Vrijheid van tekenen

Op de twaalf spotprenten en afbeeldingen van Mohammed in de grootste Deense krant Jyllands-Posten is inhoudelijke kritiek mogelijk, maar dat mag geen aanleiding geven tot bedreigingen, bommeldingen en brandstichting. De Deense imams die moslims elders in de wereld tegen deze spotprenten hebben gemobiliseerd, zijn medeverantwoordelijk voor het wereldwijde oproer dat pas drieënhalve maand na de eerste publicatie is uitgebroken. Aan de cartoons hadden zij ook tekeningen uit door hen ontvangen scheldbrieven toegevoegd, waarin Mohammed onder meer als varken en als pedofiel werd afgebeeld. Zo betrokken zij de wereld bij een op zichzelf beperkte nationale affaire. De televisiecamera's hadden een turbo-effect door kleine protesten beeldvullend uit te vergroten.

Het gaat allang niet meer over de gewraakte Deense cartoons, die werden gepubliceerd omdat een schrijver van een kinderboek over Mohammed geen illustrator kon vinden. Er zijn veel figuren en machthebbers in het Midden-Oosten met een politieke agenda, die er baat bij hebben om door overdrijving en valse voorstelling van zaken de vlammen op te stoken. Van Arabische leiders die zelf meedoen aan verwerpelijke antisemitische haatcampagnes is dit hypocriet. Ook de Amerikaanse en Britse regeringen veroordeelden pas op een laat moment de Deense cartoons, kennelijk omdat ze met hun troepen in Irak deze onrust onder moslims niet kunnen gebruiken.

Men kan het betreuren of niet, maar het gevolg van het oproer is dat media voortaan terughoudender zullen zijn met het publiceren van spotprenten over Mohammed. Deze terughoudendheid met religieuze symbolen bestond tot in de jaren zestig in heel het Westen. Veel landen, waaronder Denemarken en Nederland, hebben oude wetten tegen godslastering, die nauwelijks meer worden toegepast. Die wetten stammen uit minder seculiere tijden in Europa, toen er om een klein religieus meningsverschil nog grote of kleine oorlogen konden uitbreken. De immigratie van moslims heeft Europa teruggeworpen in de heftige godsdienststrijd van vroeger. Het Britse parlement heeft om die reden vorige week een wet aangenomen tegen godslastering. Ook al ging die wet minder ver dan de regering had voorgesteld, het blijft jammer.

Kritiek op godsdienst hoort tot de vrijheid van meningsuiting, zoals tekenen. Een wet tegen godslastering zou spotprenten tegen een potentaat als Ayatollah Khomeiny onmogelijk kunnen maken. Toch is de vrijheid van meningsuiting niet absoluut. Tussen wet en daad staat de moraal. In Amerika is de wettelijke vrijheid van meningsuiting groter dan in Europa en toch bespotten grote media zelden religie. De negentiende-eeuwse denker Alexis de Tocqueville verbaasde zich daar al over. Uit deze terughoudendheid spreekt historische wijsheid en begrip voor soms vervolgde groepen. Het is dapperder om eigen heilige huisjes omver te werpen dan die van andere minderheidsgroepen. Alleen discriminatie, opruiing, belediging en belastering van personen zijn verboden. Dat daarbuiten alles is geoorloofd, betekent nog niet dat het is geboden. Toch is dit verlate wereldwijde oproer van moslimgroepen de Deense krant en zeker de Deense regering niet aan te rekenen.