ZO MODERN IS MAROKKO

Marokko viert dit jaar de vijftigste verjaardag van zijn onafhankelijkheid.

Zes jaar geleden begon de nieuwe koning Mohammed VI met een hervormingsprogramma dat het land moest laten uitgroeien tot een moderniseringsmodel voor de moslimwereld. Maar het blijft een race tegen de klok. Armoede, werkloosheid en corruptie drijven veel Marokkanen in de armen van de fundamentalisten.

Portret van Marrakech, waar de tegenstellingen het zichtbaarst zijn.

Niemand zal beweren dat er niets is veranderd in Marokko. En zeker Taraouat Batoule (85) niet, die woont in een doodlopende straat even buiten de drukte van mensen, fietsen, brommertjes en ezelkarren in de medina van Marrakech. Vorig jaar getuigde zij voor het koninklijke 'Instituut van compensatie en verzoening' (i.e.r), de commissie die in het openbaar onderzoek doet naar de Jaren van Lood, zoals het terreurbewind van de vorige koning Hassan II genoemd wordt. In een volgepakte zaal van de Kamer van Koophandel van Marrakech vertelde zij hoe haar zoon Mustafa Belhaouari als linkse studentenleider in 1984 door het regime werd opgepakt en gemarteld. Hij bezweek aan een hongerstaking. Batoule had een enorm portret in een gouden lijst meegenomen, zodat iedereen kon zien wie Mustafa Belhaouari was geweest.

De onderzoekscommissie is uniek voor een moslimland. Met publieke hoorzittingen door het hele land, die werden uitgezonden op radio en tv, en de samenstelling van 22.000 dossiers werd afgerekend met tientallen jaren aan brute onderdrukking, moord en verdwijningen onder het regime van koning Hassan II. Er volgde een polemiek over het uitblijven van berechtingen van de verantwoordelijke politici, de politieambtenaren en de legerofficieren. Mensenrechtenorganisaties vonden dat de commissie niet ver genoeg ging, maar Marokko zag voor het eerst een zwarte bladzijde van zijn geschiedenis onder ogen. Het hele volk hoorde verhalen die tot voor kort volstrekt taboe waren.

Het heeft haar goed gedaan, dat optreden voor de onderzoekscommissie, zegt Taraouat Batoule. We drinken muntthee en eten zoete koekjes op de patio van haar familiehuis. Taraouat Batoule dankt koning Mohammed dat er een last van haar schouders is afgenomen. Het wachten is nu op een mogelijke schadevergoeding.

Rachid Belhaouari (40), de boomlange jongere broer van studentenleider Mustafa, beaamt dat Marokko snel verandert. Marrakech groeit alle kanten op, het leven wordt sneller, veel traditionele waarden verdwijnen. Wie zoekt er op vrijdag nog zijn familie op? Belhaouari studeerde ooit af in de letteren. Al jaren is hij werkloos, maar toch is het leven op veel punten verbeterd onder koning Mohammed vi, zegt Belhaouari. Er staan nu dingen in de kranten die je vroeger niet eens durfde te denken. Maar de nieuwe generatie jongeren lijkt het niets te interesseren. 'De jongens willen merkkleren, mobiele telefoons en meisjes. De politiek is niet belangrijk meer', zucht Rachid Belhaouari. Wat bleef zijn de corruptie en werkloosheid. Twintig procent van de beroepsbevolking heeft geen werk. Een vijfde van de Marokkanen leeft volgens de Wereldbank onder de armoedegrens. Dat is koren op de molen van les barbues (de baarden), zoals de aanhangers van de politieke islam bekend staan. 'Het is moeilijk te voorspellen welke kant het opgaat met Marokko', zegt Belhaouari.

Openluchttheater

Een paar honderd meter verderop heerst als altijd de drukte van de Djemâa el Fna, Marokko's grootste openluchttheater. Ooit sloegen de karavanen hier hun tenten op en werden de kamelen van hun handelswaar ontlast. Nu zet de ondergaande zon de stofwolken en de rook van de talloze eettentjes op het plein in een rode gloed. Een passend achtergronddecor voor de verhalenvertellers in hun kring van toehoorders, voor de wonderdokters die hun zalfjes ter plekke uitproberen op het publiek en voor de venters in hyenaklauwen, hagedissenvellen, en andere middelen tegen impotentie en lichamelijk ongemak. Gnawa-muziekgroepen begeleiden met hun rinkelende belletjes en blikken castagnetten de berberdansers. Jongens dragen stevige apen op hun arm. Als je niet oppast, struikel je over de bijna achteloos rondslingerende cobra's van de slangenbezweerders.

Marrakech, koningsstad, naamgever van het land. Met zijn monumenten, soeks en stadspaleizen al eeuwenlang het exotische visitekaartje van Marokko. Winston Churchill, vaste wintergast van het exclusieve Mamounia hotel met zijn weelderige tuinen, beschreef de stad als de mooiste plek ter wereld. De Spaanse schrijver Juan Goytisolo, die al meer dan twintig jaar in de oude medina woont, noemt Marrakech een eiland van openheid en tolerantie in de islamitische wereld.

De okeren stad met zijn roodbruine huizen en zijn palmenrijen brak in de jaren negentig definitief door als toeristische bestemming voor Franse, Duitse, Italiaanse, Spaanse en Nederlandse toeristen. Ze laten zich rondrijden in de paardenkoetsjes en wandelen door het labyrint van de soeks die zich achter het plein uitstrekken tot diep in de oude medina. Ze overnachten in de riads, de fraaie staatspaleizen met hun binnentuinen en fonteinen die zich openbaren achter lage deuren in onooglijke steegjes. De vertellingen van duizend-en-een-nacht op een paar uur vliegen van Europa.

Maar achter de idylle van die exotische vakantiebestemming schuilt een andere realiteit. Marokko loopt een race tegen de klok om de grote trek van het platteland naar de steden op te vangen, om de werkloosheid, de armoede en het analfabetisme terug te dringen. Om de vrouwen een gelijkwaardige plaats in de samenleving te geven. Om het democratische gehalte van de maatschappij te verbeteren. Maar misschien wel de grootste zorg van veel Marokkanen is: hoe kun je de maatschappij democratischer maken zonder dat het moslimfundamentalisme de nieuwe vrijheden benut om aan de macht te komen?

Want dat zou een einde kunnen maken aan een relatief tolerante maatschappij, met een islam die mijlenver afstaat van de tirannieke geloofsijver in bijvoorbeeld Saoedi-Arabië.

Een halve eeuw onafhankelijk

Vijftig jaar onafhankelijkheid wordt dit jaar door dertig miljoen Marokkanen gevierd met talloze herdenkingen en aanhankelijkheidsbetuigingen aan het adres van de koning, die het symbool is van en de garantie voor de eenheid van het land. De avenues van Marrakech zullen veranderen in een zee van Marokkaanse vlaggen. Maar het feest wordt overschaduwd door de negatieve kanten van die jaren van onafhankelijkheid. Onder het regime van wijlen koning Hassan heerste staatsterreur en willekeur. De corruptie raakte zo wijdverbreid in het financiële, economische en juridische systeem, dat het vandaag de dag nog steeds een van de belangrijkste belemmeringen vormt voor buitenlandse investeerders. Meer dan de helft van de bevolking is nog altijd analfabeet, een van de hoogste percentages van Afrika. Marokko wist zijn bevolkingsaanwas met succes terug te dringen, maar de economische groei is nog altijd schraal en wisselvallig. Voornaamste oorzaak hiervan is dat het land afhankelijk is van de traditionele landbouw zonder irrigatie. Een jaar zonder regen is een jaar zonder groei. Daarom zijn de geldzendingen van de gemeenschap van circa twee miljoen emigranten (zo'n 350.000 in Nederland) zo belangrijk. De Marocains Résidant à l'...tranger (mre) maakteN het afgelopen jaar zo'n 3,6 miljard euro over, acht procent meer dan het voorgaande jaar, zo wist het nationale wisselkantoor in december tevreden te melden. Het is grofweg de helft van wat het land aan deviezen binnenkrijgt met zijn export en vormt een tiende van het nationale inkomen.

Bij zijn troonsbestijging in 1999 maakte Mohammed VI, in de volksmond bekend als M6, een veelbelovende start. Politieke gevangenen werden vrijgelaten, ballingen keerden terug, de pers schreef plotseling over zaken die voorheen als strikt taboe werden beschouwd. Zijn eerste reizen waren naar het verpauperde noorden van Marokko, het gebied van de Rifberbers waar zijn vader na het persoonlijk neerslaan van opstanden eind jaren vijftig nooit meer een voet had gezet. Met koninklijke goedkeuring werd de onderzoekscommissie ingesteld die de openbare hoorzittingen organiseerde over de Jaren van Lood. Er kwam een koninklijk instituut dat de berbertaal en - cultuur uit het verdomhoekje moest halen. De nieuwe koning drukte de Moudawana door, het nieuwe familiestatuut dat een gelijkwaardige rechtspositie van de vrouw binnen het huwelijk beoogt. Hij trouwde een burgermeisje, prinses Salma, dat niet als vroeger anoniem werd weggestopt in een harem, maar volop aanwezig is in het openbare leven. De koninklijke harem werd bij zijn aantreden afgeschaft.

In zes jaar tijd veranderde Marokko meer dan in de voorgaande 43 jaar van zijn onafhankelijkheid. Toch lijken de verwachtingen te hooggespannen. Sommige hervormingen blijven uit, of de resultaten laten op zich wachten. Na de aanslagen in Casablanca in 2003 door moslimfundamentalisten werden duizenden verdachten opgepakt. Onafhankelijke journalisten krijgen weer problemen. Armoede en werkloosheid lijken nauwelijks af te nemen. Volgens de schattingen van de Wereldbank is bijna eenderde van de stedelijke bevolking zonder werk en leeft eenvijfde van de Marokkanen onder de nationale armoedegrens. De politieke partijen en het parlement zijn nog steeds van bordkarton, zo luidt de kritiek.

De koning beslist.

Dat is maar goed ook, vinden anderen. Want aan de horizon is een nieuw gevaar verschenen. De puriteins-islamitische Parti de la Justice et du Développement (pjd) profiteerde paradoxaal genoeg het meest van de toegenomen openheid. Bij de laatste verkiezingen groeide deze partij uit tot de derde politieke macht naast de traditionele stromingen van de socialistische partij en de conservatieve nationalisten van de Istiqlal. De pjd, aangevoerd door de gepolijste partijsecretaris Saâdeddine El Othmani, aast op regeringsmacht bij de verkiezingen van volgend jaar.

De partij speelt in op het ongenoegen over de corruptie en werkloosheid en wint aan geloofwaardigheid als enig politiek alternatief. De pjd belooft een einde te maken aan de corrupte overheersing van de makhzen, de financieel-politieke elite rond het Marokkaanse koningshuis die met vriendendiensten en handjeklap vanouds de touwtjes in handen houdt. Maar veel Marokkanen menen dat achter het sociale gezicht van de pjd een intolerante en autoritaire geloofsdoctrine schuilgaat, een religieus fascisme dat eenmaal aan de macht korte metten zal maken met de democratische vrijheden.

En dan is er nog de buitenparlementaire, half getolereerde fundamentalistische beweging Al Adl Wal Ihsane (Rechtvaardigheid en Zorg) van de bejaarde sjeik Abdesselam Yassine. Yassine, door velen beschouwd als Marokko's sunnitische variant van Ayatollah Khomeiny, kan op een groeiende aanhang rekenen. Zijn dochter en officieus woordvoerder Nadia Yassine veroorzaakte een schandaal door publiekelijk voor de instelling van de islamitische republiek te pleiten.

Als de veranderingen in Marokko niet sneller gaan, zo is de vrees bij veel Marokkanen, dan valt het land ten prooi aan de 'baarden'. Maar als de veranderingen te snel gaan, dan zijn het eveneens de fundamentalisten die hiervan het meeste profiteren. De koning balanceert op een dun koord.

Overal toerisme

De sleutel tot verandering ligt bij de economie. In 2000 liet M6 zijn volk weten dat het toerisme het land uit het economische moeras moet trekken. Het ministerie van Toerisme kwam met een ambitieus plan: in 2010 moest het aantal toeristen zijn verviervoudigd tot tien miljoen per jaar. Een investering van tien miljard euro moest Marokko opstoten in het rijtje van de eerste twintig toeristische wereldbestemmingen. De officiële statistieken telden afgelopen jaar al meer dan vijf miljoen toeristen. Buitenlandse touroperators tonen zich kritisch over deze cijfers: investeringen in de grote kustplaatsen lopen achter op schema, de bezettingsgraad van hotels is eerder gedaald dan gestegen.

Maar in Marrakech lijkt het te gaan lukken, zo klinkt het zelfs uit de meest sceptische hoek in de branche. Twee miljoen toeristen worden dit jaar in de stad verwacht. Voorbij Churchill's favoriete Mamounia-hotel, buiten de muren van de oude medina, rijzen nieuwe hotelblokken op in de uitgestrekte wijk de Hivernage. Daarachter ligt de kilometerslange Boulevard Mohammed vi waar het discopaleis Pacha verloren oprijst in een eindeloze vlakte. Binnen enkele jaren staat hier een nog grotere hotelwijk. Marrakech slaat alle Marokkaanse bouwrecords. Het dagblad l'Economiste telde begin vorig jaar 1500 projecten in voorbereiding, uitgevoerd door grote Europese hotelketens en projectontwikkelaars.

De periferie van Marrakech biedt nog een heel andere bouwactiviteit: aan de rand van de stad verrijzen uitgestrekte, zelf bijeengebouwde sloppenwijken waar de nieuwkomers van het platteland zijn neergestreken. De grote trek is niet meer te stuiten. Begin jaren zeventig leefde nog tweederde van de Marokkaanse bevolking buiten de steden. Vorig jaar was dit nog maar 45 procent. Geschat wordt dat in de komende vijf tot tien jaar vijf tot zeven miljoen mensen, bijna een kwart van de bevolking, stadwaarts zal trekken.

Sidi Youssef Ben Ali is zo'n uitdijende voorstad. De wijk is opgeknapt met geld van het nationale plan voor sociale woningbouw Ville sans Bidonville (Stad zonder Sloppen), waarmee de centrale regering sociale woningbouw subsidieert en sloppenwijken van elektriciteit en drinkwater voorziet. Fatima Mehadaoui (60) kwam twaalf jaar geleden met haar gezin van het platteland naar de wijk. Mehadaoui, een kleine, vroegoude verschijning, ontvangt ons gastvrij in haar zelfgebouwde woning: drie kamers en een keukentje rond een kale binnenplaats, met een totale oppervlakte van zeventig vierkante meter. Ze woont er samen met haar man, zoon, dochter, schoondochter en twee kleinzonen. Het is niet altijd makkelijk, vertelt Fatima boven het geluid uit van de Egyptische soap die uit het opgelapte tv-toestel schalt. Haar man is ziek, haar zoon handelt wat in keukenspullen, maar heeft niet altijd werk. Het officiële minimumloon van 160 euro per maand wordt zelden gehaald.

De andere kant van de straat, waar balkende ezels rondlopen op grond die bouwrijp is gemaakt, ligt het werkterrein van Turia Binebine. Binebine is voorzitter van de lokale afdeling van Soroptimiste, een internationale vrijwilligersorganisatie van werkende vrouwen uit de betere middenklasse. Op zoek naar een duurzaam hulpproject bedacht ze een internaat voor plattelandsmeisjes. Goede contacten en een aantal forse schenkingen zorgden ervoor dat het plan werkelijkheid werd.

Samen met Ghizloune Argrouge (14) uit het dorpje Douar Gsima lopen we door de betonnen gangen van het halfafgebouwde complex. 'Kijk, hier komen de boeken en daar de computerzaal. Is het niet geweldig?', zegt Binebine met gepaste trots en onstuitbaar enthousiasme. Ghizloune Argrouge - lange paardenstaart, de armen over elkaar - inspecteert nieuwsgierig een van de vijftig slaapkamers waar straks misschien haar bed komt te staan. Ze kan goed leren en wil later lerares worden. In Douar Gsima is alleen een lagere school. Sommige jongens worden er wel op uitgestuurd om de dagelijkse lange busreis te maken naar een voortgezette opleiding in de stad. De meisjes niet. Afgezien van het vervoersprobleem hebben de families er na de droogte van de afgelopen jaren geen geld voor. Veel plattelandsmeisjes belandden vaak op jonge leeftijd in de stad als petite bonne, hulpje in de huishouding. Daar maken ze werkdagen van veertien uur of meer tegen een loon van minder dan tien eurocent per uur. In heel Marokko betreft het honderdduizenden kinderen, sommige vrouwenorganisaties schatten hun aantal zelfs op een miljoen. Een vorm van moderne slavernij. Volgens Human Rights Watch kent Marokko het hoogste percentage kinderarbeid in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Gevallen van seksueel misbruik zijn niet uitzonderlijk. Bij zwangerschap worden de dienstmeisjes op straat gezet. Daar bedelen ze de kost bijeen of belanden in de prostitutie.

Tot in de jaren negentig kon ieder burgerinitiatief op wantrouwen en tegenwerking van de autoriteiten rekenen. Dat is nu voorbij, zegt Turia Binebine. Met het meisjesinternaat hoopt ze straks jaarlijks twee- tot driehonderd meisjes te laten doorstuderen, de beste leerlingen geselecteerd uit de dorpen rondom Marrakech. Een pragmatisch privé-initiatief om de vrouwen verder te helpen. 'Dit project', zegt Binebine, 'is ook een strijd tegen het fundamentalisme.'

Het monster van de willekeur

Er mag dan veel veranderd zijn in Marokko, af en toe steekt het monster van de autoritaire willekeur weer de kop op. Zelfs pal onder de rook van het vreedzame plein Djemâa el Fna met zijn stromen toeristen. Begin september bleek er gestolen uit een van de twee paleizen van koning Mohammed VI. Meubels, antiek servies- en zilvergoed, kristallen glazen en borden van kostbaar porselein waren verdwenen. De koning was woedend, de politie stond onder hoge druk. Hassan Zoubaïri, paleisleverancier van levensmiddelen, vader van drie kinderen en een populaire verschijning in de oude medina, stierf tijdens zijn verhoor op het commissariaat van Djemâa el Fna. De familie Zoubaïri verklaarde aanvankelijk dat Hassan op het politiebureau was doodgeslagen. Le Journal, samen met Tel Quel het grootste onafhankelijke weekblad van Marokko en een luis in de pels van de autoriteiten, dook op de zaak. De familie Zoubaïri trok kort daarop in een communiqué haar klachten in en beschuldigde plots de pers van 'sensatiejournalistiek'. Dezelfde dag nog werd de broer van Hassan Zoubaïri vrijgelaten, nadat hij een bekentenis had ondertekend.

Aboubakr Jamaï, de jonge hoofdredacteur van Le Journal: 'In ruil voor de vrijlating van de broer van Hassan worden de klachten ingetrokken. Op dezelfde dag. Schandelijk.' Zijn conclusie: binnen het politieapparaat zitten tot op het hoogste niveau nog steeds mensen die denken dat ze mogen martelen en doden. De koning heeft daartoe geen opdracht gegeven, daarvan is hij overtuigd, maar evenmin is de jonge vorst er in geslaagd om in de eerste zes jaar van zijn bewind de individuele rechten van de burgers te garanderen. En in een land waar hij nog altijd staatshoofd en regeerder is, opperbevelhebber van het leger, hoogste rechter, en Amir al-Mou'minine, de aanvoerder der gelovigen, is iedereen uiteindelijk afhankelijk van de koning. 'Het probleem in dit land', zegt Aboubakr Jamai, 'is dat de makhzen, de machtsstructuur, niet wezenlijk is veranderd. En dat is uiteindelijk iets waarvoor je de koning verantwoordelijk mag houden.''

De wolf

Aan de Boulevard Mohammed v, in de nieuwe stad die ooit door de Franse koloniale bezetter werd aangelegd, ligt het stadhuis van Marrakech. Het is een statig, groot gebouw in een parkje. Zelden zie je iemand op de trappen van de ingang. De bijnaam van burgemeester Omar el Jazouli is Le Loup, de wolf. 'Een intelligent roofdier', zo verklaart een inwoner van de medina. Jazouli is lid van de Union Constitutionnelle, een van de loopbaanpartijtjes die ooit in het leven werden geroepen ter ondersteuning van koning Hassan ii. Zijn benoeming tot burgemeester in 2003 viel samen met een veroordeling tot drie maanden gevangenisstraf en een boete van 5000 dirham (450 euro) wegens het aanwenden van publieke gelden voor de verkiezingsdoeleinden van zijn partij. Het vonnis, dat overigens geen noemenswaardige gevolgen had, was een treffende binnenkomer, zo vond menig bewoner van de okeren stad.

De burgemeester houdt ontvangst in zijn werkkamer. Omar Jazouli blijkt een licht gezette vijftiger die met geroutineerde zelfverzekerdheid uitweidt over de successen van zijn stad. Zijn betoog wordt regelmatig onderbroken door de mobiele telefoon. Dit jaar worden de twee miljoen toeristen makkelijk gehaald, vertelt Jazouli niet zonder trots. De bouwplannen voor de nieuwe wijk van megahotels aan de rand van de stad betekenen overigens niet dat Marrakech zich wil ontwikkelen tot een soort Benidorm aan de voet van de Atlas, zo bezweert hij. 'We zoeken geen massatoerisme, maar meer cultureel, de kwaliteitsmarkt.' Zoals de Europeanen die in Marrakech hun tweede huis hebben en daar een paar maanden per jaar willen verblijven en hun vrienden en familie laten overkomen.

De stad groeit vooral de laatste jaren rap door de toestroom van het platteland. De laatste telling in 2004 leverde 840.000 inwoners op, dertig procent meer dan tien jaar geleden. Marrakech is er helemaal klaar voor. In de nieuwe satellietstad Tamansourt moeten in de toekomst 200.000 inwoners worden ondergebracht.

Qua planning valt het mee, oordeelt de burgemeester. Er is water genoeg, het groeiende probleem van het ongezuiverd afvalwater wordt sterk overdreven, vindt hij. Het toegenomen verkeer dat door de straten dampt, daar moet nodig wat aan gedaan worden. 'We moeten een verkeersplan hebben', zegt Jazouli beslist. Nee, zo'n plan is er nog niet. Zelf vindt hij de bouw van ondergrondse parkeerplaatsen wel een goed idee.

De mobiele telefoon gaat. 'Het presentje heeft u achtergelaten?', vraagt Jazouli en kijkt zoekend in het rond tot zijn blik blijft rusten op een pakje ter grootte van een stevig boek dat op een salontafeltje bij het raam ligt. 'Ik zie het ja, dank u. Heel vriendelijk.' In de cadeauverpakking zit een doos riante Monte Cristo-sigaren. Behendig wipt de burgemeester de doos open en streelt met een keurende blik de inhoud. Bij de fotosessie verdwijnt de doos schielijk in een bureaulade.

Wat heeft Jazouli zich als doel gesteld voor de komende vijf jaar? 'Marrakech moet een solide toeristenbestemming worden', zegt de burgemeester, 'maar de economie moet zich niet eenzijdig ontwikkelen.' Wat zijn de alternatieven? De regio neemt eenvijfde van de nationale melkproducten voor zijn rekening, zo zegt Jazouli na enig nadenken. En er zijn olijven. Druiven. En meloenen. De burgemeester dreigt even stil te vallen. 'Onderzoek en ontwikkeling!', zo snelt raadslid Khadija Alfeddy, die het gesprek bijwoont, haar partijgenoot te hulp. Marrakech heeft ten slotte een universiteit, brengt Alfeddy in herinnering. De wetenschappelijke activiteiten kunnen de stad mooi tot een technopool maken. 'Ja, onderzoek en ontwikkeling', zegt Jazouli opgelucht. 'Dat is een goed idee.'

Grond- en huizenspeculatie is een terugkerende zorg voor de stad, dat is waar. 'Maar wat doe je er aan?' zegt de burgemeester en heft de handen in de lucht. 'We zijn een open economie.' Dat de Europeanen de riads opkopen, heeft Marrakech overigens veel goed gedaan, dat wil hij wel even kwijt. Iedereen is er beter van geworden. En wat betreft de verhalen over sekstoerisme kan Jazouli kort zijn. 'Natuurlijk willen we geen bestemming zijn voor sekstoerisme. Kinderseks zullen we bestrijden. Maar wie eenmaal volwassen is, moet zelf weten wat hij doet.'

Stad van zonden

Sekstoerisme is een terugkerend thema. 'Marrakech, stad van alle zonden', kopte een weekblad. De stagnerende economie zou de prostitutie in de afgelopen jaren flink hebben gestimuleerd. Een tochtje langs de terrassen buiten de medina levert inderdaad uitdagend geklede meisjes op in het gezelschap van oudere heren. Koren op de molen van de pjd, waarvan de leden regelmatig uitvaren tegen de verdorven invloed van de Europeanen, die met orgieën in de medina Marokkanen perverteren. Hoogtepunt in de fundamentalistische campagne was de tsunami die Zuidoost-Azië eind 2004 trof. Het partijblad At-Tajdid wist heel goed waarom de stranden van Thailand en Sri-Lanka waren weggevaagd: het was de gerechtvaardigde straf van Allah voor landen waar westerse toeristen zich te buiten gingen aan seks, drank en andere zonden. Marokko was dus gewaarschuwd.

In de klassieke balkonpatio van het kantoor van Marrakech Medina, makelaars in koop en huur van huizen in de medina, zucht directeur Denis Sire eens diep als het thema ter sprake komt. 'Ze moeten eens ophouden om buitenlanders de schuld te geven van de prostitutie', meent hij. De toestroom van toeristen en nieuwe bewoners uit het buitenland heeft de stad een nieuwe impuls gegeven, zegt Sire. En dat Marrakech een open en tolerante stad is, is volgens hem niet door de Europeanen uitgevonden. Alsof de inwoners van Casablanca en Rabat niet zelf een weekeinde overkomen om hier de bloemetjes buiten te zetten. Marrakech heeft altijd aan zijn reputatie weten te verdienen.

De Fransman verdient nu ruim tien jaar zijn geld met het opknappen en verkopen van de riads en dars in de medina en heeft de intocht vanuit Europa van nabij meegemaakt. Fransen, Belgen, Duitsers, Britten en Scandinaviërs kochten hun staatspaleizen als een tweede huis, sommigen begonnen er onder de naam van maison d'hôte een klein hotel in. De komst van buitenlanders heeft onmiskenbaar geleid tot herstel van veel panden in het oude centrum. Families ontvingen plots een groot bedrag voor hun huizen, lokale aannemers en ambachtslieden kregen werk. De tijden dat de huizen nog voor een appel en een ei te koop waren zijn voorbij, zegt Sire. Tegenwoordig doet een opgeknapt stadspaleis al snel enkele honderdduizenden euro's. Maar de belangstelling is nog altijd groot.

Blauw hoofddoekje

In de praktijk van advocaat Younes Bensliman (32) valt weinig te bespeuren dat duidt op gedreven geloofsijver. In de kantoorflat naast de centrale politiekazerne heerst de moderne ambiance van airconditioning en een matglazen balie. De secretaresse draagt een simpel blauw hoofddoekje. Bensliman is een opgewekte, gezette man met een snorretje in een poloshirt. Hij is raadslid voor de islamitische pjd in Marrakech en voorzitter van de raadscommissie van toerisme en historische monumenten. 'Ik heb ook een barbue voor je meegenomen', had hij lachend geroepen vanuit het raampje van de glanzende Mercedes waarmee hij me ophaalde. Mederaadslid en ambtenaar Mohammed Larabi Belcaid (50) met zijn grijzende getrimde baard moest er zuinigjes om lachen.

De baarden, zoals hun tegenstanders hen noemen, staan voor religieuze dweepzucht en onverdraagzaamheid. Maar in het betoog van advocaat Younes Bensliman zijn de trefwoorden juist samenwerking en vooruitgang. Zes van de 41 zetels in de gemeenteraad bezet de pjd nu, maar dat zou in de toekomst wel eens aanzienlijk meer kunnen worden, zo verklaart hij monter. Op nationaal niveau speelt de partij al met de gedachte van regeringsverantwoordelijkheid. 'We willen samenwerken, ideeën aandragen, problemen oplossen', onderstreept Bensliman. Als commissievoorzitter is het toerisme zijn eerste prioriteit. De buitenlandse toerist is van harte welkom in Marrakech. 'Natuurlijk moeten zij wel de islam respecteren', valt partijgenoot Belcaid de advocaat in de rede. Geen alcohol op de terrassen rond de Djemâa el Fna, geen sekstoerisme. 'Niemand wil dat zijn land in een bordeel verandert.'

Dat van die tsunami berust op een misverstand, vervolgt advocaat Bensliman zijn betoog. De vertaling in het Frans was niet goed, bromt partijgenoot Belcaid. Een kwestie van dialectiek, zo blijkt. 'Ik ben het er niet mee eens dat het een straf is, die tsunami was niet de wil van God. Het was een natuurramp', zegt de advocaat. 'Niemand kan zeggen dat het goed is dat er doden zijn gevallen. Ik vraag God om hun families te helpen.' Maar er zijn natuurlijk zaken die fout zijn, zegt Belcaid. Zoals sekstoerisme, dat wil God niet. 'De koran zegt dat het slechte het slechte oproept', doceert hij streng.

Het goede imago van Marrakech, daar gaat het om. 'En niet dat ze hier maar voor één ding komen, of het nu een pedofiel is, of een homoseksueel of een normaal iemand die betaalt voor zijn pleziertjes', zegt Bensliman. Daartegen moet opgetreden worden. De invoering van de sharia is niet nodig, bezweren beiden, het volstaat de bestaande regels toe te passen. Neem het alcoholgebruik. Bensliman pakt het wetboek uit de kast en zoekt de desbetreffende artikelen op. 'De wet is duidelijk: het is voor een moslim strafbaar om te drinken in openbare gelegenheden. En wie niet zijn vergunning kwijt wil raken mag alleen alcohol verkopen aan niet-moslims. We zullen ú dus niets in de weg leggen.'

Berberbloei

De toename van het aantal fundamentalisten roept tegenkrachten op. Sinds de instelling van het Koninklijk instituut voor de Berbercultuur in Rabat en het toelaten van lessen in de Berbertaal op lagere scholen beleeft Marokko een herwaardering van zijn oorspronkelijke culturele erfgoed. De Arabieren, die reeds in de zevende eeuw vanuit het oosten Marokko waren binnengevallen, slaagden er nooit in om de oorspronkelijke Berberbevolking te Arabiseren. Buiten de grote steden moesten de sultans voortdurend hun macht bevechten op vijandige Berberstammen, van totale onderwerping was geen sprake. Etnisch gesproken is er al lang geen onderscheid meer tussen Berbers en Arabieren, al was het alleen maar omdat iedereen in Marokko in feite van Berberafkomst is. Maar de Berbercultuur werd genegeerd en gewantrouwd door de machthebbers. Met de nieuwe vrijheid blijkt de Berberidentiteit voor een groeiende groep Marokkanen echter een aantrekkelijk alternatief om hun eigenheid te benadrukken. In de Berberkranten en op populaire festivals met Berbermuziek beluister je steeds openlijker aanvallen op 'de Arabische indringers' die het ware Marokko proberen in te lijven. Dat slaat dan vooral op de puriteinse moslims met hun zedenprekerij.

Gedreven pratend boven zijn licht alcoholisch aperitiefje in een kwaliteitspizzeria in de Franse wijk Gueliz ziet architect Ahmed Assermouh er niet uit als iemand die zich iets in de weg laat leggen. En zeker niet door de fundamentalisten. 'De islam wil de wereld veroveren. Dat zal ze nooit lukken', verklaart hij strijdvaardig. 'We zullen ons verenigen tegen die opportunisten en provocateurs.' Assermouh is de oprichter van Imal, de 'sociale en culturele' beweging in Marrakech van de Berbers of Amazigh. Imal staat in het Berbers voor 'hoop' en de dag van morgen.

Assermouh ondertekende samen met andere Marokkaanse intellectuelen een manifest 'tegen de vrouwenhaat, homofobie, het antisemitisme en de politieke islam'. Hij behoort ook tot de initiatiefnemers voor de oprichting van de Partí Démocrate Amazigh, een nieuwe partij die openlijk het Berbers als officiële taal wil erkennen en bovendien de secularisering van de staat bepleit. Dat laatste staat in Marokko vrijwel gelijk aan openlijk atheïsme.

Hoewel de meerderheid van de Marokkanen thuis werd opgevoed in een van de drie Berberdialecten, moffelde Marokko in de eerste decennia na de onafhankelijkheid zijn Berberverleden het liefste weg. De grote politieke partijen richtten zich liever op de Arabische wereld. Koning Hassan had bovendien een specifieke hekel aan de Rif-Berbers met hun smeulende separatisme. En de politieke moslims moesten helemaal niets weten van de Berberidentiteit, met een eigen taal die niet die van de koran is.

'Iedereen in Marokko is Berber, maar iedereen was tot voor kort bang', verklaart Ahmed Assermouh. 'Het is tijd om onze maskers te laten vallen.' Marokkanen betalen geen belasting om zich te laten onderwijzen in het Arabisch, zo vindt hij. Dat is immers 'een buitenlandse taal die Marokko heeft bezet'. Als het Berbers eenmaal wordt geaccepteerd als officiële taal, acht hij de strijd gewonnen. Toegegeven, het zijn tot dusver vooral de muziekfestivals die volk trekken. Anders dan in Algerije wordt de politieke Berberbeweging getrokken door een kleine intellectuele bovenlaag. 'Maar de tijd dat we als een stel apen in een park worden tentoongesteld is voorbij', zegt Assermouh. 'De toekomst is aan de Amazigh.'

Cybercafé's

De balans tussen traditie en verandering vinden: de uitdaging van Marokko ligt in Marrakech op straat. De moskeeën op de Djemâa el Fna zijn soms zo vol dat de mannen buiten moeten bidden, pal naast de terrassen waar de toeristen genieten van hun couscous of harirasoep. Maar in de wijk Gueliz, voor het plein met de McDonald's, zijn minder hoofddoeken te bespeuren dan in Amsterdam-West. Puberjongens vergelijken er 's avonds boven hun shakes hun sportschoenen en snel geklede meisjes wisselen de laatste nieuwtjes uit over chats die ze hebben gehad in de cybercafés. Tegenover de ingang van het stadspark wordt geoefend op skateboards, even verderop tollen breakdansende jongens ruggelings rond op de gepolijste vloer van het gerechtshof.

De ontwikkeling van een grootstedelijke bevolking, die in praktijk steeds minder een moskee van binnen ziet en zich langzaam ontdoet van de vaste sociale codes en soms verstikkende normen, gaat hand in hand met de groei van een politieke islam die juist een puriteinse versie van het geloof kiest als identiteit en veilige vluchthaven. De koning, het hoogste gezag, staat hier middenin. Hij slacht in zijn traditionele witte gewaad het eerste schaap voor het slachtfeest en laat zijn handen door zijn onderdanen kussen op precies dezelfde wijze als de sultans dat al eeuwenlang doen. Maar ook geeft hij parlement en regering de opdracht in te stemmen met een nieuwe familiewet die de Marokkaanse vrouw een gelijkwaardige partner in het islamitische huwelijk moet maken.

Nezha Raji (41) geeft aanwijzingen aan de werklui en de architect in de ruimte waar straks het restaurant 'Le Trio Latino' zal verrijzen. De vloeren zijn gestort, de fraai bewerkte houten deur hangt in zijn voegen, in de keuken glimt het matte roestvrijstaal van de kookinstallaties. Beneden staan keurig ingepakt in plastic folie de posters die straks aan de wand komen hangen: Tango in Buenos Aires, Salsa uit de Caraïben, Samba in Brazilië.'We hebben een Latijns thema gekozen. Er komt levende muziek en een internationale keuken met Argentijnse en Mexicaanse invloed', zo verklaart ze met gepaste trots het concept van haar restaurant in Gueliz.

Nezha Raji maakt deel uit van wat je de emancipatiegolf van Marokko zou kunnen noemen. Vanaf eind jaren tachtig werden vrouwen steeds manifester op de universiteiten, in bedrijven en bij de overheid. Het leger en de politie werden voor hen opengesteld. Een cruciale doorbraak en steun in de rug was de nieuwe Moudawana, het herziene familiestatuut dat begin vorig jaar op nadrukkelijk initiatief van de koning werd aangenomen door het Marokkaanse parlement.

De rechtspositie van de vrouw in het huwelijk werd hierbij op belangrijke punten vrijwel gelijkgeschakeld aan die van de man.

Het restaurant heeft Raji samen met haar zus Khadija opgezet. Eerder begonnen ze een autoverhuurbedrijf. Het hotel van haar vader op de Avenue Zerktouni bevindt zich precies tussen beide ondernemingen in. Het toeristisch ondernemen zit in de familie maar Raji, moeder van een zoon en twee dochters, herinnert zich dat haar man - een bankier - een werkende vrouw aanvankelijk maar niks vond. 'Uiteindelijk heeft hij het geaccepteerd, maar het kostte enige moeite', vertelt ze lachend.

De gezusters Raji zijn actief in de lokale vereniging van ondernemersvrouwen. Er worden congressen en lezingen gehouden. Jaarlijks organiseert het vrouwenblad Citadine op wereldvrouwendag in Marrakech verkiezingen van de Marokkaanse vrouwen van het jaar. Het vormt onderdeel van een brede inhaalslag: op sommige faculteiten van de universiteiten zijn de vrouwen nu in de meerderheid. In de non-gouvernementele organisaties valt op dat veel vrouwen het initiatief nemen.

'Als je het vergelijkt met de Arabische wereld zijn er geen taboes meer in Marokko', verklaart dr. Zakia Mrini de positie van de vrouw. Acht jaar geleden richtte deze gezaghebbende geologe Ennakhil op, een vereniging voor de regio Marrakech waar vrouwen en kinderen terecht kunnen voor juridische, educatieve en andere hulp. Alles is bespreekbaar geworden, zegt Mrini, van verkrachting binnen het huwelijk tot de petites bonnes. Verandering is weer een volgende stap. Neem de nieuwe Moudawana: op papier een sprong voorwaarts voor de vrouwenrechten. Maar onwetendheid en weerstand binnen de rechterlijke macht maken de praktijk nog weerbarstig.

De volle wachtruimte van Ennakhil weerspiegelt echter de gegroeide weerbaarheid

van een burgersamenleving die probeert haar recht te halen. Vrouwen, mannen en kinderen hebben vaak uren moeten reizen om van hun dorp naar het inloopspreekuur in de buitenwijk van Marrakech te komen. Resultaat van een uurtje meeluisteren bij de advocaat: een 24-jarige vrouw in een roze broekpak heeft een ex-vriend die hun kind niet wil erkennen, een alimentatiekwestie, vragen over de nieuwe procedure van echtscheiding op verzoek van de vrouw en een broer die samen met zijn mishandelde zus aangifte wil doen tegen haar man. Een vrouw met stevige werkschoenen die door haar man van prostitutie wordt beschuldigd en het huis is uitgezet, wil haar drie kinderen toegewezen krijgen. Een aardige doorsnee-ochtend, aldus de advocaat.

Optimisme

Het onafhankelijke weekblad Tel Quel wijdde vorig jaar een speciaal nummer aan honderd redenen voor optimisme over de toekomst van Marokko. De verkiezingen zijn open en democratisch, in de pers wordt openlijk gesproken over de rol van de koning, over het leger en over de Westelijke Sahara, het gebied dat door Marokko is bezet en traditioneel een heet hangijzer is. De garde van bejaarde politici van de eerste decennia na de onafhankelijkheid ruimt het veld voor een nieuwe generatie. Armoe en machtsmisbruik zijn op de politieke agenda geplaatst. Er begint sociale samenhang van burgers te ontstaan die zichzelf organiseren in wat je een maatschappelijk middenveld zou kunnen noemen.

Maar uitgerekend de hoofdredacteur en een columnist van Tel Quel stonden enkele maanden later voor de rechter om zich te verdedigen tegen een enorme boete die het weekblad economisch de nek dreigde om te draaien. Aanleiding was een ironische column waardoor een parlementslid zich beledigd voelde. Maar de hoogte van de boete werd door velen gezien als een waarschuwing dat Tel Quel met zijn artikelen over de koning en andere gevoelige thema's in de gevarenzone was gekomen. 'De boodschap is duidelijk', aldus hoofdredacteur Ahmed Benchemsi (31). 'Wie de rode lijn overschrijdt, wordt financieel afgemaakt.'

Marokko heeft wel behoefte aan wat optimisme. De angst voor het opkomende fundamentalisme werpt zijn schaduw vooruit. Het zet de hervormingen onder druk. De terreuraanslagen in Casablanca van drie jaar geleden hebben de autoriteiten zenuwachtig gemaakt. Het instellen van een constitutionele monarchie, met een beperkte rol voor de koning, verdween geruisloos uit het publieke debat. Marokko lijkt zijn overgang naar een democratie in een lagere versnelling te zetten.

In Marrakech ligt de wedloop voor een betere toekomst in de eindeloze vlaktes die bouwrijp worden gemaakt voor toeristen en de bewoners van de dorpen die naar de stad trekken. Onderneemster Nezha Raji hoopt dat de stad zijn charme behoudt en geen steenmassa wordt als Casablanca. De Franse makelaar Denis Sire vreest dat de kwaliteit van het toerisme wordt bedreigd door de grote touroperators met hun blokverkoop aan de hotels. De tatoeages en bermudabroeken rukken op op de Djemâa el Fna, de eerste souvenirs 'made in China' liggen in de soek. Turia Binebine van Soroptimiste hoopt op meer gulle gevers voor de plattelandsmeisjes op haar internaat. Zakia Mrini van vrouwenbeweging Ennakhil vreest dat er behalve huizen in Marrakech gebrek blijft aan scholen, ziekenhuizen en een openbaar vervoer. Architect Ahmed Assermouh van de Berberbeweging Imal wacht gespannen af of zijn nieuwe Berberpartij officieel erkend zal worden. Taraouat Batoule, de moeder van de doodgemartelde studentenleider, zou wel willen wonen in Sidi Youssef Ben Ali, waar het licht is en je kan zitten in het Hassan II-park met zijn rozen en zijn groen. Advocaat Younes Bensliman, raadslid voor de pjd, denkt dat zijn partij in de regering komt. Mederaadslid Mohammed Larabi Belcaid wil dat de buitenlanders de islam respecteren. En iedereen hoopt op meer toeristen in Marrakech.

Steven Adolf is correspondent van NRC Handelsblad in Spanje en Marokko. Van zijn hand verscheen Marokko achter de Schermen, De wedloop voor een betere toekomst (Prometheus/ NRC Handelsblad).

Zie voorts voor download video: www.nrc.nl/video, Steven Adolf in Marokko.

Otto Snoek is fotograaf.

[streamers]

Marokko zag voor het eerst zijn geschiedenis onder ogen.

Veel jonge plattelandsmeisjes belandden in de stad als petite bonne, hulpje in de huishouding.

'Het presentje heeft u achtergelaten?', vraagt burgemeester Jazouli.

'De koran zegt dat het slechte het slechte oproept', doceert raadslid Belcaid streng.

'Als je het vergelijkt met de Arabische wereld, zijn er geen taboes meer in Marokko.'

Bij de McDonald's in de nieuwbouwwijk Gueliz is de nieuwe lichtreclame gearriveerd.