'Verdonk gaat door een muizengaatje'

Volgens minister Verdonk heeft scholiere Taïda Pasic gefraudeerd om in Nederland te blijven. Mag een bestuurder zomaar persoonsgegevens van een individu openbaar maken?

Het mag geen trend worden in Nederland dat openbare bestuurders persoonsgegevens van burgers in de publiciteit brengen. Dat vindt J. Kohnstamm, voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP).

Tot nu toe was het de norm, op basis van de Wet bescherming persoonsgegevens, zegt hij, dat dat niet hoorde. 'Tenzij het niet verstrekken van die informatie de goede taakvervulling daadwerkelijk in gevaar brengt.' Kohnstamm betwijfelt of dat het geval was bij de uitspraken die minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD) dit weekeinde deed over de Kosovaarse Taïda Pasic. De minister beschuldigde haar in de media van misbruik en mogelijk fraude bij het verkrijgen van een tijdelijke verblijfsvergunning om haar vwo-diploma in Nederland te kunnen halen.

Wat wil u ter opheldering precies van Verdonk weten?

'Wat haar afweging is geweest om zelf de publiciteit te zoeken. Ze kondigde vorig jaar al aan dat ze informatie uit dossiers van vluchtelingen openbaar zou maken als dat zou bijdragen aan een evenwichtiger beeld en weergave van de feiten. Ze meende dat te vaak een schrijnend beeld van asielzoekers werd gegeven op basis van onjuiste of onvolledige informatie, waardoor haar asielbeleid in gevaar kwam. Ik wil weten of het belang om met het dossier van Taïda naar buiten te treden, daadwerkelijk zo groot was.'

Maar biedt de wet haar daartoe wel ruimte?

'Weinig. Ik zou willen spreken van een muizengaatje. Daarom is het ook zo belangrijk dat we haar overwegingen vernemen om te kunnen toetsen of ze zich aan de wet heeft gehouden.'

Bent u bang dat Verdonk een trend zet voor andere bestuurders?

'De wet is er om persoonsgegevens te beschermen. En het college is aangesteld om daar toezicht op te houden en moet dus waakzaam zijn op nieuwe tendensen. Mocht het een nieuwe norm worden dat persoonsgegevens in de publiciteit worden gebracht als een openbaar bestuurder wordt aangevallen, dan zeg ik: stop even, laten we eerst onderzoeken of de wet dat wel toelaat. Deze gegevens worden door het openbaar bestuur verzameld om in een individueel geval een besluit te nemen en niet ter verdediging van het beleid. Met het publiceren ervan moet je uiterst restrictief omgaan.'