Verdraagzaamheid mag niet gestoeld zijn op vrees - waarom de vrijheden ondeelbaar zijn

Het recht op godsdienstvrijheid van moslims moet op ondubbelzinnige wijze worden verbonden met het recht op vrije meningsuiting voor critici van de islam. Als een mening krenkt, is dat de prijs voor een open samenleving.

Soms neemt de vroomheid onverdraaglijke vormen aan. Lees de verklaring van de Organisatie van de Islamitische Conferentie, waarbij 57 moslimlanden zijn aangesloten. Op 28 januari verklaarde die over de affaire van de Mohammed-cartoons: “De fout om niet in ondubbelzinnige termen te censureren heeft noch de zaak van de vrijheid van meningsuiting gediend, noch het doel van het multiculturalisme in binnen- en buitenland verder gebracht.“ Nooit geweten dat landen als Libië, Saoedi-Arabië en Syrië - die hun ambassadeurs uit Kopenhagen hebben teruggetrokken - de vrijheid van meningsuiting zo waren toegedaan. En dan ook nog eens het multiculturalisme!

Ondertussen is het niet bij woorden alleen gebleven. Een economische boycot en diplomatieke demarches moeten de argumenten kracht bijzetten. Militante Palestijnen hebben de EU-missie in Gaza omsingeld en gedreigd wordt om burgers uit landen als Denemarken, Noorwegen en Frankrijk te vermoorden. De journalist van de Deense krant die de spotprenten heeft afgedrukt, voelde zich gedwongen enkele maanden het land verlaten uit vrees voor aanslagen op zijn leven. Europa anno 2006 - soms moet je even in je arm knijpen.

Tegenover deze druk zien we alom terugtrekkende bewegingen. De zelfcensuur die cartoonisten, columnisten en cabaretiers deze dagen naar eigen zeggen toepassen is niet zonder redenen. Geïnterviewd in de Volkskrant zeggen de politieke tekenaars van ons land in koor: “Bij God en Jezus ligt het gemakkelijker“ (Peter de Wit), “Waarom zou ik olie op het vuur gooien?“ (Joep Bertrams), “Ik zou heel erg moeten nadenken over hoe ik Mohammed zou tekenen: een karikatuur zal het niet worden“ (Tom Janssen), “Ik geef toe, het is een soort zelfcensuur“ (Stefan Verwey), “Mohammed zou ik niet snel tekenen. Niet uit angst, maar je weet dat het niet op prijs wordt gesteld“ (Jeroen de Leijer).

Nee, zeg dat wel. Voordat je het weet wordt er een prijs op je hoofd gezet. Zoals de Deense cartoonisten overkwam, toen de jeugdafdeling van de Pakistaanse Jamaat-e-Islami partij een bedrag van enkele duizenden dollars uitloofde voor eenieder die de betrokkenen zou weten te vermoorden. Dreigementen die serieus worden genomen: verscheidene van hen zijn inmiddels ondergedoken, ook al omdat de Deense politie hun veiligheid niet wil garanderen. Dat er zo iets verloren gaat van onze vrijheden behoeft geen uitleg.

Uit naam van de interreligieuze dialoog worden ondertussen ook heel wat terugtrekkende bewegingen gemaakt. Zo verklaart een leider van het Joodse Wereld Congres, Edgar Bronfman: “Het publiceren van materiaal dat als beledigend wordt ervaren door een kleine religieuze minderheid gaat te ver. Het is net zo verkeerd als de discriminatie van christelijke en joodse groepen in sommige islamitische landen.“ Het ontgaat hem blijkbaar dat het bij de Deense cartoons niet gaat om regeringsbeleid en in het geval van de moslimlanden wel. Of neem een andere religieuze autoriteit, de Deense bisschop Karsten Nissen: “In een open samenleving moet eenieder kritiek kunnen aanvaarden, christenen zowel als moslims. Doet men het echter enkel om moslims hun plaats te wijzen, dan kan men zich afvragen of het wel verstandig is.“ Eigenlijk zegt hij dat burgermoed zich ook kan uiten in zelfbeheersing, en in beginsel heeft hij gelijk.

Dat is de teneur van veel commentaren, die vinden dat de cartoons een onnodige provocatie waren, net als de Duivelsverzen van Salman Rushdie of de opera over Aisja, die enkele jaren geleden na dreigementen niet kon doorgaan, of de polemische geschriften van Oriana Fallaci. Waarom in een toch al gespannen tijd de gemoederen nog eens verder verhitten? Is het niet beter om wat meer terughoudendheid aan de dag te leggen, zeker waar het gaat om de moslimminderheden in Europa? Die hebben het al moeilijk genoeg nu de “oorlog tegen het terrorisme' voor botsende loyaliteiten zorgt. Niet alles wat gezegd kan worden, hoeft ook te worden gezegd.

De redelijkheid van zulke oproepen heeft een intimiderend karakter, al was het maar omdat de schuldtoewijzing op deze manier subtiel wordt verplaatst: niet degenen die dreigen met boycot en geweld zijn de oorzaak van het kwaad, maar de cartoonisten of columnisten of cabaretiers die zich onbekommerd uiten. Zij plegen huisvredebreuk. Daar komt nog eens bij dat de ongelijke macht van meerderheid en minderheid, volgens de bisschop en zijn geestverwanten, de moslims in een wel heel kwetsbare positie heeft geplaatst. Eigenlijk is vrijzinnige en spotzieke kritiek op de islam in onze contreien een vorm van machtsmisbruik. Laten we onze oordelen opschorten en naar elkaar luisteren.

Het is een moeilijk te ontwarren kluwen van argumenten. Er speelt onmiskenbaar het belang mee van gelovigen die vinden dat ze te zeer in de hoek zijn geduwd in een seculiere samenleving, waar de heersende opinies niet erg gunstig zijn voor religie in het algemeen. Maar er is meer. Het gaat ook om de zoektocht naar een redelijke godsdienstkritiek, meer in het bijzonder om een serieuze beschouwing van de islam. Kritiek is niet hetzelfde als een gebrek aan respect, integendeel, juist een open en soms hard debat kan getuigen van de wil om samen te leven in een land waar godsdienstvrijheid bestaat.

Of degenen die zo aandringen op zelfbeheersing werkelijk uit zijn op serieuze godsdienstkritiek is twijfelachtig. Ze zijn vooral bezig met conflictvermijding. Dat is een gerechtvaardigde zorg. Maar het is wel iets anders dan het stimuleren van onbevangen onderzoek naar de islam. Een ontnuchterende biografie over het leven van Mohammed kan namelijk voor heel wat commotie zorgen. De werken van de beroemde moslimtheologen Nasr Hamid Aboe Zaid (Egypte) of Adolkarim Soroush (Iran) hebben hen zelfs genoopt hun land te ontvluchten vanwege dreigementen.

Zo wordt door religieuze en ook door politieke autoriteiten met een beroep op vreedzaam samenleven de vrijheid van meningsuiting ingeperkt. Het Britse wetsvoorstel voor een verbod op het verspreiden van haat tegen religies was, net als de poging in ons land om een wet tegen godslastering nieuw leven in te blazen, een ongelukkige manier om de moslimgemeenschap de hand te reiken. Die wet is deze week godzijdank afgestemd in het Britse Lagerhuis, na veel verzet uit journalistieke en artistieke kringen, ook al omdat de regering er op geen enkel moment in slaagde helder te verwoorden wat er wel en wat er niet onder zou kunnen vallen. De betrokken minister verklaarde in het nauw gebracht tijdens het parlementaire debat dat zelfs een naargeestige oproep als “alle moslims moeten weg uit Groot-Brittannië' er niet onder viel. Wat dan eigenlijk wel?

Waar veel politici voorrang geven aan het beschermen van de openbare orde boven een duidelijk uitspraak over de vrijheid van meningsuiting, heeft een aantal Europese kranten gekozen voor verdediging van dat beginsel door de omstreden cartoons af te drukken. La Stampa in Italië, ABC in Spanje, Die Welt in Duitsland en France-Soir in Frankrijk. Dat kwam de directeur van die laatste krant op een onmiddellijk ontslag te staan door de eigenaar, een Frans-Egyptische zakenman. En dat is weer aanleiding voor andere kranten om zich in de zaak te mengen. Wat begon als een stekelige serie cartoons breidt zich zo als een inktvlek uit.

Tegen die achtergrond wordt het falen van de Europese Unie pijnlijk duidelijk. De verantwoordelijke voor de buitenlandse politiek, Solana, zei terloops wat over de vrijheid van meningsuiting en EU-commissaris Mandelson verzette zich tegen de economische boycot van Denemarken in een land als Saoedi-Arabië. En dat was het wel zo'n beetje. In weerwil van alle beginselverklaringen bestaat er geen werkelijke lotsverbondenheid in de Unie. De indruk ontstaat dat niemand zijn vingers aan deze kwestie wil branden. De Denen moeten het zelf maar uitzoeken.

Daarmee worden alle hooggestemde conferenties over de waardengemeenschap die Europa zou zijn, zoals onlangs in Salzburg, toch wel een hol vertoon. Nu er iets op het spel staat dat tot de kern van onze democratie behoort, probeert men zoveel mogelijk afzijdig te blijven. Dat zal overigens steeds moeilijker worden naarmate meer Europese landen in het conflict worden meegetrokken, en uiteindelijk de Europese Unie zelf, zoals in Gaza, het doelwit wordt van de protesten.

Ook wie de spotprenten over de profeet Mohammed een smakeloze grap vond, zal zich inmiddels bij zoveel ontwijkend gedrag toch wel achter de oren moeten krabben. Verdraagzaamheid die oproept tot matiging in de omgang met de islam kan gemakkelijk verworden tot een gedeelde vrees. Daarbij gaat het inmiddels niet meer om de vraag of de cartoons geslaagd zijn. Ik vond overigens de tekening van Mohammed die in de hemel een stoet zojuist gearriveerde en tamelijk verschroeide zelfmoordterroristen toeroept “Stop, de maagden zijn op' wel geestig. Smaken kunnen verschillen, maar is er werkelijk een grens overschreden door de cartoonisten? De rechter in Denemarken dacht van niet.

De kwestie is ernstig, ook al omdat door deze conflicten de toekomst van de miljoenen moslims in Europa opnieuw onder druk staat. Die worden gegijzeld door woordvoeders in de Arabische wereld, die hun dreigementen uitten namens de gehele gemeenschap. Dat de Deense moslimorganisatie die de aanvankelijke klacht bij de rechter indiende, zich tevreden heeft gesteld met de halve excuses van het dagblad dat de cartoons aanvankelijk publiceerde, is in het gekrakeel ten onder gegaan. We mogen er niet van uitgaan dat organisaties als de Organisatie van Islamitische Conferentie of de Arabische Liga of fundamentalistische groepen als Jamaat-e-Islami ook namens de gemiddelde moslim in Europa spreken wanneer ze regeringen oproepen om krantenredacties flink te straffen of erger wanneer ze met moord dreigen.

De opmerkingen van de Deense bisschop blijven knagen: is het niet een teken van rechtvaardigheid om terughoudend te zijn jegens minderheden? Misschien is een zekere zelfcensuur wel niet zo erg, zeker nu islam en terrorisme na die vervloekte elfde september zo gemakkelijk worden vereenzelvigd. Is er geen groot verschil tussen minderheid van moslims en de christelijke meerderheidscultuur, die veel meer zelfvertrouwen heeft en dus ook hardere kritiek kan velen? De hoop is dat door gevoeligheden te sparen de ideeën in moslimkring op den duur soepeler worden en niet zullen verharden.

Nog afgezien of het zal werken, houdt zo'n pleidooi om met twee maten te meten moslims gevangen in een rol van tweederangsburger. Door niet dezelfde verwachting te hebben - en dus bijvoorbeeld antisemitisme in moslimkring te vergoelijken of de verheerlijking van de profeet Mohammed te aanvaarden - worden moslimmigranten en hun kinderen op een bevoogdende manier bejegend. Waar alleen nog het slachtoffer wordt gezien, raakt de burger uit het zicht.

Er moet gekozen worden: benadrukken we een verdeelde herkomst of zoeken we een gedeelde toekomst. Moslims zijn als medeburgers niet machteloos, sterker nog: onze grote steden zijn niet langer te besturen zonder hun actieve betrokkenheid. En bovendien bieden de wetten van een liberale democratie aan moslims meer bescherming dan ze hadden in de landen van herkomst. In zijn boek over moslims in het Westen stelt de Zwitserse moslimfilosoof Tariq Ramadan dat met zoveel woorden vast. Het gebrek aan zelfvertrouwen van veel moslims maakt volgens hem zelfbespiegeling onontkoombaar: hoe moeten we hier ons geloof vormgeven, hoe moeten we omgaan met een seculiere samenleving?

Tegenover degenen in de moslimgemeenschap die met een Deense imam menen dat “dit type democratie waardeloos is“ moet worden verdedigd dat de vrijheid van meningsuiting juist ook moslims een grote bewegingsvrijheid geeft bij het praktiseren van hun geloof. De vrijheden zijn ondeelbaar. Dat geldt voor de vrijheid van godsdienst waar moslims zich terecht op beroepen en die ook moet worden beschermd door critici van de islam. Dat gebeurt soms onvoldoende en laat een gevoel achter dat moslims nooit een plaats in deze samenleving kunnen verwerven. Europese landen moeten trouw blijven aan hun idee van godsdienstvrijheid.

Maar dat geldt evenzeer voor de vrijheid van meningsuiting, die soms krenkend kan zijn. Dat is de prijs van een open samenleving. Iedereen die denkt dat zulke botsingen te voorkomen zijn, vergist zich. Zeker, serieuze godsdienstkritiek is gevraagd, maar er zijn nu eenmaal gelovigen die elke kritiek, laat staan satire, op hun heilige boek of op hun profeet als een diepe vernedering ervaren. Deze krant heeft nog meegemaakt dat de afbeelding van de koran op de omslag van de maandelijkse bijlage M voor sommige bezorgers aanleiding was om de distributie te staken. Het beeldverbod dat een deel van de moslimwereld omarmt, kan nooit de leidraad voor intellectuele of journalistieke of artistieke uitingen zijn, al was het maar omdat de weg van een beeldverbod naar een spreekverbod en een schrijfverbod heel kort is. Zo raken we onze onbevangenheid helemaal kwijt. Dat moet ook het antwoord zijn aan de bisschop: niet alleen maakt hij onbedoeld van moslims tweederangs burgers, maar zijn houding zal uiteindelijk ook de gemoederen niet kalmeren. Zijn beroep op diplomatie of vermijding miskent een dieper liggend meningsverschil. Deense imams spraken naar aanleiding van de cartoons over “een mentale marteling“. Maar dergelijke huisvredebreuk met woorden of beelden kan behulpzaam zijn wanneer zij bijdraagt aan een doordenking en verheldering van onze vrijheden. Er is geen ontkomen aan: we moeten proberen van de nood een deugd te maken. Dat kan door op een ondubbelzinnige manier het recht op godsdienstvrijheid van moslims te verbinden met het recht op vrije meningsuiting voor de critici van de islam. Die wederkerigheid is de kern van een open samenleving.

Buitengewoon hoogleraar grootstedelijke problematiek aan de Universiteit van Amsterdam en publicist.