Zorg dat Curaçao in vijf jaar op eigen benen staat

Curaçao kan zich met hulp van een Marshallplan ontwikkelen tot het Singapore van het Caraïbische gebied, maar dan moet Nederland wel uit de regio vertrekken, betoogt Antony C. Colijn.

Het lijkt erop dat de Nederlandse regering het dekolonisatieproces van de Antillen tracht te voltooien door volledige staatsrechtelijke en maatschappelijke integratie in het moederland. Dit als perfecte vorm van pacificatiebeleid.

Kenmerkend is een beleid van pappen en nathouden, waarbij de problematiek op Curaçao niet hard en duidelijk wordt benoemd en de sociaal-economische situatie op het eiland verslechtert. Als dit doorzet, ontstaat op termijn een gewelddadige correctie in de vorm van een Haïtiaanse bijltjesdag. Ook Nederland krijgt dan te maken met een crimineel Curaçao's circuit waarop het niet is voorbereid.

Twee stellingen kunnen de onmogelijke Nederlandse positie verhelderen:

Nederland heeft als Europese natie geen politiek strategische redenen om in de regio te blijven.

Een recente grote verandering in het Caraïbische gebied is de krachtige politiek-ideologische profilering van de anti-Amerikaanse president Chávez van Venezuela, gemodelleerd naar de Venezolaanse vrijheidsheld Simon Bolivar en de Cubaanse leider Castro. Op het punt van macht heeft Nederland echter geen enkele invloed op het krachtenspel tussen de VS en Venezuela. Bovendien blijft Curaçao door de Nederlandse aanwezigheid de gevangene van de wurggreep van het koloniale verleden.

De Nederlandse Antillen bestaan niet als politieke natie.

De karakteristieken en economische belangen van de bevolkingsgroepen op de eilanden zijn volstrekt verschillend. Het enige wat zij gemeenschappelijk hebbenis het koloniale moederland.

Ik concentreer mij op de toekomst van Curaçao. Dit eiland herbergt een traditioneel verzuilde bevolking waarvan de sociale rangorde nog steeds overwegend door huidskleur en andere raciale kenmerken wordt bepaald. Met onderlinge (gezags)verhoudingen en statuskenmerken die tot op heden een getrouwe kopie zijn van het koloniale tijdperk. Zo identificeert de creoolse elite zich primair met Nederland en de Oranje-monarchie, op basis van een collectief gevoel van minderwaardigheid jegens de blanke Nederlanders. Zij leeft met het gezicht naar Nederland, met de rug naar de anderen en wordt door de arme negroïde bevolking nog altijd gezien als handlangers van de Nederlandse machthebbers, minachtend aangeduid als zwarte makamba's.

Het voortduren van het kolonialisme heeft vooral onder de creolen de ambitie geprikkeld voor traditioneel ambtelijke beroepen. De scholing is niet gericht op de eisen van een moderne economische maatschappij, met als gevolg dat, ondanks de hoge werkeloosheid, veel banen in toeristische en technische beroepen door buitenlanders worden vervuld. Bovendien vertrekt veel jong talent voor studie naar elders en keert niet terug.

Met het vertrek van de katholieke paters en nonnen is een steunpilaar onder de Curaçaose samenleving op het gebied van waarden en normen weggevallen. Ook is door de verslechterde economische positie van de eenoudergezinnen op het eiland, de dominante positie van de vrouw in de Caraïbische samenleving als hoedster van kernwaarden en normen ondermijnd. Dit is één van de oorzaken van de explosief gestegen criminaliteit onder Curaçaose jongeren.

Ongewijzigd beleid leidt tot snelle en ernstige verloedering van de situatie op Curaçao. Met als gevolg politioneel of militair ingrijpen. Het is aan de Curaçaoënaars dit perspectief geen kans van slagen te geven en eindelijk een nieuwe koers in te slaan.

De economische perspectieven zijn voor Curaçao als internationaal handelsknooppunt in het Caraïbisch gebied hoopvol, naar het voorbeeld van Singapore. Daar is wel een 'Marshallplan' voor nodig dat gedragen wordt door de bevolking met ondersteuning van een eindig flankerend beleid van Nederland. De regie moet in handen zijn van Curaçaose gezagsdragers. Einddoel is om Curaçao binnen vijf jaar op een redelijk welvaartspeil te brengen en klaar te stomen voor soevereiniteitsoverdracht.

De vastberadenheid van Nederland zich uit het Caraïbische gebied terug te trekken moet vanaf het begin duidelijk zijn. Zoals het ook moet stoppen met de bevoogdende verwennerij.

Drs. Antony C. Colijn is socioloog. Hij is geboren en getogen op Curaçao.