Veel computeren stimuleert het gezond verstand

Jongeren die veel achter de computer zitten presteren beter in wiskunde. Dat is een van de uitkomsten van een onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). De onderzoekers gebruikten de uitkomsten van het PISA 2003-rapport naar leerprestaties en legden die naast een nieuw onderzoek naar computergebruik door 15-jarigen. Het rapport “Are students ready for a technology-rich world?' is eind januari gepubliceerd.

PISA staat voor “Programme for International Student Assesment'. Het is een vergelijkend onderzoek naar de leerprestaties van 15-jarigen in 41 landen op vier terreinen waaronder wiskunde. Zo'n PISA-onderzoek is twee keer gedaan, in 2000 en in 2003. In Nederland worden de data geleverd door het CITO. In dit nieuwe onderzoek zijn 31 van de 41 landen meegenomen. De gegevens uit Nederland - die er wel zijn - zitten daar helaas niet bij, maar de conclusies zijn zo algemeen dat je mag aannemen dat ze ook voor Nederland zullen gelden.

Het onderzoek gebruikt steeds de term “mathematics'. PISA onderzoekt echter niet of scholieren goed zijn in het schoolvak wiskunde, maar of zij in staat zijn wiskunde-gerelateerde problemen in het dagelijks leven (zoals hoeveelheid, ruimte en vorm, verandering) met gezond verstand te lijf te gaan. Er worden zes prestatieniveau's onderscheiden, uitgedrukt in score's tussen 400 en 600 punten. Het gemiddelde is op 500 gesteld.

Het nieuwe onderzoek laat zien dat de scores voor “wiskunde' met gemiddeld zo'n 50 punten omhoog gaan in landen waar 80 procent of meer van de 15-jarigen op school en thuis toegang hebben tot de computer. In bijvoorbeeld Mexico, Tunesië en Griekenland ligt dat percentage opvallend veel lager, deze landen scoren dan ook beduidend slechter. Japan, Finland, België, Canada en Korea vormen de top 5.

Andere opvallende uitkomsten van het onderzoek zijn dat geavanceerd gebruik van de computer - bijvoorbeeld programmeren - de prestaties extra verbetert en dat thuis computeren meer oplevert dan gebruik in de klas. Op school moeten scholieren de computer vaak delen en is er geen tijd en aandacht voor de diepere mogelijkheden van de computer. En verder - nooit iets nieuws onder de zon - computeren meisjes minder vaak dan jongens en zijn ze minder bedreven in geavanceerde toepassingen zoals het maken van websites en multimediapresentaties. Jammer, want tot nu toe waren de Nederlandse PISA-scores van jongens en meisjes gelijk. Dat zal dus wel niet zo blijven.