Hockeysport zorgt voor 29.000 blessures

De hockeysport zorgt jaarlijks in Nederland voor 29.000 blessures. Deze kwetsuren vergen alle een medische behandeling. Van dat aantal dienen 8.800 spelers zich tot de afdeling spoedeisende hulp van een ziekenhuis te wenden. In 2.400 gevallen is sprake van hoofdletsel.

Deze cijfers maakte bondsvoorzitter André Bolhuis zaterdag bekend tijdens het achtste Nationaal Hockeycongres in Utrecht. De afzwaaiend oud-international baseert zich daarbij op een uitgebreid onderzoek naar ernstig hoofdletsel vorig jaar in het hockey, en op het ingevoerde informatie- en registratiesysteem van blessures onder duizend spelers van veertien verenigingen.

Ongeveer 40 procent van de slachtoffers loopt een hersenschudding op. Bij zestig hockeyers is sprake van hersenletsel of een schedelfractuur.

Het spel in en rond de cirkel levert het meeste gevaar op. Risico's schuilen vooral in een ongecontroleerde techniek en in de vaak overvolle cirkel. Volgens het rapport levert een foutieve uitvoering van de vrije slag in de richting van de cirkel de meeste hoofdblessures op, veel meer dan de 'gevreesde' strafcorner.

Het advies om een verbetering van (slag)techniek op alle niveaus te bewerkstelligen, juicht Bolhuis toe. Ook het idee om het toezicht op het juiste gebruik van techniek te vergroten, vooral bij de jongste jeugd, kan rekenen op bijval van de bond, die verder groeide en nu 184.923 leden telt.