Wij verkopen hoop

Rechtvaardigt het terrorisme de inperking van de burgerrechten? Nee, vindt Irene Khan, secretaris generaal van de mensenrechten-organisatie Amnesty International. “De maatregelen van Britse en andere westerse regeringen zijn gevaarlijk.'

Er was amper een maand verstreken sinds de bloedige zelfmoordaanslagen in Londen van afgelopen zomer, toen Tony Blair een tikkeltje dreigend verklaarde: “Laat niemand er aan twijfelen, de spelregels veranderen.“

De Britse premier had het niet over voetbal of cricket maar over de belangrijkste spelregels die er in een samenleving bestaan: de burgerrechten, die de ruimte omschrijven die staat en burgers elkaar gunnen. Blair maakte er geen geheim van dat omwille van de veiligheid van de gemeenschap de burgerrechten hier en daar zouden worden ingeperkt.

Op het eerste gezicht lijkt het niet onlogisch dat een gemeenschap zichzelf tegen extremisten probeert te wapenen door de speelruimte van de individuele burger te beteugelen. Maar ligt dat wel zo voor de hand?

Irene Khan, al ruim vier jaar aan het hoofd van de mensenrechtenorganisatie Amnesty International, gelooft eerder het tegendeel. “Mensenrechten moeten niet worden opgeofferd voor de veiligheid“, zegt ze in haar sobere werkkamer op het Amnesty-hoofdkantoor in het centrum van Londen. Volgens mij neemt de veiligheid juist toe naarmate de mensenrechten meer worden gerespecteerd.“

Kahn ontvangt op een moment dat de affaire van de Deense cartoons nog niet is losgebarsten. Naderhand is ze voor commentaar daarop niet meer bereikbaar en ook haar staf wil nog geen officieel standpunt verwoorden over deze delicate kwestie.

Kahn is klein en tenger, heeft een zachte stem en komt uit het islamitische land Bangladesh, dat door de Amerikaanse politicus Henry Kissinger in de jaren zeventig nog werd weggezet als een “basket case', als een politiek en economisch hopeloos geval. Maar al komt ze uit een land waar vrouwen minder rechten hebben, de 47-jarige Khan, gekleed in een paars truitje en grijze broek, heeft geen last van verlegenheid. Regelmatig klaagt ze namens haar organisatie, die wereldwijd 1,8 miljoen leden telt, regeringen van kleine en grote landen zonder pardon aan. Ook de Verenigde Staten moeten het dikwijls ontgelden.

Toen Blair zijn opmerking over de veranderende spelregels maakte, hekelde Amnesty direct de “spelletjes' van politici. Blair trad met zijn harde aanpak in de voetsporen van zijn Amerikaanse bondgenoot George Bush, die soortgelijke stappen had genomen na de vernietigende aanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington.

“Het is niet nieuw dat regeringen onder het mom van veiligheid de burgerrechten inperken“, aldus Khan. “Dat gebeurde ook in Latijns-Amerika in de jaren zeventig en tachtig, toen allerlei dictaturen de vrijheden beknotten uit naam van de veiligheid. Wat nieuw is, is de manier waarop hetzelfde debat nu in westerse democratische landen wordt geïntroduceerd. En dat is zorgelijk.“

Tot Khans opluchting zette eerst het Britse Hogerhuis en vervolgens ook het Lagerhuis Blair en zijn kabinet de voet dwars bij hun pogingen verdachten langer te kunnen vasthouden zonder aanklacht.

U lijkt haast bezorgder over de reactie op de terroristische aanslagen dan over de aanslagen zelf.

“Nee, we onderschrijven dat de regering de plicht heeft actie te ondernemen om zulke terroristische aanslagen te stoppen. Maar dat moet wel op de juiste manier gebeuren. De Britse regering is verder gegaan dan andere Europese landen. Je moet de mensenrechten blijven respecteren, anders groeien de bommengooiers uit tot martelaren. Als mensen zonder aanklacht worden vastgehouden, zoals al jaren in Guantánamo gebeurt, wekt dat de schijn van willekeur, of ze nu schuldig zijn of niet. Maar ik geef toe dat het een lastig dilemma is voor regeringen. Het raakt het hart van de democratische samenleving.“

Maar waarom heeft u zo'n moeite met dat veiligheidsargument?

“Het probleem met de discussie over veiligheid is dat mensen daardoor van elkaar worden gescheiden, in “zij' en “wij', de goeden en de slechten. De veiligheid van de een wordt gewaarborgd ten koste van de vrijheid van de ander. Veel van de maatregelen zijn discriminerend geweest in hun bepalingen en soms ook in de manier waarop ze werden uitgevoerd.“

Vooral tegen moslims?

“Tegen moslims maar ook tegen Aziaten. Op het vliegveld zal ik sneller worden aangehouden dan u. In die omstandigheden ben ik minder geneigd mee te werken. Dat is waarom die discriminerende aanpak van de Britse en van andere westerse regeringen gevaarlijk is. Ik geloof dat mensenrechten in dit opzicht meer te bieden hebben. Het is iets waar mensen van verschillende achtergronden in kunnen investeren, u als blanke man uit Europa en ik als bruine vrouw uit Azië. Dat is zinvoller dan te onderstrepen wat ons scheidt.“

Juist de vrijheid van meningsuiting lijkt in het gedrang te komen. Van radicale islamitische geestelijken als Abu Hamza, die nu in Londen terecht staat, maar ook van hun critici, zoals Theo van Gogh, die zelfs werd vermoord.

“De vrijheid van meningsuiting is niet absoluut. Juist omdat mensen haat kunnen zaaien tussen de rassen, zijn aan de vrijheid van meningsuiting grenzen gesteld. De problemen hebben te maken met het multiculturalisme in onze moderne samenleving. Het gaat erom dat mensen van verschillende achtergrond met elkaar leren leven. Natuurlijk zijn er hier en daar excessen geweest.“

Toch vooral van islamitische kant?

“Het extremisme beperkt zich niet tot de islam. In de Verenigde Staten heb je christelijk fundamentalisme en in India is er hindoe-fundamentalisme, dat eveneens heel agressief kan zijn. De tolerantie en diversiteit komen daardoor onder druk, maar dat zijn wel de grondslagen van de mensenrechten en de liberale democratie.“

In uw rapport van 2005 heeft u meer kritiek op de VS dan op Rusland of China. Vindt u het erger wat de Amerikanen doen of legt u voor de Verenigde Staten, als democratie, hogere maatstaven aan?

“De reden dat we ons zo op de VS concentreren is dat de VS als enige supermacht in de wereld een positieve rol kunnen spelen bij het bevorderen van de rechten van de mens. Wat je in ons rapport van 2005 zag was onze teleurstelling dat de Amerikanen dat niet deden. Onder het motto de wereld veiliger te maken, schonden ze in werkelijkheid op grote schaal de mensenrechten. Die rechten zijn gebaseerd op het beginsel van verantwoording, maar er is nooit verantwoording afgelegd voor wat er in Guantánamo of Abu Ghraib gebeurde. Vorig jaar kwam er nog de kwestie bij van de geheime vluchten van de CIA naar het buitenland, waar verdachten werden blootgesteld aan praktijken die in eigen land niet zijn toegestaan. Maar dit betekent niet dat de schendingen door de Russen of de Chinezen minder ernstig zijn.“

Sommigen leggen een verband met de islam en zeggen dat de islam niet te verenigen is met mensenrechten. Wat is uw opvatting hierover?

“Het is belangrijk het kruistochtgevoel uit de Middeleeuwen te vermijden. Het is niet de ene ideologie tegenover de andere. Weliswaar zijn er extremistische islamitische groepen, maar de overgrote meerderheid van de moslims heeft daar niets mee op. Hier zag men ook niet elke Ier als een terrorist, toen de IRA zijn aanslagen uitvoerde. Een ander punt is dat we moeten erkennen dat we in een tijd van mondialisering leven. Dat besef is wel tot de economie doorgedrongen maar minder tot de samenleving. Britse moslim-jongeren zijn niet immuun meer voor wat er gebeurt in Irak of Palestina (een term die Khan consequent voor de Palestijnse gebieden gebruikt, red.). Ik merkte dat ook bij een recent bezoek aan Bangladesh. Daar wilden jongeren in afgelegen plaatsen van mij weten of ik vond dat Saddam Hussein een eerlijk proces krijgt. Ze wisten er alles van. De wereldleiders moeten zich er daarom van bewust zijn dat het begrip rechtvaardigheid nu niet alleen meer in eigen land, maar wereldwijd moet gelden. Er ontwikkelen zich nieuwe identiteiten, die zich niet aan de oude landsgrenzen houden.“

Maar hoe breng je al die mensen met hun verschillende achtergronden op één noemer?

“Het jaar 2005 was in dat opzicht opmerkelijk. De manier waarop in het Westen velen de straat op gingen om een einde aan de armoede in Afrika te maken, was hoopgevend. In Edinburgh demonstreerden 250.000 mensen en ook elders in de wereld gaven velen uiting aan hun solidariteit. Het was een positieve manier om die solidariteit naar buiten te brengen.“

Hoe komt het dat wereldwijd maar zo weinig mensen demonstreren tegen de schendingen van de mensenrechten in Arabische staten?

“Het is heel moeilijk te demonstreren in een land als Saoedi-Arabië. Dissidenten worden daar vaak snel onschadelijk gemaakt. Maar wat ook een belangrijke rol speelt bij veel mensen is, denk ik, de hypocrisie van regeringen die zeggen de mensenrechten te respecteren. Diezelfde regeringen steunen vaak de ergste dictaturen.“

Zoals die van Saddam Hussein?

“Ja, dat was lange tijd een goed voorbeeld. Het Westen steunt ook nu nog het regime in Saoedi-Arabië, dat berucht is om zijn schendingen van de mensenrechten. De woede en frustratie over zulke hypocrisie wordt dankbaar uitgebuit door radicale islamitische groepen. Mijn boodschap aan westerse regeringen is: pas de mensenrechten niet alleen binnen je eigen grenzen toe maar ook daarbuiten.“

U komt uit een islamitische samenleving. Doet het u pijn dat de islam zo vaak in verband wordt gebracht met terrorisme en dat veel mensen in het Westen negatiever over de islam denken dan zo'n vijf jaar geleden?

“Er is inderdaad veel veranderd. Er heerst een groter bewustzijn van de islamitische identiteit dan vroeger, zowel bij moslims als bij niet-moslims. Vijf jaar geleden had niemand het er over dat ik een moslim was. Nu wel. De islam wordt overigens ook vaak binnen de islamitische landen zelf misbruikt. In Bangladesh waren vorig jaar allerlei zelfmoordaanslagen van radicale moslims. Dat is kwalijk en past niet in de tradities van de islam in het land. Maar het is net zo verkeerd voor mensen in het Westen om te denken dat de islam per definitie terroristen voortbrengt. Ik geloof niet dat de religie zelf het probleem is, maar die kan wel worden misbruikt als een instrument door radicale groepen.“

Wat vindt u van het Nederlandse voorstel, al goedgekeurd door de Tweede Kamer, om de burqa in het openbare leven te verbieden?

“Voor mij gaat het bij kleding om de vrijheid van expressie, om iets heel persoonlijks. Natuurlijk ben je ook daarbij aan bepaalde restricties gebonden. Je mag niet naakt over straat gaan. Maar als een vrouw uit religieuze overtuiging gelooft dat ze haar lichaam geheel moet verhullen, moet ze die keuzemogelijkheid hebben. Als je het verbiedt, zal ze misschien het gevoel hebben dat ze niet meer de straat op kan.“

De Nederlanders voeren daarmee het verbod van de Fransen op hoofddoekjes in scholen een stap verder?

“Ook bij de hoofddoekjes stelden wij ons op het standpunt dat dat een individuele kwestie is. Maar het is de taak van de regering om een omgeving te creëren waarin vrouwen die keuze inderdaad in vrijheid kunnen maken en de hoofddoek niet krijgen opgelegd door mannelijke familieleden.

“Persoonlijk denk ik dat er ook nog een andere factor van belang is. Veel islamitische vrouwen vinden het juist mooi dat je in het Westen de vrijheid hebt om te kiezen of je al dan niet een burqa wil dragen. Om dan gedwongen te worden de burqa af te zweren is bijna net zo erg als bij voorbeeld in Saoedi-Arabië te worden gedwongen een burqa te dragen. Toen ik in de jaren zeventig naar Groot-Brittannië kwam voor mijn opleiding, zag ik zelden moslimvrouwen met een hoofddoek. Nu kiest de generatie van mijn dochter er vaak bewust voor om er wel een te dragen. Ze vinden het goed om dat te doen. Dat is voor mij echte vrijheid, wanneer een vrouw dat zelf kan kiezen.“

Sommige experts op het gebied van internationale betrekkingen, zoals de Brit Robert Cooper, zeggen dat het niet realistisch is om aan de waarden van het Westen vast te houden wanneer je optreedt in landen als Irak of Tsjetsjenië, waar heel andere normen gelden en een andere cultuur heerst. Grof gezegd: als je je in de jungle begeeft, moet je je houden aan de wetten van de jungle.

“Dat is een opvatting van voor de Tweede Wereldoorlog. Sindsdien is het concept van de internationale gemeenschap ontstaan. In het handvest van de Verenigde Naties zijn de mensenrechten vastgelegd. Zijn de rechten van mensen in Tsjetsjenië minder waard dan die van Nederlanders? Ik vind van niet. Als je gelooft dat je je in Tsjetsjenië anders kunt gedragen dan in Nederland, zul je nooit een internationale gemeenschap krijgen.“

Maar de situatie in die landen is onvergelijkbaar. Dat is toch een groot probleem?

“Dat kan lastig zijn, maar het gaat echt om universele waarden. Ik geef een voorbeeld. In september 2004 was ik in Darfur. Daar sprak ik met vluchtelingen, die vaak alles hadden verloren. Ze hadden nog nooit van Amnesty International gehoord maar ze zeiden allemaal dat ze gerechtigheid wilden. Vorig jaar was ik in Nepal, waar ik met een man sprak wiens invalide broer door het leger was doodgeschoten. Ook hij wilde gerechtigheid. Het mogen analfabete dorpelingen zijn, maar ook zij huldigen waarden die overeenkomen met de mensenrechten. Daarom geloof ik niet dat er verschillende regels gelden voor verschillende mensen.“

Wat ziet u als de grootste bedreiging voor de rechten van de mens?

“Dat mensen ophouden in die rechten te geloven. Het is een abstract maar ijzersterk concept. Er zijn campagnevoerders voor de mensenrechten, die steeds maar gevangen worden gezet. Ze geven niet op omdat ze geloven in de mensenrechten en blijven hopen. Dat is waarom ik Amnesty als een marskramer van hoop omschrijf. Wij verkopen hoop.“

Ziet u vooruitgang?

“We worden met onze kritische rapporten vaak als onheilsprofeten beschouwd. Maar historisch gezien is er een enorme verbetering. Foltering is internationaal verboden, ook al komt het nog voor. Er is een Internationaal Strafhof en er zijn internationale normen. Aan de uitvoering ontbreekt het nog, maar er is geen enkele regering meer die kan beweren dat de mensenrechten er niet toe doen. Ook in de afgelopen jaren, waarin ik de leiding had van Amnesty, zijn er verbeteringen geweest. De bevoegdheden van de commissaris voor de mensenrechten van de VN zijn uitgebreid. En in landen als Turkije en Marokko hebben de vrouwen meer rechten gekregen.“

“Zoals ik al zei is de beteugeling van burgerrechten in naam van de veiligheid een terugslag. De huidige spanningen in Europese landen hebben natuurlijk te maken met de integratieproblemen. Daarom gaan we dit jaar een speciaal op Europa gerichte, grootscheepse campagne beginnen tegen racisme als gevolg van de migratie.“