duitsland heeft 40 procent van de hoogopgeleiden geen kinderen. Ook in Nederland stijgt het aantal kinderlozen. Daarover zou de noodklok geluid moeten worden.“

U bepleit een radicale omslag in het beleid. Wat moet er gebeuren?

“Je ziet nieuwe sociaal zwakke groepen ontstaan, het aantal klassieke gezinnen afnemen en de atypische, eenoudergezinnen snel in aantal toenemen. In Scandinavië en de Verenigde Staten groeit de helft van de kinderen niet meer op in een intact gezin. De overheid moet niet alleen uitkeringen verminderen, zoals nu het geval is, maar volop investeren in levenskansen voor burgers. Richt crèches op, zorg dat kansarme kinderen en jongeren worden opgevangen, onderwijs krijgen en een beroep leren. Schrik er niet voor terug gezinnen met spijbelende kinderen te korten op hun bijstand.

“Zodra vrouwen de arbeidsmarkt opgaan, ontstaan er tal van nieuwe banen in en rond de huishouding, bij (afhaal)restaurants, in de kinderzorg en in de dienstverlening aan ouderen. In Denemarken zit 85 procent van de kinderen vanaf 1 jaar in de kinderopvang. Al dat gepraat over het verdwijnen van laagbetaalde banen is onzin.

“Politici moeten ophouden met mensen angst aan te praten over de globalisering. De meeste uitdagingen waar we voor staan in Europa, komen direct voort uit veranderingen in onze eigen maatschappij. We moeten flexibeler worden, sneller van baan kunnen wisselen. Ook met een ander beleid kun je vasthouden aan sociale zekerheid. Dat is de basis om goed te kunnen functioneren in de nieuwe economie.“