Kamer brandt zich niet aan ontslag

De hervorming van de WW gaat niet zo ver als ooit gehoopt. Maar vanmiddag zou de Tweede Kamer ermee instemmen.

Een grote ambitie van het kabinet-Balkenende II wordt naar alle waarschijnlijkheid vandaag werkelijkheid: de hervorming van het werkloosheidsstelsel. De Tweede Kamer zou vanmiddag instemmen met de door minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) voorgestelde wijziging van de Werkloosheidswet (WW).

In het regeerakkoord van Balkenende II was in 2003 een verregaande indamming van de WW voorzien, om de kosten te beperken. Vooral de instroom van werklozen in de WW moest verminderd worden. In een tijd van vergrijzing, flexibilisering van de arbeidsmarkt en individualisering vond de nieuwe regering dat het WW-stelsel aan herziening toe was.

Sociale partners reageerden geschokt op het plan de kortdurende WW (voor jonge werknemers) en vervolg-WW (voor ouderen) af te schaffen. De laatste sneuvelde. Het kabinet bood sociale partners de mogelijkheid met alternatieve plannen te komen tot behoud van de korte WW, mits die tot voldoende besparingen zouden leiden.

Een unaniem advies van de sociale partners, verenigd in de Sociaal-Economische Raad (SER), over de toekomst van de WW liet tot het voorjaar van 2005 op zich wachten. November vorig jaar kon minister De Geus eindelijk een voorstel tot wijziging van de Werkloosheidswet indienen. Hij nam in grote lijnen het advies van de SER over.

Vandaag stemt de Tweede Kamer over dat wetsvoorstel, gebaseerd op een zwaarbevochten SER-compromis. De wijzigingen zijn minder vergaand dan het regeerakkoord van dit kabinet. Een aantal omstreden punten blijft liggen, omdat De Geus ze nu uit de wet heeft gehouden.

Wat rest is een verkorting van de maximale duur van een WW-uitkering van vijf jaar tot drie jaar en twee maanden. De kortdurende WW voor jonge werklozen blijft gehandhaafd. Jongeren komen vaak niet in aanmerking voor een normale WW-uitkering door de ingangseis voor de WW dat ze in vier van de vijf voorgaande jaren ten minste 52 dagen werkten.

Zij hoeven alleen te voldoen aan de zogeheten 'wekeneis'. De kortdurende WW wordt wel verkort van zes naar drie maanden. In de eerste twee maanden krijgen jongeren 75 procent van hun laatstverdiende loon, in de laatste maand 70 procent.

De wekeneis, ingangseis voor kortdurende en gewone WW, wordt aangescherpt, maar aanzienlijk minder dan de minister aanvankelijk van plan was. In het huidige voorstel moet een werkloze om in aanmerking te komen voor WW in de laatste 36 weken ten minste 26 weken hebben gewerkt. Nu is dat nog 26 uit 39. De Geus had ingezet op 39 uit 52. Het huidige compromis is onder druk van de FNV tot stand gekomen, om te zorgen dat werknemers met een halfjaarcontract niet buiten de boot vallen.

Flexibilisering van de arbeidsmarkt staat hoog op de agenda van dit kabinet. De regering ziet wijzigingen in de Nederlandse ontslagpraktijk als een middel om dit te bereiken. De nieuwe wet schrijft voor dat bij grote ontslagrondes voortaan niet meer het last in first out-principe wordt gehanteerd. In plaats daarvan moet het afspiegelingsbeginsel gelden: bij ontslagrondes streven naar een evenwichtige leeftijdsopbouw van de overblijvende werknemers.

De Geus wilde in de wetswijziging ook regelen dat onderhandelaars in CAO's zelf afwijkende ontslagcriteria mogen afspreken. Dit voorstel trok hij echter op het laatste moment in wegens berekeningen van het Centraal Planbureau. Het risico dat vooral oudere werknemers hiervan de dupe zouden worden bleek te groot.

Van technische aard, maar niet zonder gevolgen, is de verandering van de verwijtbaarheidstoets. Voorheen liepen werknemers als ze geen bezwaar aantekenden tegen hun ontslag het risico geen WW te krijgen omdat het ontslag dan 'verwijtbaar' was.

In de nieuwe wet wordt geregeld dat een ontslag alleen nog verwijtbaar is als het op staande voet is of wegens 'dringende redenen'. De minister hoopt hiermee een einde te maken aan de vele pro-formaprocedures die werknemers nu nog tegen hun werkgever aanspannen bij ontslag.

De fracties van PvdA, CDA, GroenLinks, LPF en SGP willen vandaag bij het debat een motie indienen over de ontheffing van de sollicitatieplicht bij mantelzorg of vrijwilligerswerk. De indieners vragen de minister het publiek 'actief' te informeren over de mogelijkheid dat wie mantelzorg of vrijwilligerswerk verricht recht kan houden op WW zonder te solliciteren. Het wetsvoorstel regelt dat het UWV in individuele gevallen kan besluiten tot een ontheffing.

De Geus is na het door de Kamer loodsen van zijn nieuwe Werkloosheidswet nog lang niet klaar. De grote vraag naar de toekomst van de Nederlandse ontslagpraktijk blijft namelijk liggen. Moet er een wettelijke beperking komen op ontslagvergoedingen? Moeten de wettelijke ontslagcriteria versoepeld of zelfs vrijgelaten worden?

Kabinet en Tweede Kamer laten deze en andere vragen nu onbeantwoord in afwachting van een advies van de SER hierover. Aanvankelijk zou dit advies in april komen, maar tijdens het debat in de Kamer vorige week bleek dat de SER dat in ieder geval niet gaat halen. De minister en enkele parlementariërs dreigden om bij uitblijven van een advies zelf met voorstellen te komen.