Unita, partij van twee gezichten, zoekt in Angola naar nieuwe rol

Wat is er over van de Angolese rebellenbeweging Unita, zonder de leider Jonas Savimbi en zonder de oorlog? De verschillende werelden van de leiders en de strijders.

Ze vochten, drie decennia lang, voor dezelfde “rechtvaardige zaak'. Ze vochten voor dezelfde rebellenbeweging die sinds oprichting in 1966 de totale onafhankelijkheid van Angola beloofde: Unicão Nacional para a Independência Total de Angola (UNITA).

“Voor de democratie“, zegt Rita Louisa David, een dolende vrouw in de straten van Caala, een gehucht op het platteland in het zuiden van Angola. Van de vijftig jaar die ze nu geleefd heeft, bracht ze er negenentwintig door in de legerkampen van Unita. Daar vocht ze, studeerde ze, sliep ze, had ze lief.

“Voor de democratie“, zegt ook Isaias Samakuva, in zijn kantoor in de hoofdstad Luanda met airconditioning, leren fauteuils en breedbeeldtelevisie. Hij is 59 jaar oud, en 31 jaar in dienst van Unita. Samakuva, een zachtaardige diplomaat, studeerde Internationale Betrekkingen in Parijs en Sociale Wetenschappen in Londen - vandaar zijn geaffecteerde Engels - en is sinds 2003 president van Unita.

Ik vraag ze allebei hun schoenen te laten zien. Rita Louisa David, in Caala, steekt haar rechtervoet uit en laat een gymschoen met modderzool zien, waar haar tenen uitsteken. Isaias Samakuva aarzelt eerst, maar toont dan grinnikend zijn goedgepoetste bordeelsluiper. De zool is keurig vrij van stof.

Unita is geen eenheid meer. Unita is de partij geworden van twee gezichten, die van de leiders in de hoofdstad en die van de ontwapende strijders op het platteland. Ook al was het zo nooit bedoeld. Unita was bij oprichting dertig jaar geleden niet alleen een rebellenbeweging. Unita was een staat, met een autonome economie die draaide op de diamanten.

Unita verenigde de natie van de Ovimbundu, de keuterboertjes van het Centraal Plateau, tegen de marxisten van de MPLA-regering in de hoofdstad van Angola. Unita had haar eigen gerechtshoven en haar eigen wetten (de doodstraf voor verraad). Unita had haar eigen vlag, een rode met een zwarte haan. En Unita had haar eigen buitenlandse dienst, die tijdens de Koude Oorlog warme relaties onderhield met Ronald Reagan, racistisch Zuid-Afrika en Israël.

Unita had al die tijd maar één gezicht. Unita wás Jonas Savimbi, stichter en meedogenloos leider die de bush verkoos als hoofdkwartier voor zijn partij. Daar werd hij ook vermoord, op 22 februari 2002, in gevecht met het Angolese regeringsleger. Een Israëlische inlichtingendienst, hoewel nooit officieel bevestigd, zou de technologie hebben geleverd om Savimbi via zijn satelliettelefoon op te sporen. “Vermoord“, zo is de algemene opvatting binnen de partij, “door zijn oude bondgenoten“.

Zonder Savimbi en zonder de oorlog zoekt Unita naar een nieuwe rol. De leiders in de hoofdstad, de oude generaals en luitenanten, hebben daar op het eerste gezicht niet de minste moeite mee. Sommigen werden gouverneur in de provincies als Lunda Sul, Cuando Cubango en Uige. Ze kregen terreinwagens en vergaderzalen met leren stoelen.

Anderen gingen het zakenleven in en sloten miljoenendeals met hun voormalige vijanden, de politici annex zakenmannen van de MPLA-regering. Ze zijn alleen in naam nog aanhangers van Marx en Lenin.

Daar in de hoofdstad spreken ze over oppositie voeren, want 2006 is een verkiezingsjaar, zo heeft de regering althans beloofd. Daar in de hoofdstad spreken ze over de idealen van Unita, die al dertig jaar dezelfde zijn volgens Samakuva. “Het was ons altijd om de meerpartijenstaat te doen.“ Ook al was het Unita dat na de verkiezingen in 1992 de oorlog hervatte omdat Savimbi met een paar procent verschil zou hebben verloren.

Voor de 100.000 oudstrijders, nu neergestreken in gehuchten als Caala, is het leven na de oorlog leeg. Rita Louisa David heeft haar wapens ingeleverd, precies zoals het vredesakkoord tussen regering en rebellen van april 2002 haar opdroeg. Ze heeft het kamp verlaten en een lemen hut gevonden aan de rand van het dorp. Daar verbouwt ze wortels, zonder het gereedschap, de kleren, de potten, het matras, en de golfplaat voor haar dak dat haar in het vredesakkoord beloofd was. Ze heeft wel een baan bij de gemeente. Daar hebben ze haar sinds begin 2005 niet meer betaald.

Was de oorlog deze vrede waard? “We vochten tegen het communisme“, antwoordt Rita Louisa beslist. “Het was het waard.“ Wat is communisme? Rita Louisa blijft stil. Dan haalt ze haar schouders op en begint met een ballpoint haar vingers blauw te krassen.

Niet alle beloften uit het vredesakkoord zijn gehouden, geeft Unita-president Samakuva in de hoofdstad toe. “Er zijn nog vele uitdagingen.“ Het grootste gevaar is dat zijn partij wordt opgezogen door wat hij noemt “het systeem'. “We moeten voorkomen dat onze aanhang denkt dat we nu tot dezelfde elite gaan behoren als de regering. We moeten het land in, zeg ik tegen mijn partijleden. Onze aanhang moet ons blijven zien.“

Want de oorlog, vindt Samakuva, is niet verloren. Ook al beheert de MPLA-regering nu de olie én de diamanten. Ook al is Savimbi dood. “Er is in die dertig jaar oorlog veel bereikt. De MPLA omarmt nu ook de vrije markt. Dankzij onze ideeën. Dat is voor mij victorie.“