Kweksilber: ook jazzy in Mozart

Klarinettist David Kweksilber is geen muzikant die met een authentiek instrument het podium opstapt voor een historisch 'correcte' uitvoering van een oud stuk. Liever stelt hij zich - al spelend - de vraag wat híj er anno 2006 nog mee kan, juist met inbegrip van de 250 jaar muziekgeschiedenis die ons - in het geval van Mozarts Klarinetconcert - van de geboorte van de componist scheidt.

Dat wij als publiek die vraag in zijn geval óók interessant vinden, komt mede door zijn 'tweetaligheid': Kweksilber is als solist op de jazzpodia minstens even graag gezien als in de klassieke zalen. En hij klust net zo lief bij in het Schönberg Ensemble als in de New Cool Collective. Zelfs in het Nederlandse muziekleven met al decennia lang allerlei kruisbestuivingen, heeft hij een unieke plaats.

Toch bleef hij tijdens de ZaterdagMatinee in Mozarts Klarinetconcert (2 op de Classic FM top 1000 aller tijden) nog redelijk braaf. Het eerste deel klonk netjes, weinig verrassend, met een minimum aan ornamentiek. Alleen zijn persoonlijke toon - open, licht vibrerend - verried voor wie het wilde horen een jazz-affectie, maar eigenlijk viel zelfs dat nog wel mee. Idem dito het derde deel, bij orkest én solist niet helemaal vlekkeloos.

De verrassing - of misschien ook wel weer niet - kwam in het tweede deel, Adagio, dat gelegenheid biedt voor een geïmproviseerde solo-cadens. Veel 'klassieke' klarinettisten laten het hier met een of ander rudimentair riedeltje afweten. Anderen, bijvoorbeeld Charles Neidich, bij wie Kweksilber in New York studeerde, spelen wél een lange cadenza, maar schrijven die eerst helemaal uit.

Improviseren kan Kweksilber als jazzmuzikant echter prima. Dus luidde hij de cadensin met een vette bluesglijer en een paar maten eenentwintigste-eeuwse eigenwijsheid. Zo was Kweksilber al improviserend authentieker dan veel collega's, en tegelijkertijd verder van Mozart verwijderd dan wie ook.

Hoogst uitzonderlijk was dat hij na de pauze nóg een keer mocht soleren in Grotesque monochrome (2005) van Gilius van Bergeijk, een nieuw werk in opdracht van de Zaterdagmatinee met precies dezelfde bezetting als Mozarts concert. Ook hier was Kweksilber vooral in de improvisatorische passages in zijn element, met meer klankrijkdom dan Artis in bronsttijd. Verder presenteerde Van Bergeijk helaas niet veel meer dan een wat fletse kanttekening bij Mozart, met flardjes uit het klarinetconcert en als belangrijkste gimmick een binnenstebuitengekeerd Adagio, met Mozarts orkestpartij deels in omkering, en de klarinetlijn tot één toonhoogte samengeperst. Geinig, voor een keer.

Concert: Radio Kamer Filharmonie o.l.v. Thierry Fischer, met David Kweksilber, klarinet. Ketting: Printemps; Mozart: Klarinetconcert; Van Bergeijk: Grotesque monochrome; Beethoven: Tweede symfonie. Gehoord: 4/2 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 7/2 20 uur.