Altijd dwars, maar nu eensgezind

Veel Iraniërs wantrouwen hun regering, maar zijn het wel eens met een harde opstelling jegens het Westen in het conflict over kernenergie. Toch overheerst bezorgdheid over een verkeerde afloop.

Aan het einde van de Kargarstraat midden in de Iraanse hoofdstad Teheran is het hoofdkwartier van het Iraanse Atoomagentschap gevestigd. Luchtafweergeschut staat er sinds jaar en dag verdekt opgesteld. Af en toe gaan groepen studenten voor het gebouw staan om de locatie te 'beschermen tegen de wereldarrogantie'.

Afgelopen zaterdag besloten de vertegenwoordigers van diezelfde 'arrogantie' de kwestie van het Iraanse nucleiare programma naar de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties te verwijzen. De gewone Iraniër in de Kargarstraat is boos op het Westen, maar sommigen zijn niet helemaal gerust op een goede afloop.

De 19-jarige Maryam Qharemani wacht in de schemering met haar vriendinnen op de bus. Ze draagt de traditionele chador, het alles behalve het gezicht verhullende kledingstuk. Haar lippen zijn rood gestift en ze heeft een aanstekelijke lach. 'Natuurlijk vertrouwen wij onze overheid niet, net zoals het Westen', zegt ze. 'Maar het hebben van vreedzame nucleaire energie is in ons eigen belang' .

Qharemani, wier achternaam in het Farsi 'held' betekent, stampt met haar voeten op de grond en vertelt dat ze op een historische plek staat. Niet alleen herbergt deze straat het hoofdkwartier van het Iraanse Atoomgentschap, legt ze uit. In 1998 begonnen hier bij de studentenslaapvertrekken, iets verderop in de straat, rellen tegen het regime die zes dagen duurden.

'Wij Iraniërs gaan altijd tegen de stroom in. Hebben we een monarchie, dan willen we islam, hebben we islam, dan willen we weer iets anders', zegt Qharemani lachend. 'Maar in dit geval gaat het om onze eigen rechten. Dus steunen we de overheid. We zien wel wat er gebeurt'.

Naser Hadian, hoogleraar politieke wetenschappen aan de universiteit van Teheran, is niet gerust op een goede afloop. 'Samen met collega's proberen we de overheid te beïnvloeden om nu geen drastische stappen te zetten', zegt Hadian.

Volgens hem is de discussie over het Iraanse kernprogramma aan het escaleren. Er is tot maart de tijd om het tij te keren, dan komt het Internationaal Atoomenergie Agentschap met zijn eindrapport over het Iraanse programma.

'Binnen het Iraanse regime bestaat een groep die zover wil gaan dat het Westen tot de rand wordt gebracht van het inzetten van militaire opties (tegen Iran). Vervolgens gaan ze ervan uit dat de Westerse landen toch worden afgeschrikt door het Iraanse machtspotentieel in de regio. Zo zou het Westen worden gedwongen op respectvolle wijze met ons te overleggen,' zegt Hadian.

Voor hem en veel van zijn vrienden, die of hervormers of pragmatici zijn, is dat hoog spel. Volgens Hadian zijn er twee belangrijke politieke stromingen: 'Er zijn mensen die niet verder willen gaan dan het non-proliferatieverdrag. En er zijn mensen die de technologie wel willen hebben om een kernbom te maken, maar die dat laatste absoluut niet willen doen'.

Volgens de hoogleraar zou de stap naar het maken van atoomwapens een wedloop in de regio in gang zetten die de macht van het conventionele Iraanse leger ernstig zou aantasten. Troepensterktes doen er immers niet meer toe als iedereen kernwapens heeft. 'Als de Europese Unie slim is, gaat ze onderhandelen over het verrijkingsgehalte van het Iraanse uranium. Door zich zo hard op te stellen als ze nu doet, speelt de EU een kleine groep extremisten in de kaart: mensen die voluit voor de bom willen gaan.'

In de Kargarstraat zegt een taxichauffeur economische sancties te vrezen. 'Een dame vertelde me dat ik nu snel mijn Iraanse 'Paykan' moet verkopen, en een Koreaanse wagen moet aanschaffen. Wat moet ik doen?'

Buschauffeur Kambiz Kavous (47) houdt zich op de vlakte. Vreedzame nucleaire energie is een goede zaak, vindt hij. De Europeanen zijn de boel aan het overdrijven. Maar Kavous maakt zich meer druk over corruptie in Iran. Onlangs zijn honderden van zijn collega's opgepakt nadat ze hadden gestaakt. 'De meeste zijn nu ontslagen. We kunnen in Iran niet altijd zeggen wat we willen', legt hij uit.

Voormalig vice-president Mohammad-Ali Abtahi vindt dat de regering het land in gevaar brengt. 'Als we door onze slogans alleen maar meer problemen krijgen, is dat geen succesvolle diplomatie', zei hij volgens studentenpersbureau ISNA. Hij stelt voor de leden van het Iraanse onderhandelingsteam te vervangen, zodat er betere resultaten kunnen worden geboekt.

Student Hadi Khalegi (23) is het niet met hem eens. 'Als we nu over ons laten lopen, wat zal er in de toekomst dan wel niet gebeuren?', zegt hij op weg van de campus naar huis. 'Westerse landen bezitten wel kerntechnologie. Hun macht is enorm. Ze proberen deze technologie voor ons onbereikbaar te maken. Dat is onrechtvaardig.'