Akkoord veiligheid chemische stoffen

Na ruim twee jaar overleg hebben meer dan honderd landen gisteren een akkoord bereikt dat het gebruik van chemische stoffen veiliger en milieuvriendelijker moet maken. Milieu-organisaties zijn ontevreden over de overeenkomst.

De landen hebben een internationale standaard geformuleerd voor het ontwikkelen, hanteren en etiketteren van chemische stoffen. Deze worden steeds vaker in ontwikkelingslanden geproduceerd.

Het akkoord, dat werd bereikt op een VN-conferentie in Dubai, is ondertekend door onder meer de Verenigde Staten, de Europese Unie, Rusland, India en China. Het kwam tot stand ondanks grote verschillen van mening tussen de onderhandelaars.

Europese milieuorganisaties hekelen het akkoord, omdat de VS, Australië, Japan, Korea en Canada bepalingen hebben tegengehouden die nadelig zouden kunnen zijn voor het bedrijfsleven in hun land. Clifton Curtis, voorzitter van de afdeling giftige stoffen van het Wereld Natuur Fonds (WNF), noemde het resultaat vergelijkbaar met “een half, niet goed doorbakken brood“.

Het akkoord bestaat uit 280 bepalingen en is niet juridisch afdwingbaar. De Verenigde Naties zien toe op de naleving. Daarnaast komen er opleidingscentra, waar personeel uit de chemische industrie, vooral uit ontwikkelingslanden, een training krijgt in het omgaan met chemicaliën, morsen en ongelukken. De deelnemers hebben tien miljoen dollar steun toegezegd om het programma snel van start te kunnen laten gaan.

Volgens de VN worden er wereldwijd ongeveer tachtigduizend verschillende chemicaliën geproduceerd en komen daar elk jaar vijftienhonderd nieuwe bij. Verwacht wordt dat de totale hoeveelheid geproduceerde chemische stoffen de komende vijftien jaar met 85 procent toeneemt. Vooral in ontwikkelingslanden zijn vele daarvan onvoldoende getest op gezondheidsrisico's of voorzien van onjuiste etiketten.