Twist over aard rechtsherstel erven-Goudstikker

De commissie-Asscher besloot voor teruggave van de collectie Goudstikker, omdat daar juridische gronden voor zijn. Het kabinet bestrijdt dat, uit angst voor nieuwe claims.

B. Asscher, voorzitter van de Restitutiecommissie, had het standpunt van de staatssecretaris 'goed begrepen'. 'Maar', vervolgde hij, 'ik ben het er niet mee eens.' Staatssecretaris Medy van der Laan (Cultuur, D66), die tijdens de bekendmaking van het besluit naast Asscher zat, keek neutraal voor zich uit.

Het verschil van mening betrof de grond van de teruggave. Die vindt volgens Van der Laan plaats op 'morele gronden'. De commissie schrijft echter dat er ook een juridische basis is, omdat de Goudstikker-zaak nog niet was afgehandeld. Daartegen protesteerde minister Donner, die problemen in het verschiet zag. Afgelopen donderdag spraken Donner en Asscher over deze kwestie.

Het ongenoegen van Asscher over het genomen besluit van het kabinet was slechts hoorbaar in een klein prikje. 'Van de heer Donner heb ik begrepen dat als wij het wettelijk oordeel terzijde zouden schuiven, er een precedent zou worden geschapen. Gezien de mogelijkheid dat er nieuwe claimanten zouden opstaan, wilde hij, zei mr. Donner, vasthouden aan afgedaan rechtsherstel.'

Dat 'meester' deed het hem. Asscher sprak op effen toon, maar door de nadrukkelijke toevoeging van de juridische titel aan de naam van Donner toonde hij even zijn gevoelens. Want: 'De kans dat er alsnog soortgelijke claims zullen opduiken is praktisch nihil.'

De Restitutiecommissie mocht dan 'tevreden' zijn over de teruggave van de geroofde kunst aan de erven Goudstikker, de gronden voor die teruggave zijn onderwerp van een complex verschil van inzicht tussen commissie en staatssecretaris. Donner baseert zich op een besluit uit 1999. Het gerechtshof wees toen het hoger beroep af dat Marei von Saher had aangespannen tegen de beslissing van de toenmalige staatssecretsaris, Aad Nuis, om de Goudstikker-collectie niet terug te geven. Maar Asscher veegt dat besluit van tafel: 'Dat arrest rammelt en is incompleet.' In het rapport van de commissie staat dat het hof de claim voornamelijk afwijst op 'formele gronden van onbevoegdheid en niet ontvankelijkheid'. Een jaar later nam de regering het advies van de Restitutiecommissie over voor een ruimhartiger, minder formeel-juridische benadering van claims op oorlogskunst, waarbij verjaring geen rol meer zou spelen.

Het verschil van mening spitst zich toe op wat de weduwe Goudstikker in 1952 met de staat heeft afgesproken. Ze sloot een deal voor het Miedl-deel van de schilderijen. Alois Miedl was een tussenpersoon die kunst 'kocht' in bezette gebieden voor de nazi-kopstukken Hitler en Göring. Voor de werken die uit zijn bezit kwamen, ontving de weduwe in 1952 een vergoeding. Daarmee had 'rechtsherstel' plaatsgevonden. Maar voor het 'Göring-deel' handhaafde zij haar aanspraken.

Dat stelde de commissie-Asscher vast na bestudering van de definitieve overeenkomst uit 1952. De Göring-categorie wordt wel vermeld in het concept, maar niet in de definitieve overeenkomst. In het gisteren verschenen advies stelt de Restitutiecommissie dat met het afzien van rechtsherstel door de partij Goudstikker deze niet ook 'de rechten' op de Göring-collectie had prijsgeven. Dat was wel de redenering die het hof in 1999 volgde. Voor het hof bestonden er geen 'gewichtige redenen' voor 'ambsthalve rechtsherstel', omdat Goudstikker destijds 'welbewust en weloverwogen' zou hebben afgezien van een verzoek om rechtsherstel.

Die aanspraken zijn nu alsnog ingewilligd. Volgens Asscher omdat er, ondanks de verjaring, alsnog sprake moet zijn van 'rechtsherstel'. Van der Laan en Donner houden vol dat 'rechtsherstel' niet aan de orde is. Doet die onwil de juridische onderbouwing te aanvaarden, niet af aan het royale, moreel gemotiveerde gebaar van het kabinet? Mr. Asscher: 'De gronden voor teruggave interesseren me niet. Ik heb liever dat ons advies wordt overgenomen.'