Moslims lachen veel, maar niet over alles

Een Arabische mop: Een christen komt bij de sjeik en zegt dat hij zich wil bekeren tot de islam. Zeker weten? Zeker weten. Beseft de christen dat hij dan besneden moet worden? De christen schrikt, maar gaat akkoord. Na vijf maanden komt hij terug. Hij heeft er genoeg van, al dat bidden en dat vasten. De islam is vermoeiend. Hij wil graag weer terug bekeren naar het christendom. De sjeik vraagt de christen of hij beseft dat dat afvalligheid is, en dat daar de doodstraf opstaat. De christen roept: Wat is dit voor een religie, waar je voorhuid wordt afgesneden als je er in wilt, en je hoofd wordt afgesneden als je er uit wilt?!

De mop werd twee dagen geleden verteld door een buitenlandse vriend, een moslim. Zijn vrienden - moslim en christen - brullen van het lachen. Zie je wel dat jullie grappen kunnen maken over religie, merk ik op. De vrienden zijn op slag ernstig: 'Nee, we maken grappen over elkaar, maar niet over elkanders profeten en heiligen.' Het is een terugkerend thema: over de iconen van de religie maak je geen grappen. Daar past alleen maar respect.

Kunnen moslims wel lachen, weten ze wat zelfspot is? O jawel: de cartoonisten in de Arabische wereld zijn zeer bedreven in hun vak, en ook gevreesd. Maar ze zullen niet snel herkenbare gezichten gebruiken - niet van profeten, zoals Abraham, Mozes, Jezus of Mohammed, maar ook niet van regeringsleiders. De spot wordt op een indirecte manier uitgeoefend, waarbij karikaturen worden gebruikt voor de despoot, de fundamentalist, de kapitalist, enzovoorts.

Wanneer de cartoonisten in de problemen raken met hun overheid - en dat gebeurt met enige regelmaat - heeft dat niet te maken met een persoonlijke afbeelding, maar omdat iemand van de autoriteiten zich persoonlijk aangesproken voelt.

Voor de indirecte manier van kritiek bedrijven via cartoons is overigens wel een reden. En die heeft te maken met een zelfopgelegde beperking van de vrijheid van meningsuiting. Met name in de Arabische wereld gelden namelijk drie taboe-onderwerpen: religie, regering en ouders. Aan hen is uitsluitend respect verschuldigd, en passen geen grappen.

Het zijn uitgerekend deze drie taboes die in het westen zijn doorbroken. De gelovige laat zich niet veel meer gelegen liggen aan de voorschriften van de kerk, de burger niet aan het optreden van een regering, en het kind niet aan de regels die zijn ouders - met name de vader - hem stellen. In het geval van de religie heet dit verlichting, bij de regering noemen we dat democratie, en ten aanzien van ouders noemen we het anti-autoritarisme. En dit zijn precies de drie zaken waarvan wordt gezegd dat de Arabische wereld er een schrijnend tekort aan heeft.

Daarmee komen we bij de crux van botsende culturen. Wij doen namelijk nogal smalend over moslims die niet om flauwe grapjes en cartoons kunnen lachen.

Maar kunnen wij alleen respect hebben voor moslims die hun respect voor religie verliezen?

Want dat is de vraag die wij aan hen stellen: kunnen jullie, moslims, het taboe van religie doorbreken - vertaald in hun termen betekent dat: kunnen jullie het respect voor religieuze waarden opzij zetten?

Maar de vraag om meer humor over religieuze zaken raakt aan nog iets veel dieper in de Arabische wereld. Want veel - niet alle - Arabieren, of zij nu moslim, christen of jood zijn, beschouwen hun religie als hun identiteit.

In het westen is religie voor velen - opnieuw: niet allen - een label dat je kan opplakken en wegnemen.

In het westen zal men niet erg opkijken van iemand die zegt dat hij is bekeerd tot een andere religie. In de Arabische wereld, daarentegen, zal de eigen geloofsgemeenschap daar geschokt op reageren. Spotten met de essentie van een religie is daarom meer dan spelen met een labeltje: het wordt opgevat als lichtzinnig omgaan met iemands identiteit.

Moet het westen daar rekening mee houden? Of moet de Arabische wereld rekening houden met de westerse houding? Vanwege de politieke geladenheid van de afgelopen jaren past hier misschien een pas op de plaats, een tijdelijke stilte van de kant van het westen ten aanzien van de islamitische religie.

Dat wil niet zeggen dat wij onze westerlijke waarden geweld moeten aandoen. Integendeel. Maar om pragmatische redenen kan een wapenstilstand in de polemiek geen kwaad.

Maurits Berger is als Midden-Oostendeskundige verbonden aan het instituut Clingendael.