Voedsel voor de tandelozen

Karel van het Reve ging in 1967 als correspondent voor Het Parool met twee potten pindakaas naar Moskou. In Moskou was geen pindakaas te krijgen, net zo min als sherry, afwasmiddelen en tandpasta. Het gebrek aan pindakaas had niets te maken met het falen van de planeconomie. Bijna overal ter wereld was, en is, geen pindakaas voorhanden. Er zijn maar twee pindakaaslanden, Nederland en de Verenigde Staten. En van die twee de Verenigde Staten het meest.

Voor Nederlanders in den vreemde is pindakaas nog steeds nostalgische etenswaar die met drop, rookworst, hagelslag vaak op de bestellijsten voor de internetwinkels staat of met liefde wordt toegezonden door familieleden. En dan te bedenken dat pinda's ooit als dierenvoer werden beschouwd.

Dankzij jarenlange reclamecampagnes staat pindakaas bekend als een boterhambeleg waar je groot en sterk van wordt. Als je de etiketten op de potten mag geloven is pindakaas onmisbaar in een verantwoord voedingspatroon. Dat is wat overdreven. Pindakaas bevat belangrijke voedingsstoffen, maar het blijft calorierijk en er is vaak gehard vet of olie en suiker aan toegevoegd. De toevoeging van gehard vet maakt dat de pindakaas homogeen blijft en er na een tijdje geen olie komt bovendrijven.

In natuurvoedingswinkels en sommige delicatessenzaken is nog pindakaas zonder toevoegingen te krijgen. Die is gemalen met een pindamolen, net zoals dat vroeger bij de kruidenier gebeurde voordat omstreeks het midden van de vorige eeuw fabrikanten als Calvé op het idee kwamen pindakaas in de fabriek in potjes te doen.

Smeuïg

De pindakaasinnovators hebben niet stilgezeten. Naast de gewone pindakaas is er pindakaas met stukjes pinda, extra smeuïge pindakaas, pindakaas met minder vet, pindakaas voor kinderen met meer suiker en hete Surinaamse. Ook bestaan botanische wondertjes als 'hazelnootpindakaas' en 'cashewnotenpinda- kaas'.

In de loop van de geschiedenis is pindakaas verschillende malen uitgevonden. De Inca's kenden zo'n duizend jaar voor Christus al een soort van pindapasta. Vanuit Zuid-Amerika is de pindaplant - de pinda is een peulvrucht, geen noot - veel later verspreid naar Azië, Afrika en Noord-Amerika. Daar, in het zuiden van de Verenigde Staten, liggen de wortels van de pindakaas in de moderne tijd.

Vele vaders

Het succes van de pindakaas heeft vele vaders: artsen, landbouwkundigen, scheikundigen, werktuigbouwers, voedseltechnologen en ondernemers. Een onbekende arts, bijvoorbeeld, die op zoek was naar voedzame vleesvervangers voor mensen met een slecht gebit, voedsel voor de tandelozen.

Of Kellogg, een van de eerste vegetariërs, die met pindakaas zijn patiënten voedde. Later richtte hij zich met zijn broer met nog meer weerklank op de ontbijtgranen.

Of George Washington Carver die we nu misschien landbouwingenieur zouden noemen, maar dat is een beperkte term voor alles wat hij ondernam op het terrein van landbouw, industrie en wetenschap. Hij stimuleerde de boeren in het zuiden van de Verenigde Staten aan het eind van de negentiende eeuw de gronduitputtende katoenteelt af te wisselen met grondverrijkende teelt van onder meer pinda's. Hij bedacht zo'n driehonderd nuttige toepassingen voor de gigantische hoeveelheid pinda's die dat opleverde, van papier tot bakolie en van schoenpoetsmiddel tot pindakaas. Of Carver omstreeks 1880 echt de uitvinder van de moderne pindakaas is geweest zullen we nooit weten. Hij weigerde patent aan te vragen op pindakaas. Hij zag voeding als een geschenk van God en dat maak je niet te gelde.