De zwarte sterren van Nkrumah

Ghana is een van de vier Afrikaanse debutanten bij het WK voetbal in Duitsland. De 'Black Stars' schreven een boeiende episode in de historie van het Afrikaanse voetbal.

Kwame Nkrumah en Martin Luther King maakten een zwierige pas de deux in de wereldgeschiedenis. 'I speak of freedom', zei de één, 'I have a dream', verkondigde de ander. Het voetbalevangelie volgens de Hongaarse legende Ferenc Puskas en diens Braziliaanse collega Pelé bracht de vrijheidsdroom van de Afrikaanse staatsman en de Amerikaanse voorman van de burgerrechtenbeweging even dichterbij.

Nkrumah (1909-1972) werd in 1957 minister-president, drie jaar later president van de republiek Ghana, het vroegere Goudkust. Hij filosofeerde openlijk over de verheffing van zijn land. Hij creëerde daarvoor de 'Black Stars', het nationale voetbalelftal dat het onafhankelijke Afrika een sportieve illusie in de schoot wierp.

Bij de Afrika Cup, het bijna vijftig jaar oude toernooi dat nu in Egypte in de besissende fase verkeert, is Ghana al uitgeschakeld. Vandaag zijn de halve finales (Ivoorkust-Nigeria en Egypte-Senegal), vrijdag is de finale. De voetballers uit Ghana hebben hun blik alweer gericht op het WK in Duitsland, waar ze in juni met hun collega's uit Togo, Angola en Ivoorkust hun debuut maken.

Goudkust was letterlijk en figuurlijk de poort van de internationale, overzeese slavenhandel tussen de zestiende en negentiende eeuw geweest. Binnen het Britse Gemenebest trok Goudkust de welvaart naar zich toe, dankzij de exploitatie van goud en cacao. Het besteedde veel geld aan onderwijs, een overheidsapparaat en een vrije pers zodat zich ook een zwarte intellectuele elite kon ontpoppen. De opkomst van de jonge Nkrumah liep parallel aan die van King en diens burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten.

In 1950 voerde Nkrumah een 'Positive Action'-campagne, en de Britten gooiden hem wegens opruiing in de gevangenis. Maar vanuit de cel won hij de verkiezingen van 1951, vervolgens leidde hij Ghana naar de onafhankelijkheid, op 6 maart 1957. King woonde de onafhankelijksceremonie bij en haalde daaraan herinneringen op in zijn memoires: 'Op een donkere nacht kwam daar nieuwe natie tot leven. Dat was een emotioneel moment voor de 500.000 aanwezige Ghanezen. Ik huilde van vreugde en dacht aan de pijn en de ontbering van dit volk. Na de laatste speech van Nkrumah hoorden we overal die oude negrospiritual, uit het diepste van ieders hart: Free at last, free at last, God Almighty, I'm free at last!'

Nkrumah stond een ontwakend Afrika voor ogen, dat zou breken met zijn vernederend verleden van uitbuiting, onderontwikkeling en armoede. Hij ijverde voor de Verenigde Staten van Afrika en droomde van een 'blotevoetensocialisme' dat er mede zou komen door de bal. Voetbal was voor Nkrumah een wapen in de moeizame emancipatiestrijd. Hij vertolkte het gevoel van duizenden Afrikanen met zijn eerste toespraak. 'Van nu af aan staat er een nieuwe Afrikaan in de wereld', hield hij zijn volk voor. Hij zette de 'Afrikaanse onafhankelijkheid' op de internationale agenda. De blotevoetenvoetballers bestempelde hij als de ambassadeurs van de nieuwe Afrikaanse mens. In zijn overheidsproject voor straatkinderen liet hij sport, onderwijs en cultuur elkaar bestuiven. Nkrumah wakkerde de gedachte aan dat voetbal de jeugd kon kneden en de bevolking waardigheid en troost kon bezorgen.

Als een gevolg van zijn overtuiging gebruikte hij het nationale Ghanese voetbalelftal voor de promotie van zijn pan-Afrikaanse model. In 1959 smeedde Nkrumahj de 'Black Stars'. Een van de eerste coaches was de Slowaak Joseph Ember, die de selectie de geheimen van de 'Magische Magyaren' van Puskas en co aanprees: individuele techniek, collectieve automatismen, tactisch inzicht, zuivere balbeheersing, doeltreffend spel.

Nkrumah haalde de enige Ghanese profspeler, de immens populaire C.K. Gyamfi, terug uit Düsseldorf en benoemde hem, in het kader van zijn politiek van Afrikanisering, tot bondscoach. Ghana toonde zich daarmee een voorloper want alle Afrikaanse landen deden beroep op buitenlandse trainers.

Twee jaar later organiseerde Nkrumah voor de nationale ploeg een uitgebreide tournee door Europa, vooral om de vooroordelen over Afrika uit te wissen. Er stond geen maat op de Black Stars. Het team won acht van de twaalf demonstratieduels, verloor er slechts één en speelde gelijk tegen onder meer het machtige Real Madrid (3-3) van Puskas en Alfredo di Stefano. De Black Stars lazen Fortuna Düsseldorf, Austria Wien, Slovan Bratislava, FC Blackpool en Dynamo Moskou de les.

Nkrumah stuurde Gyamfi op stage naar het Braziliaanse WK-elftal van 1962 met Didi, Vava en Garrincha. De bondscoach knoopte contacten aan met Pelé en prefectioneerde zijn kennis van het Braziliaanse systeem. Gyamfi polijstte vervolgens de Ghanese voetbalstijl naar het model van de Braziliaanse én de Hongaarse school. Gekruid met de natuurlijke dribbelkunsten van de 'king of football' Stanley Matthews, die als topattractie van de onafhankelijkheidsfeesten van 1957 de affiche sierde. Het sambaspel was ook in Afrika perfect toepasbaar. Kinderen voetbalden van bij het ochtendgloren tot het schemerduister op straat en schaafden hun techniek schier eindeloos en op natuurlijke wijze bij.

In augustus 1963 sprak King in Washington de historische woorden 'I have a dream', drie maanden later vervolmaakten de Black Stars de eerste etappe van deze droom. Ze wonnen de Afrika Cup in de eigen hoofdstad Accra met ongekunsteld en briljant dribbelvoetbal. Dit scenario herhaalde zich twee jaar later, in 1965.

Een militaire staatsgreep maakte in 1966 een einde aan het bewind van de sociale president. Nkrumah werd afgezet en de nieuwe machthebbers drukten de sport terug in de marge. De nationale voetbalploeg leefde nog één keer op, in januari 1968. Ghana bereikte opnieuw de finale van de Afrika Cup, maar verloor zijn eerste wedstrijd in vijf jaar tijd. Na het afzetten van Nkrumah hadden de Black Stars hun glans verloren. Drie maanden later werd Martin Luther King vermoord. De vrijheidsdroom van de dominee en de voormalige president van Ghana werd in bloed gesmoord.