Steeds meer vrouwen werken

In 2005 gingen meer vrouwen aan het werk. Het aantal vrouwen dat actief is op de arbeidsmarkt nam toe tot 3,2 miljoen. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag heeft gepubliceerd.

Voor het CBS is een vrouw actief op de arbeidsmarkt als zij per week minstens 12 uur werkt of actief naar werk zoekt. In 2005 gold dit voor 58,7 procent van de Nederlandse vrouwen tussen 15 en 65 jaar. In 2001 waren nog drie miljoen vrouwen actief op de arbeidsmarkt. Volgens het CBS wordt de toename van de afgelopen jaren vooral veroorzaakt door een toename van het aantal werkende alleenstaande moeders.

Zij namen een kwart van de toename voor hun rekening. Bijna 40.000 alleenstaande moeders betraden tussen 2001 en 2004 opnieuw of voor het eerst de arbeidsmarkt. Hiermee waren in 2004 200.000 alleenstaande moeders actief op de arbeidsmarkt.

Een woordvoerder van het CBS noemt betere kinderopvang als een van de oorzaken van de hogere arbeidsparticipatie. 'Vrouwen zijn beter opgeleid, hebben kleinere gezinnen, werken vaker door als ze kinderen krijgen en gaan ook, als ze wel stoppen, vaker weer werken als de kinderen ouder zijn.'

Dat juist alleenstaande moeders vaker aan het werk gaan, komt volgens het CBS door nieuwe regelgeving. Met ingang van 1 januari 2004 trad de nieuwe bijstandswet in werking, waarbij ook alleenstaande ouders een sollicitatieplicht hebben. Een gemeente mag alleen nog in individuele gevallen beslissen dat alleenstaande ouders niet hoeven te solliciteren om recht te houden op een uitkering.

Vooral in de sectoren onderwijs, zorg en openbaar bestuur gingen meer vrouwen aan het werk. In 2005 gingen in de gezondheidszorg bijna 150.000 meer vrouwen aan de slag.

Nog altijd zijn meer mannen actief op de arbeidsmarkt dan vrouwen, maar het verschil wordt kleiner. Tussen 2001 en 2005 nam het aantal mannen op de arbeidsmarkt af met 2 procent tot 4,2 miljoen.