Het beeld

Bij de discussies over de in Jyllands Posten verschenen spotprenten over de profeet Mohammed zijn de argumenten steevast interessanter dan de aanleiding. In nog sterker mate geldt dat voor de ter vergelding op de website van de Arabisch Europese Liga (AEL) geplaatste antisemitische cartoons. Humor vergelden, kan dat eigenlijk?

Wouter van Oorschot

AEL-voorman Abou Jajah lichtte zaterdag in Nova toe dat het niet eenvoudig was geweest om een onderwerp te vinden dat voor Europeanen even heilig was als de profeet voor moslims. God, Jezus en Mozes komen daar allang niet meer voor in aanmerking. Anne Frank wel, daar mag je volgens de AEL hier nog steeds niet mee spotten. Dus legde de onbekende tekenaar Anne in bed met Adolf Hitler. Op een andere prent wordt de jodenvernietiging in 'Auswitch' ontkend. Het is waar: gevoel voor humor is nooit de sterkste kant van de Arabische cultuur geweest. In een dogmatische denkwereld gaat het niet om relativering, maar om wraak. Als jij spot met wat ik heilig vind, dan steek ik jouw symbool in brand.

Maar ook die Deense cartoons zijn niet verschrikkelijk grappig. In Buitenhof zei uitgever Wouter van Oorschot tegen de achtergrond van de tekening van Mohammed met een lont in zijn tulband - ondanks alles een nieuw icoon - dat hij die prent nogal smakeloos vond, vooral als je de Arabische tekst op zijn hoofd kunt lezen: 'Er is slechts één God.'

Desondanks verdedigde Van Oorschot hartstochtelijk het recht om zo'n tekening te publiceren, omdat in Europese samenlevingen het recht van godsdienstvrijheid automatisch gekoppeld zou zijn aan de vrijheid van meningsuiting.

In een aardig debat met twee Nederlanders die het publiceren van de cartoon ernstig afraden (oud-minister en ex-eurocommissaris Hans van den Broek en de voorzitter van het Contactorgaan Moslims-Overheid Ayhan Tonca), kwam het unieke van de Europese seculiere opvatting duidelijk naar voren. In de Verenigde Staten en zelfs in Groot-Brittannië bestaan mede vanuit de verwevenheid van kerk en staat ernstige bezwaren tegen het op de spits drijven van zo'n kwestie.

Vanuit diezelfde overtuiging had minister van Buitenlandse Zaken Van den Broek (CDA) in 1987 telefonisch verhinderd - in de uitzending - dat Nova een Duits televisie-item van Rudi Carrell herhaalde. Spot met ayatollah Khomeiny in relatie tot damesslipjes zou immers de positie van Nederlanders in Teheran in gevaar kunnen brengen.

Van Oorschot noemde een ander precedent, het item Beeldreligie uit het programma Zo is het... (VARA), dat in 1964 heel christelijk Nederland in rep en roer bracht. In een pastiche van het onzevader bad Peter Lohr 'geef ons heden ons dagelijks beeld' en vergeleek hij televisieantennes met kruisen. De Telegraaf begon een hetze, bij de makers werden drollen door de brievenbus gegooid.

Blasfemie lijkt een noodzakelijke fase in een secularisatieproces. Je zou kunnen stellen dat moslims in Europa nu op het punt verkeren waar christenen zich in 1964 bevonden.

De agressie tegen de prenten lijkt aan ons land grotendeels voorbij te gaan. Zou dat ook te maken kunnen hebben met een loutering die hier al heeft plaatsgevonden sinds november 2004?