Onbescheiden rechters

De Europese Grondwet lijdt nog onder een kater. Het Hof van Justitie van de Europese Unie lijkt zich daar weinig van aan te trekken. Schiet het echter niet te ver door?

Het beginsel van 'gemeenschapstrouw' aan de Europese Unie, waarschuwde het Poolse Constitutionele hof bij de toetreding, betekent eigenlijk dat het EU-Hof van Justitie goed rekening houdt met de nationale rechtsstelsels. Dat is de omgekeerde wereld, zoals de hoogleraar Europees recht Sacha Prechal vorige maand opmerkte in haar Utrechtse oratie. Maar enige bescheidenheid past wel bij algemene sfeer van herbezinning na het Franse en Nederlandse 'nee' tegen de Europese Grondwet.

Het Europese Hof van Justitie in Luxemburg trekt zich er niets van aan. Twee weken na het 'nee' gooide het juist een schepje op de autonomie van het Europese recht in de zaak-Pupino. Deze betrof een Italiaanse kleuterleidster die werd vervolgd wegens het mishandelen van haar pupillen. Concreet ging het over het horen van acht kleutertjes buiten de openbare rechtszitting. Het Italiaanse wetboek van strafvordering staat dat niet toe, maar een Europees kaderbesluit over slachtoffers uit 2001 zou daarvoor wel ruimte kunnen laten.

Wat moet voorgaan: de Italiaanse wet of het Europese kaderbesluit? Het kaderbesluit is gebaseerd op de zogeheten derde pijler van het EU-verdrag over samenwerking op het terrein van justitie en politie. Dat is een gevoelig thema dat de lidstaten zoveel mogelijk aan zichzelf houden, anders dan de eerste pijler over economie en dergelijke waar communautaire besluitvorming voorop staat. Het kaderbesluit bindt de landen ook niet direct. Zij mogen zelf vorm en middelen kiezen.

Toch moest de Italiaanse rechter het kaderbesluit toepassen. De landen zijn volgens het Hof verplicht ook een kaderbesluit zoveel mogelijk in Europese geest uit te leggen. Het Hof ging niet zo ver te zeggen dat Italië desnoods tegen zijn eigen wet in moet gaan, maar de beslissing doet volgens deskundigen toch af aan het zo belangrijke verschil tussen de eerste en de derde pijler. Een voorschotje op de Europese Grondwet, die de pijlerstructuur opheft.

De grote klapper kwam op 13 september. Toen zei het Hof dat de Europese Unie de lidstaten mag verplichten bepaalde zware milieuvergrijpen strafbaar te stellen, ook al behoort het strafrecht in beginsel niet tot de bevoegdheid van de Gemeenschap. Als dit geldt voor het milieu ,gaat het ook op voor andere Europese beleidsterreinen als landbouw of mededinging. De uitspraak van het Hof komt er op neer dat de EU het nationale strafrechtbeleid kan bepalen. Bij meerderheid van stemmen.

Dat belooft nog wat voor gevoelige Nederlandse thema's als softdrugs en het streven om inzet van het strafrecht te reserveren als uiterst middel. Minister Donner (Justitie) suste vorige maand in antwoord op Kamervragen dat de lidstaten bevoegd zijn en blijven om in elk concreet geval te bepalen welke handhavingsmodaliteit het beste is. Volgens het boekje is dat inderdaad het geval. Maar de vraag is in hoeverre het Hof zich aan het boekje houdt.

Het jongste voorbeeld van die vraag is de zaak-Mangold. Deze gaat over een oudere werknemer die klaagde dat de Duitse wetgeving over tijdelijke arbeidscontracten verboden discriminatie bevat. Ook hier was een Europese richtlijn in het spel. De Duitse wet is daarmee in strijd. De implementatietermijn (omzetting in de nationale wetgeving) was echter nog niet verstreken.

Duitsland had juist een verlengde termijn bedongen omdat nogal wat aanpassingen in zijn wetgeving nodig lijken. Het Hof trok zich niets aan van deze blessuretijd en verklaarde de Duitse wet toch in strijd met het EU-recht. Niet op grond van de richtlijn, maar wegens het discriminatieverbod als algemeen rechtsbeginsel van de EU. Waarvoor is dan nog een speciale richtlijn nodig?

'Bij mijn weten is dat de eerste keer dat nationale wetgeving zo buiten werking wordt gezet', zegt Aukje van Hoek van de Universiteit van Tilburg. En het is geen losse flodder, want de beslissing werd gewezen door de zogeheten grote kamer van het Hof. Dat geeft de uitspraak extra gewicht. Er valt moeilijk te ontkomen aan de indruk dat het Hof kennelijk de afloop van de politieke discussie over de Grondwet niet wil afwachten, zoals M. Borgers (ook Universiteit Tilburg), naar aanleiding van de milieuzaak concludeert in het jongste nummer van het tijdschrift voor strafrecht Delikt en Delinkwent.

Het EU-Hof van Justitie heeft een reputatie te verliezen als een 'activistisch' rechter. Toch is het de vraag of de jongste activiteiten niet de rechtsvormende taak van de rechter te buiten gaat, zoals Borgers het uitdrukt. Door de juridische doelpalen tijdens de wedstrijd te verplaatsen geven de rechters in Luxemburg niet direct het goede voorbeeld aan de Europese burgers. Dan moet men niet verbaasd zijn over euroscepsis.

kuitenbrouwer@nrc.nl

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC-Handelbslad