Verpleeghuis 1

Uit het artikel over de inspectie in verpleeghuizen (`Eet mevrouw eigenlijk nog wel` in het Zaterdags Bijvoegsel van 28 januari) verdient één aspect meer aandacht. Het betreft het `probleem` van het over het algemeen beperkte opleidingsniveau van de uitvoerders van de alledaagse zorg. Als het waar is dat het peil van beschaving van een maatschappij afgelezen kan worden aan de wijze waarop er met haar kwetsbare leden wordt omgegaan, dan is het beschamend om vast te moeten stellen dat Nederland kennelijk geen geld overheeft voor de aanwezigheid van hoger opgeleiden in het verpleeghuis. Terwijl het in andere takken van sport (bouw/handel/veiligheid/vervoer) de normaalste zaak van de wereld is om te werken met heao`ers of hts`ers, is de hbo-verpleegkundige kennelijk overbodig in de uitermate complexe zorg voor onder anderen dementerenden en hun naasten.

Terecht wijst ook de kersverse hoogleraar Hamers in NRC Handelsblad van 30 januari op deze merkwaardige situatie. Kennelijk wordt verpleeghuiszorg nog steeds geassocieerd met `wassen/plassen/op tijd een natje en een droogje. Dat de problematiek vele malen deze karikatuur overstijgt is al jaren bekend.

Het wordt tijd voor een omslag in het personeelsbeleid van de zorginstellingen. Naast veel aandacht voor bij- en nascholing voor het zittende personeel, dienen met onmiddellijke ingang functies te worden gecreëerd voor gemotiveerde hbo-verpleegkundigen, speciaal opgeleid voor de zorg voor (dementerende) ouderen. Deze kwaliteitsimpuls zal op korte termijn een aantal concrete resultaten opleveren, zoals de preventie van ondervoeding en depressie bij ouderen.