Eindelijk hoop voor Afrikaanse wetenschap

Altijd werden in Afrika westerse wetenschappers om advies gevraagd. Afrikanen werden genegeerd. Dat gaat veranderen, zegt Mohamed Hassan.

Mohammed Hassan Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 060201 Boyer, Maurice

Het afgelopen jaar was een hoopgevend jaar voor de wetenschap in Afrika. Zegt Mohamed Hassan, voorzitter van de Afrikaanse Academies van Wetenschappen (AAS). Vorige week was Hassan in Amsterdam, samen met vertegenwoordigers van alle dertien Afrikaanse Academies van Wetenschappen. De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen had hen uitgenodigd om te praten over de rol van wetenschap en technologie voor ontwikkeling in Afrika.

2005 was onder meer zo hoopvol voor de Afrikaanse wetenschap omdat de G8 3,5 miljard dollar toezegden voor de ontwikkeling daarvan in de komende tien jaar. En omdat Afrikaanse overheden tot wetenschap lijken bekeerd.

Hassan is wetenschapper in het diepst van zijn gedachten. Hij ging wiskunde studeren om de patronen te kunnen begrijpen die de wind blies in het woestijnzand rond zijn geboortedorp in Soedan en promoveerde in Oxford. Maar hij werkt nu vooral als wetenschapsmanager.

Eén van de dingen die Afrikaanse wetenschappers dwarszitten, vertelt Hassan tijdens een gesprek in Amsterdam, is dat hun overheden en donoren westerse wetenschappers om advies vragen, terwijl zij genegeerd worden. Maar goed, Hassan beseft ook wel dat Afrikaanse wetenschappers minder presteren dan die collega's, door een gebrek aan apparatuur, logistiek en ervaring.

Waarom zou dan dat geld van de G8 daadwerkelijk wetenschap en technologie ín Afrika zelf versterken?

Hassan: 'De politieke steun daarvoor in Afrikaanse landen zelf. Die is nieuw. Tot voor kort hadden onze regeringen weinig belangstelling voor wetenschap. Daardoor werden de wetenschappelijke agenda's bepaald door partners met geld van buiten Afrika. Maar in de praktijk passen hun oplossingen vaak niet. In de laatste paar jaar hebben regeringen van een aantal Afrikaanse landen gehamerd op het belang van wetenschap in eigen land. President Obasanjo (Nigeria) en Museveni (Oeganda) stellen zich op als voorvechters van onderzoek en betere salarissen voor wetenschappers. Ghana, Senegal, Rwanda en Zuid Afrika investeren nu in wetenschap. De president van Tanzania heeft persoonlijk gezorgd voor de oprichting vorig jaar van een Academie van Wetenschap in zijn land. Ook in andere landen zijn de laatste jaren Academies opgericht. Ze organiseren en stimuleren de beste wetenschappers van hun land, en brengen die meer in het zicht van de overheden.

'Door het commitment van de Afrikaanse regeringen zal de wetenschap in Afrika meer haar eigen prioriteiten kunnen stellen. De allerhoogste prioriteit ligt bij onderzoek op het gebied van landbouw, water, energie en gezondheidszorg.'

Terwijl het geld van de G8 voor wetenschap in Afrika zijn bestemming nog moet vinden, investeren Aziatische landen zelf in wetenschap. Wat kan Afrika van Azië leren?

'Landen als India, Maleisië, Zuid-Korea en ook Brazilië hebben zich zo succesvol kunnen ontwikkelen door hun grote investeringen in onderzoek. Ze hebben zich niet gericht op de import van technologie uit rijke landen, maar laten zich sturen door hun eigen definitie van problemen. Dat moeten wij ook doen. De Afrikaanse Unie en de NEPAD (een ontwikkelingsorganisatie van Afrikaanse landen) willen daarom toponderzoeksinstituten (centres of excellence) creëren, die ook Afrikaanse wetenschappers uit andere delen van de wereld terug moeten lokken. Daar moeten ze ons, de Afrikaanse Academies, bij betrekken, om aan te geven welke bestaande instituten als topinstituut aangemerkt kunnen worden.

'Sommige Afrikaanse Academies zijn star en tellen veel grijze mannen. Heel geleerd, maar hoe wetenschap werkt voor de maatschappij houdt hen niet bezig. Vaak is er een maximum aan het aantal leden dat de Academies toelaten, zodat jonge wetenschappers moeten wachten tot anderen overlijden voor ze gekozen kunnen worden. De Aziatische Academies zijn flexibeler.

Samenwerking met Azië vindt ook plaats door de uitwisseling van studenten. In 2005 is de Academy of sciences for the developing world (TWAS) daarvoor een programma begonnen. Ongeveer dertig studenten uit Afrika volgen nu een opleiding in onder andere India en China, in engineering, medicijnen en landbouw. Volgend jaar worden het er wel drie keer zoveel.

'De opleidingen in India zijn net zo goed als die in de VS, maar de kans dat een Afrikaanse student uit India terugkomt is veel groter dan dat hij uit de VS terugkomt.'