Zeeuws Museum legt claim voor

Het Zeeuws Museum in Middelburg legt een claim van W. Eberstadt uit New York op het schilderij Gebed voor de maaltijd (1907) van Jan Toorop voor aan de Restitutiecommissie. Dat bevestigt directeur Valentijn Byvanck van het museum.

Het Zeeuws Museum heeft het schilderij in 1981 'op rechtmatige wijze en te goeder trouw verworven, met steun van de Vereniging Rembrandt', zegt Byvanck, 'maar Eberstadt en zijn familie geloven in oprechtheid dat het hun toebehoort. Ze zeggen dat het vóór de oorlog bij hun grootvader aan de muur hing en dat het in 1937 is geconfisqueerd door de Gestapo.'

Byvanck vertelt dat de kwestie 'niet weg wil gaan'. In 2003, een jaar na zijn aantreden, heeft hij nog een brief van Eberstadt ontvangen. Het Zeeuws Museum zit ermee in zijn maag, legt hij uit. 'We zijn dol op het schilderij. We kunnen doen of we nergens iets van weten, maar ons ook de vraag stellen of alles wel helemaal klopt. Daar komen we maar op één manier met een schoon geweten achter: door zelf de Restitutiecommissie op te zoeken.'

Eberstadt claimde in 1999 dat hij de rechtmatige eigenaar is van het schilderij, aldus Byvanck. De oorspronkelijke eigenaren, de familie Flersheim (grootouders van Eberstadt), moesten vluchten voor de nazi's. Ze zijn in 1944 omgekomen in het concentratiekamp Bergen-Belsen.

Byvanck zegt dat de aanspraak van Eberstadt volgens Nederlands recht is verjaard. Het Zeeuws Museum staat in zijn ogen juridisch sterk, maar het hecht zodanig aan de maatschappelijke betekenis van de kwestie, dat het de zaak graag voorlegt aan de onafhankelijke Restitutiecommissie.

Volgens Byvanck verschilt de kwestie Toorop sterk van de zaak Goudstikker waarover de commissie onlangs uitspraak deed. De zaak Goudstikker handelde over de zogenaamde NK-collectie (Nederlands Kunstbezit-collectie), de verzameling kunst die door Nederland werd teruggevorderd uit Duitsland. Bij Gebed voor de Maaltijd ,een portret van de familie Louwerse, oordeelt de Restitutiecommissie voor het eerst over een schilderij dat niet behoort tot de NK-collectie, zegt Byvanck. Hij verwacht dat de uitspraak een voorbeeldfunctie heeft voor andere soortgelijke zaken.