Slechte leerling verdwijnt uit de statistiek

Leerlingen op ruim zesduizend basisscholen zijn vanmorgen begonnen met het maken van de Citotoets. Maar steeds meer scholen nemen bij de zwakkere leerlingen de test niet af. 'Een dubieuze ontwikkeling.'

Iedere leerling is welkom op de protestants-christelijke Eloutschool in de Rotterdamse deelgemeente Delfshaven. Maar ze moeten wel volop meedoen aan het dagelijkse bidden en alle vieringen. En Kerstmis is geen abstract lichtjesfeest, maar 'de geboorte van Gristus als Zoon van God', aldus directeur Henk de Snoo. De Eloutschool heeft meer dan 75 procent allochtone leerlingen.

Vandaag begonnen de 32 leerlingen van de twee groepen 8 op deze basisschool aan de driedaagse Citotoets, om te kijken of ze hierna naar vmbo, havo of vwo gaan. Alle 32? Nee, vier leerlingen doen niet mee. De school heeft al bepaald dat zij het reguliere vervolgonderwijs niet aankunnen. Zij zijn 'zorgleerlingen': ze gaan naar het praktijkonderwijs of naar het vmbo met 'leerweg ondersteunend onderwijs' (LWOO, zie inzet). Directeur De Snoo: 'Het heeft geen enkele zin om de Citotoets op deze leerlingen los te laten.'

Veel collega-directeuren in Rotterdam en Amsterdam denken er net zo over. Het aantal leerlingen dat niet deelneemt aan de Citotoets - officieel: Eindtoets Basisonderwijs - neemt de laatste paar jaar toe. In Amsterdam ging het vorig jaar om 23 procent van alle achtstegroepers, in 2003 was dat nog 17 procent. In twee westelijke stadsdelen, Geuzenveld/Slotermeer en Bos en Lommer, ging het zelfs om respectievelijk 35 en 32 procent niet-deelnemers.

In Rotterdam steeg het aantal zorgleerlingen van 15,2 procent in 2004 naar 18,8 procent in 2005. De helft van hen, vorig jaar zeshonderd leerlingen, deed geen toets. Als zorgleerlingen wél meedoen, wordt hun score niet meegeteld in het gemiddelde van de school. En dus tellen ze ook niet mee voor de gemeentelijke score, besloten beide steden in 2004.

De gemeente Den Haag weet niet hoeveel leerlingen niet deelnemen aan de Citotoets, omdat dit niet centraal wordt bijgehouden. Anders dan in Rotterdam en Amsterdam doen zwakke leerlingen in principe wel mee aan de toets.

De toets is niet geschikt voor leerlingen voor wie het vmbo te hoog gegrepen is, zegt de Citogroep. Ze worden ontmoedigd door zo'n lage score, zeggen de scholen, hun toch al geringe zelfvertrouwen krijgt een knauw. Andere leerlingen maken er grappen over. Het is ook niet nodig, zeggen ze. De toets is immers bedoeld om tot een schooladvies te komen, het zogenoemde 'tweede gegeven' naast het oordeel van de leerkracht. En bij deze leerlingen is de keuze al gemaakt.

Onzin, vindt Kete Kervezee, inspecteur-generaal van de Inspectie voor het Onderwijs. 'Alle leerlingen moeten deelnemen, ook de zwakke leerlingen. De groep die getest wordt, wordt te smal. Ik vind dat een dubieuze ontwikkeling. Het is slecht voor de leerlingen zelf, maar ook voor de samenleving als geheel, want we worden daardoor slecht geïnformeerd over de resultaten van ons onderwijs. Omdat scholen steeds meer leerlingen buiten de test houden, wordt het beeld vertekend. Ik wil het hele zicht.'

De argumenten van de scholen deugen niet, vindt Kervezee. 'Ze willen die zwakke leerlingen sparen, maar leerlingen worden meer gestigmatiseerd omdat ze niet mee mogen doen, dan door een lage score. Hoe denk je dat dat voelt, om zo apart gezet te worden? Die leerlingen worden constant getest, waarom dan die ene dag niet? Waarom doen ze dan überhaupt nog mee op school, als het toch voor spek en bonen is?'

De ware reden voor het buiten de toets houden heeft te maken met de groeiende behoefte om prestaties openbaar te maken en te vergelijken. De Citotoets is bedoeld om per leerling een inschatting te kunnen maken van het meest geschikte voortgezet onderwijs. Maar de gemiddelde score per school geldt - voor media, ouders en gemeenten - steeds meer als een indicatie voor de kwaliteit van de school. En dan wordt het verleidelijk om de score op te krikken door zwakke leerlingen niet mee te tellen. Zodat je als grote stad trots kunt zeggen dat je weer beter scoort dan het voorgaande jaar, en beter scoort dan het landelijk gemiddelde.

Die trots is misplaatst, zegt Kamerlid Jeroen Dijsselbloem (PvdA). Hij is nog steeds geschokt over wat hij een halfjaar geleden hoorde tijdens een werkbezoek aan Amsterdam en Rotterdam. 'We denken dat het langzaam beter gaat met de prestaties van allochtone leerlingen, maar dat is helemaal niet zo. De trend gaat juist omlaag. Dat zien we niet, omdat scholen de slechte leerlingen uit de statistieken weren. Van mij hoeven die leerlingen niet per se die toets te doen, maar ik wil een reëel beeld hebben van de prestaties van het onderwijs. Dat het beeld niet klopt, vind ik enorm frustrerend. We houden elkaar zo voor de gek.'

Het verband tussen zorgleerlingen en integratie is niet vergezocht. In Amsterdam zijn negentig procent van de leerlingen in het praktijkonderwijs en 72 procent van de LWOO-leerlingen leerlingen met laagopgeleide, allochtone ouders. Het percentage niet-deelnemers is het hoogst in stadsdelen met veel allochtone inwoners. De hoogste deelname aan de Citotoets is in het overwegend autochtone stadsdeel Centrum.

Er is nog een risico. Misschien schat de school leerlingen verkeerd in, en gaan er kinderen naar het praktijkonderwijs die best vmbo hadden kunnen doen. Volgens Ron Geleynse, leerkracht van groep 8 van de Eloutschool, is dat 'vrijwel uitgesloten'. Met formulieren laat hij zien hoe gedetailleerd er wordt gerapporteerd over leerlingen. 'We hebben ons leerlingvolgsysteem met toetsen vanaf groep 4, onze waarneming als leerkracht en die van de intern begeleider die gespecialiseerd is in zorgleerlingen. Het gaat om leerlingen die qua niveau bijna twee groepen lager zitten dan de rest, die pik je er echt wel uit.'

Geleynse, 27 jaar voor de klas, ziet de voordelen van een apart traject voor zulke leerlingen, omdat ze tijdig extra zorg kunnen krijgen. Niet alle ouders zien dat voordeel. 'Ik heb dit jaar een jongen die ik liever buiten de toets had gehouden, maar zijn vader staat er op dat zijn zoon de Citotoets maakt. Die jongen valt misschien tussen de wal en het schip. Als hij volgende maand zijn resultaat krijgt, is de inschrijving als zorgleerling voor komend schooljaar al gesloten.'

Terwijl de gemeentelijke scores verbetering suggereren, groeit de groep leerlingen die niet zonder extra begeleiding een vmbo-diploma kan halen. Een zorgelijke ontwikkeling, erkent Kervezee. 'Op dit moment zit een vijfde tot een kwart van de leerlingen aan het einde van groep 8, het einde van de basisschool, qua technisch lezen op het niveau van groep 6. Daar maak ik me zorgen over. Dat kun je niet omschrijven als een goed resultaat van ons primair onderwijs.'