Museum voor kleinkunst in Den Bosch

In het Koningstheater in Den Bosch gaat zondag het nieuwe kleinkunstmuseum open van oprichter Frank Verhallen. De opening wordt verricht door Youp van 't Hek.

Frank Verhallen in zijn museum voor kleinkunst. (Foto Joyce van Belkom) Den Bosch, 03-02-2006 Frank Verhallen, directeur van het Koningstheater in Den Bosch. © Joyce van Belkom Belkom, Joyce van

Het tapijt van rode rozen dat Eric van Sauers gebruikte in zijn voorstelling De ware liefde, is al uitgespreid op een plateau in de foyer. De witgeverfde vleugel die ooit in de flat van Fien de la Mar stond, heeft eveneens een plaats gekregen. Aan het plafond bij de bar is een groot stuk staal bevestigd dat als decor diende in Ruwe pit van Theo Maassen. En ergens op een balustrade hangt de sterk op Youp van 't Hek gelijkende pop die hij in 2002 in zijn oudejaarsconference gebruikte. Maar verder moet er nog heel wat gebeuren voordat zondagmiddag het Museum voor de Kleinkunst kan worden geopend.

In het Koningstheater in Den Bosch pakt oprichter en directeur Frank Verhallen een paar schilderijen uit. In zijn opdracht heeft de kunstenares Hanneke Gommers vijftig portretten geschilderd van grootheden uit het cabaret van vroeger en nu - van Eduard Jacobs, J.H. Speenhoff en Jean-Louis Pisuisse uit de pioniersjaren van honderd jaar geleden, tot en met huidige publiekstrekkers als Theo Maassen en Jan Jaap van der Wal. Die schilderijen komen vooral in de zaal te hangen, terwijl de foyers straks worden volgestouwd met een groot aantal attributen die al werden geschonken. Zoals de eerste kostuums van de Berini's, het boekenkarretje dat Eric van Muiswinkel en Diederik van Vleuten gebruikten in hun recente Antiquariaat Oblomov, kostuums en pruiken van Karin Bloemen, schilderijen van Bram Vermeulen en de ijsmuts uit het debuutprogramma van Wim Helsen.

De collectie ontstond, zegt Verhallen, toen hij ruim vijf jaar geleden het werkhuisje cadeau kreeg dat in de tuin van Wim Kan in Kudelstaart had gestaan. Het bouwseltje, waar letterlijk cabaretgeschiedenis was geschreven, kreeg een plaats op het schoolplein van het Koningstheater dat toen nog in het Koning Willem I College in Den Bosch was gevestigd.

'Maar daar heeft het staan verrotten', aldus Verhallen. Des te spijtiger vindt hij het, dat het kleinood nu gedemonteerd in een gemeentelijke opslagplaats ligt en nog geen nieuwe locatie heeft gekregen. Wegens de afmetingen (drie bij drie meter, 2,5 m hoog) is er binnenshuis geen ruimte voor. Maar het bracht hem wel op de gedachte de nieuwe behuizing van het door hem opgerichte kleinkunsttheater - in de Triniteitstraat, schuin tegenover het grote Theater aan de Parade - tevens als museum in te richten.

'Het is leuk als het publiek ook voor en na de voorstelling iets te bekijken heeft', zegt hij, 'maar er zit voor mij ook een educatieve kant aan. Mijn vrouw Anita UitdeHaag leidt de Koningstheateracademie voor aankomend cabarettalent, waar ik zelf ook les geef. En voor studenten vind ik het heel belangrijk dat ze iets te horen en te zien krijgen van het verre en meer nabije verleden van het cabaret. Door deze attributen, en de catalogus die we erbij maken, komen daarover misschien makkelijker gesprekken op gang. Zodat de namen van vroeger voor hen niet alleen maar onbekenden blijven.'

Van dat educatieve aspect getuigen ook de ingelijste flipover-vellen aan een van de muren, waarop Bram Vermeulen tijdens zijn lessen aan de academie allerlei stellingen noteerde. Zoals: 'Techniek is er voor de artiest.' En: 'Refrein is herhalen van informatie.'

Na de opening, te verrichten door Youp van 't Hek die ook al diverse benefietvoorstellingen voor het Koningstheater heeft gespeeld, is de collectie alleen te zien tijdens de tweehonderd voorstellingen die hier per seizoen plaatsvinden. Verhallen beschouwt zichzelf dan ook niet als een directe concurrent van het Theater Instituut Nederland in Amsterdam. 'Die pretentie heb ik niet. Het gaat hier alleen om attributen, niet om hele collecties. Wel droom ik van een groter gebouw waar je nog veel meer kunt laten zien. En waarin ook de academie onderdak zou kunnen krijgen. Zodat de studenten echt alle aspecten van het vak kunnen meemaken, en niet alleen de glorieuze momenten. Dan zouden ze ook een artiest kunnen zien die 's middags met een knorrig gezicht arriveert omdat hij weer eens in een lange file heeft gestaan. Maar voorlopig is het al heel mooi dat dit theater nu ook een museumpje is geworden.'