Ziekte wordt een “win win' situatie voor de kiezende consument

Experts zijn net zo confuus van het zorgstelsel als de leek die een verzekering moet kiezen, merkt Maarten Huygen.

Op de terugweg van een openbare discussie over zorgverzekeringen klinkt de gouden tip van de chirurg die naast me zat ritmisch na in mijn hoofd: “FBTO restitutie'. Een paar weken geleden zou ik de brenger van deze codewoorden stom hebben aangestaard. Inmiddels ben ik al zo ver gevorderd in de verzekeringskunde dat ik ze begrijp: het gaat om een polis waarbij de patiënt de dokter betaalt en de rekeningen declareert bij verzekeraar FBTO.

Als administrerende leek zou je denken dat de verzekeraar beter direct de dokter of het ziekenhuis kan betalen. Maar zelf dat werk doen en achteraf declareren van gemaakte kosten is juist exclusiever dan zorg die in natura tot je komt. Als de patiënt zelf betaalt, is de keuze van dokters onbeperkt, zeggen de experts. En een patiënt kiest nu eenmaal liever zijn dokter dan zijn verzekering, dus die extra administratie heeft hij er wel voor over. Zouden ziekenfonds en restitutie het nieuwe onderscheid worden zoals vroeger ziekenfonds en particulier? Komt er een naturabrilletje versus een restitutiemontuur?

FBTO doet alleen in restitutie voor de prijs van natura. Dat klinkt als zelf mogen lopen tegen het tarief van de taxi. Bij het tweede pilsje zei de chirurg nog: “Je hoeft alleen de bonnen te bewaren.“ Het voelde of ik in de tv-reclame zat. Ontnuchterd thuisgekomen vroeg ik me af waarom een restitutieverzekeraar niet net zo goed mijn medische keuzevrijheid kan beperken. Kan ik nog kiezen als de FBTO moet bemiddelen voor een bijzondere zorgaanvraag? Tijdens mijn zoektocht op internet werden vele vragen beantwoord, maar niet deze. Het leek wel of ik een vliegvakantie moest boeken, zo dwarrelden de aanbiedingen en varianten over het computerscherm. Behalve medicus, verzekeringsspecialist, econoom en jurist van de kleine lettertjes moet je futuroloog zijn om te weten hoe het werkt en hoe ziek je wordt. De verzekering werkt juist op de momenten dat je niet zo gelukkig en gezond over het gras dartelt als die gezinnen op de kleuromslagen van de aanbiedingsfolders. Het grootste deel van de polis bevindt zich onder water.

Ik ben niet als enige in verwarring, nu de tweede maand van het nieuwe zorgstelsel ingaat. Ook deskundigen zijn gedesoriënteerd. Aan de discussie in de Amsterdamse Rode Hoed, georganiseerd door het weekblad Elsevier en het organisatieadviesbureau Berenschot, was geen touw vast te knopen, hoe presentator Victor Deconinck ook zijn best deed. “Kiezen is oké' was de optimistische titel. Maar wat het voor verschil uitmaakt dat zo'n vijftien procent van de burgers op een andere verzekeraar overstapt, is me niet duidelijk geworden. Het debat werd een kakofonie van organisatieadviseurs, artsen, verzekeringsfunctionarissen, ziekenhuisdirecteuren en de professionele zaakwaarnemers van patiëntenorganisaties. Wat ze zeiden, kon zeker op instemming rekenen bij de eigen collega's maar niet bij de andere beroepsgroepen in de zaal. Soms hoorde ik mensen in mijn omgeving gedempt protesteren. De medische wereld is verdeeld. Was het maar zo eenvoudig als de markt van de horeca.

De minister van Volksgezondheid, Hans Hoogervorst, bleef ferm voor marktwerking. Met stevige gebaren en korte zinnen wuifde der Macher tijdens een toespraakje alle onheilsboodschappen weg. De kosten van de polissen waren gedaald en verzekerden stapten over. “De burger slaat zijn keuzevrijheid hoger aan dan veel politici“, hoonde hij. Het verschil in service tussen restitutie en natura is een mythe. Hij voorspelde de volgende slag in de markt, de transparantie en de kwaliteit van de zorg.

Deze woorden zijn manna voor organisatieadviseurs. De onderste steen moet boven, bottoms up, de prijs, de betrouwbaarheid, de prestaties, de gemaakte fouten. Ziekenhuizen en medici moeten verder omturnen.

Hugo Keuzekamp, econoom en directeur van Ohra, vond dat het echte werk nog moet beginnen. “Waarom zou je nu van zorgverzekeraar switchen?“, vroeg hij zich af. “De prijzen zijn verzonnen. De budgetten van ziekenhuizen en medische verrichtingen liggen grotendeels vast en dat leidt niet tot ondernemend gedrag.“ Bij zo'n uitspraak hoort een mooie bedrijfscasus. Dat was het ziekenhuis Haaglanden dat dankzij nieuwe financiële prikkels bijna geen voor operatie klaarliggende patiënten onverrichterzake terug naar huis stuurt wegens een spoedgeval. Maar deze hoognodige innovatie werd al ingevoerd vóór het zorgstelsel op de schop ging.

Hoe moet je hoog scoren in kwaliteit en laag in mortaliteit? Door geen moeilijke patiënten aan te nemen, antwoordde de chirurg mij. Alleen de gemakkelijke standaardgevallen. Een andere chirurg vertelde dat hij extra personeel in dienst moet nemen om ten bate van de transparantie de kwaliteit van zijn werk te laten meten. “Het wordt duurder“, zei hij. Dat beaamde ook een cardioloog die in wel vijf landen had gewerkt. Hij somde de miljoenen op die sommige beroemde collega's in het buitenland verdienen. Als je duur bent, heb je geen wachtlijsten. De minder rijke patiënten gaan naar de goedkope dokter die minder scoort op kwaliteit. Die hebben minder keus. Als een fout wordt gemaakt, kunnen ze altijd nog hoge schadevergoeding eisen.

Zou dat de transparante gesegmenteerde markt zijn die door een marketingspecialiste werd aangeprezen namens de patiënt? Aldi voor de armen, AH voor de welgestelden? Ze wilde zoveel soorten behandeling als soorten andijvie in het schap. Al houdt dat laatste ook niet meer over. “Alleen winnaars“, sloot ze haar verhaal af. Ziekte wordt dus een win win situatie voor de kiezende consument. Ik hoop alleen dat ik het niet word.