Plaats Antillianen niet buiten de samenleving

Onlangs presenteerde het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een actieprogramma waarmee de 'Antillianenproblematiek' 'nog dit jaar' kan worden opgelost. Burgemeester Opstelten heeft haast. Hij wordt gesteund door minister Verdonk (Integratie, VVD), die het makkelijker wil maken om Antillianen terug te sturen naar Curaçao. Vriend en vijand zijn het erover eens: de urgentie is groot, de plannen ambitieus. Maar moet dít de aanpak zijn?

Een groep Antillianen zorgt in Rotterdam voor ernstige overlast, vooral door het plegen van geweldsmisdrijven. Vrijwel al deze Antillianen komen uit de arme wijken van Willemstad, Curaçao. Eenmaal hier zijn er nauwelijks betere kansen. Discriminatie, gebrekkige kennis van de Nederlandse taal en gebrek aan opleiding maken het leven hier niet minder uitzichtloos dan daar.

Als Nederlands burger kunnen zij zich hier, tot spijt van het kabinet en rechtse politici in Rotterdam, vrij vestigen. Antillianen hebben in Rotterdam niet dezelfde rechten, laat staan kansen als burgers van het vaste land. Hun rechten worden in de nieuwe aanpak ernstig aangetast.

Minister Verdonk onderzoekt hoe ver zij juridisch kan gaan met het 'terugsturen'. De haast in Rotterdam laat hiervoor geen ruimte. De burgemeester laat zich erop voorstaan: 'Rotterdam schuwt het opzoeken van de grenzen van de wet niet.' Zo moet een nieuw informatiesysteem specifieke gegevens van Antillianen in Nederland opslaan - een ernstige, maar gedoogde schending van het recht op privacy.

Ook het recht op gelijke behandeling, nog zo'n beginsel van de Nederlandse rechtsstaat, wordt veronachtzaamd. Een Antilliaan tot 35 jaar moet volgens Opstelten werk hebben, een opleiding volgen of in een justitieel traject zitten: 'Meer smaken zijn er niet.' Zo'n paternalistische uitspraak zal hij zich niet gauw permitteren over alle Rotterdammers.

Een derde beginsel dat wordt aangetast met deze repressieve maatregelen is de vrijheid van burgers om hun leven naar eigen inzicht in te richten. De vergaande zucht naar orde van het college beperkt deze vrijheid in hoge mate. Antilliaanse moeders met kleine kinderen worden bijvoorbeeld in beginsel niet vertrouwd in de opvoeding, maar allemaal, ongeacht of er wel of geen problemen zijn, opgezocht en begeleid.

Nieuwe kansen biedt de nieuwe aanpak niet. Repressie en niet preventie is de mantra. Doorgaans hamert het bestuur op het nemen van verantwoordelijkheid en 'burgerplichten'. Beleid om dit te ondersteunen en Antilliaanse Nederlanders te helpen met bijvoorbeeld het volgen van onderwijs en het vinden van werk blijft uit.

Crimineel gedrag wordt, ook door wetenschappers, verklaard door de vermeende 'machocultuur' van Antillianen. Bij nader inzien wel een erg simplistische, eenzijdige, gevaarlijke en tikkeltje ouderwetse (gezien ons koloniale verleden) verklaring.

De armoedige en uitzichtloze situatie van jonge Antillianen in Rotterdam wordt dan vergeten, net zomin als een beleid ontwikkeld wordt om de kansen in Rotterdam te vergroten. Laat staan dat er een substantieel beleid is om de kansen op Curaçao zelf te verbeteren.

Als het kabinet en het gemeentebestuur niet van plan zijn werkelijk iets te doen aan het verbeteren van kansen van Antillianen, maar wel de rechten van deze groep inperkt, wat is dan het eigenlijke doel? Juist: het 'wegpesten', zoals voormalig wethouder en lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam Pastors het noemt.

Het in 2006 oplossen van de 'Antillianenproblematiek', zonder Curaçaoënaars serieus perspectief op scholing en werk te bieden, kan niets anders betekenen dan hun het leven hier zo moeilijk maken dat ze terug naar Curaçao zullen gaan.

Ook minister Verdonk streeft dit na met haar recente plan om criminele Antillianen makkelijker terug te sturen. Het gaat hier om niets anders dan het doelbewust en structureel anders behandelen van een groep Nederlandse burgers met een andere kleur.

Marguerite van den Berg doet als socioloog aan de Erasmus Universiteit Rotterdam onderzoek naar Antilliaanse en Marokkaanse vrouwen.