Vrees voor terroristen in drukke Straat van Malakka

Piraterij is een oud verschijnsel in de Straat van Malakka. Met de strijd tegen terreur bekommeren nu ook China, de VS en Japan zich om de veiligheid in de zee-engte. De 'Straat-staten' houden liever zelf de regie in handen.

Sinds kort vliegt dagelijks een Australisch militair vliegtuig over de Straat van Malakka. Het houdt het scheepvaartverkeer over de 800 kilometer lange route in de gaten. Aan boord is altijd een officier van een van de aangrenzende staten, Indonesië, Maleisië of Singapore. Het gaat tenslotte om de territoriale wateren en het territoriaal luchtruim van deze drie staten.

Er wordt weinig ophef over gemaakt, maar de patrouille is een van de vele, betrekkelijk onopvallende maatregelen die de laatste tijd worden genomen om deze cruciale waterweg beter onder controle te krijgen en piraterij het hoofd te bieden.

Vorig jaar bevoeren 60.000 koopvaardijschepen de Straat van Malakka en Singapore. Dit aantal staat voor een kwart van de totale wereldhandel. Van alle olie die China, Japan en Zuid-Korea importeren wordt 75 procent aangevoerd via deze zee-engte.

Het is een zee-engte met een lange traditie van piraterij. De Straat van Malakka inspireerde vier eeuwen geleden Hugo de Groot al tot een studie over de vrijheid op zee. Britten en Nederlanders hebben zich in navolgende eeuwen steeds in de straat moeten laten gelden om de piraterij enigszins binnen de perken te houden.

Verdwenen is het verschijnsel er echter nooit en na '11 september' heeft het begrip veiligheid een nieuwe urgentie gekregen. In 2004 luidde de internationale organisatie voor de zeevaart, IMB, de noodklok, nadat zij gemiddeld één keer per week een geval van piraterij in de Straat had geregistreerd. De vorig jaar begonnen uitbreiding van patrouilles begint nu geleidelijk effect te sorteren. Vorig jaar werd nog maar één keer per maand een schip overvallen, zo meldt het IMB.

Desalniettemin houdt de Londense verzekeraar Lloyd's voorlopig vast aan de kwalificatie 'oorlogszone', wat hogere verzekeringspremies voor de vaarroute betekent. Per schip kunnen die oplopen tot 5.000 dollar extra per doorvaart.

Rondom de gevoelige Straat van Malakka ontpopt zich geleidelijk een internationaal politiek spel. China houdt inmiddels een oogje in het zeil in de buurt van deze voor dat land cruciale route en India heeft op de Andaman- en Nicobar-eilanden aan de westkant van de Straat luchtmacht en marine gestationeerd.

De opperbevelhebber van de Amerikaanse vloot in de Stille Oceaan waarschuwt op gezette tijden voor een terroristische aanslag in de Straat van Malakka. Admiraal Gary Roughead vorige week nog op een conferentie in Australië: 'De Straat van Malakka is de drukste route ter wereld en elke onderbreking daar heeft wereldwijde gevolgen'.

Volgens de admiraal is het absurd dat het internationale scheepsverkeer zo slecht wordt gevolgd: 'Bij elk vliegtuig in de wereld weten we precies waar het vandaan komt, waar het heen gaat en wat het aan boord heeft. Daar kunnen we een voorbeeld aan nemen.'

Op zichzelf heeft de zeepiraterij met terrorisme niets te maken. Indonesië wordt van oudsher bovengemiddeld door zeeroverij geplaagd. Ook vorig jaar was het land goed voor eenderde van alle gemelde voorvallen in de wereld. Vermoed wordt dat dat een topje van de ijsberg is.

De piraterij gaat om ordinaire roof, niet zelden met geweld. Maar, aldus de Amerikaanse opperbevelhebber, 'terroristen kunnen dezelfde criminele netwerken gebruiken en met het groeiende verkeer moeten we daar rekening mee houden'.

De Aziatische landen voelen weinig voor al te nadrukkelijke Amerikaanse assistentie in de Straat van Malakka. Vooral China wil geen Amerikaanse aanwezigheid zo dichtbij zijn internationale olieslagader. Zoals de Chinese ambassadeur in India zich recent liet ontvallen: 'Zolang India meepatrouilleert hebben we daar geen probleem mee, maar als de Amerikanen komen met hun slagschepen dan vinden we dat zorgelijk'.

Een Chinese ambtenaar verscheen onlangs in de Indonesische hoofdstad op een maritieme vergadering om er Chinese hulp aan te bieden bij patrouilles en registratie. Japanse en Amerikaanse collega's deden dat al eerder. Vorige week was ook de Europese Unie in de persoon van anti-terreur-chef Gijs de Vries ter plekke. Hij sprak over een 'lange-termijndreiging' in de Straat en over de noodzaak van verdere 'regionale samenwerking'.

Vooralsnog willen de drie Straat-staten de regie echter in eigen hand houden. Materiële hulp is welkom en Australische vliegers - mits onder begeleiding - ook, maar Chinese, Japanse of Amerikaanse assistentie in de strategische verbinding tussen Stille en Indische Oceaan geldt als al te opdringerig.