Musea met Van der Laan in debat over bezoekersaantallen

Zijn musea saai en stoffig? De staatssecretaris wil publieksvriendelijkheid belonen. 'Waarom zouden we ontkennen dat veel mensen musea saai vinden. Laten we er wat aan doen!'

Ze hebben elkaar afgelopen week 'langdurig' over de telefoon gesproken, staatssecretaris Medy van der Laan (Cultuur, D66) en voormalig directeur Rudi Fuchs van het Stedelijk Museum. De lucht lijkt geklaard. Want al heeft Fuchs zich gestoord aan het 'mechanische beeld van een cultureel bedrijf' dat de staatssecretaris heeft geschapen, eigenlijk liggen hun opvattingen niet zo ver uit elkaar. Fuchs: 'Een museum moet steeds overleggen welk verhaal het vertelt aan het publiek van nu.'

Begin december bracht Van der Laan haar nota Bewaren om teweeg te brengen uit. Daarin stelt ze onder meer een nieuw systeem voor de beoordeling en de financiering van de door het rijk gesubsidieerde musea voor. Ze moeten toegankelijker worden; musea met een publieksvriendelijk beleid worden financieel beloond, andere gestraft. Een internationale visitatiecommissie zal de 26 rijksgesubsidieerde musea gaan beoordelen.

In een interview met NRC Handelsblad lichtte de bewindsvrouw haar nota toe: 'Nou heb je die collectie, maar dan vraag ik: 'wat wil je ermee doen'.' Ook repte ze van het 'saaie en stoffige imago' van musea. Vrijdagavond in het Utrechtse Centraal Museum, debatteerde ze met museumdirecteuren en -medewerkers.

Van der Laan kreeg ook bijval uit de museumwereld. Paul van Vlijmen, directeur van het Spoorwegmuseum in Utrecht: 'Veel mensen vinden musea saai. Waarom zouden we dat ontkennen? Laten we er iets aan doen.'

Wie vinden musea dan saai? Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau bezoeken schoolgaande jongeren tussen de 6 en 19 jaar met enige regelmaat een museum - weliswaar vaak met school, maar toch. Het zijn de mensen tussen de 20 en 35 jaar die weg blijven. Geen nood, aldus Guus van den Hout van het (rijksgesubsidieerde) Catharijneconvent in Utrecht: 'Die komen wel weer terug, op zondag, als ze kinderen hebben.'

Waarom, vroeg Van der Laan zich af met een blik op diezelfde cijfers van het SCP, gaan die twintigers en dertigers dan wel naar cabaret, popbands en bioscopen? De overheid staart zich blind op cijfers, luidde de kritiek. 'Alleen in dit land hebben we een obsessie met bezoekersaantallen die destructief dreigt te worden', meende Rudi Fuchs. Maar, zo diende de staatssecretaris hem van repliek, 'een leeg museum is een indicator dat je iets fout doet'.

Ook Van Vlijmen van het Spoorwegmuseum kon een vol museum wel waarderen. 'Dan doe je je werk tenminste niet zomaar. Ach, musea vinden bezoekersaantallen niet interessant - totdat ze hoog worden.'

Pauline Westerman, hoogleraar rechtsfilosofie in Groningen, heeft naar eigen zeggen het hele 'visitatiecircus' al in het hoger onderwijs voorbij zien komen. 'Hoogleraren komen daardoor al niet meer aan hun werk toe. Het is voor mij vanavond een uitje dat ik iets inhoudelijks mag doen.'

Ook de door de bewindsvrouw voorgestelde visitatiecommissie met onder meer buitenlandse deskundigen lag onder vuur. Want was dat nou nodig, die buitenlandse inmenging?

Een voormalig directeur van 'een middelgroot museum' in het publiek leek het geen slechte oplossing. 'In Nederland kent de museumdirecteur iedereen en zegt niemand hem de waarheid.' Maar, zo vroeg Fuchs zich af, zou een internationale visitatiecommissie wél een onafhankelijk oordeel vellen? 'De leden voor zo'n commissie komen zelf uit musea in Berlijn, Madrid, Washington. Die beoordelen het Rijksmuseum terwijl ze de volgende dag weer gewoon een bruikleen van datzelfde Rijksmuseum nodig hebben.'